Impressions of Uganda: 2

In de aanbieding: Kamers in hotel Allelujah. Kamer met balkon, uitzicht op… een sloppenwijk. Prachtige locatie. Als je hier niet gaat nadenken, weet ik het ook niet meer. Gegarandeerd reality-check.

De elektriciteit valt uit en iedereen klaagt. -> Kijk naar de overkant, hier heeft niemand elektriciteit.

Er is even geen water. Ramp! We kunnen niet douchen! -> half zwart Afrika moet kilometers lopen voor ‘proper’ water, laat staan dat het stromend is.

Eihkes, dat is vies brood! -> Hier tegenover hebben ze geen eten, de kindjes zijn dolgelukkig met één stukje van een Centwafer.

Soms ben ik bang dat ik eraan ga wennen. Maar dan komen we weer een groepje van die schattige zwartjes in kledij vol gaten tegen en weet ik weer niet hoe ik mij moet gedragen. En dan weet ik: dit went nooit. Dit zijn ook mensen die een degelijk leven verdienen. Die op de kaart moeten gezet worden. Die ook naar school zouden moeten gaan en een ander doel voor ogen zouden moeten hebben dan simpelweg de dag overleven. En het is zo pijnlijk dat je dit niet in je eentje kan veranderen. Dat je niet alleen of met de paar mensen dat we hier zijn een groot verschil kunnen maken. We kunnen enkel kleine verschilletjes maken. Piepkleine. Maar daar mogen we op dit moment al heel erg blij om zijn. Ik had hier toch graag meer ‘geholpen’. Meer vrijwilligerswerk gedaan. Meer weggegeven. Meer met kinderen gespeeld. Meer locals doen lachen. Maar voorlopig moet ik maar tevreden zijn met wat we wél hebben kunnen doen.

Like what you read? Give Sofie Claes a round of applause.

From a quick cheer to a standing ovation, clap to show how much you enjoyed this story.