De invloed van de extremen van het internet op onze identiteit

Dit is waarom de meeste media de emancipatie tegenwerken.

TLDR: Ik roep niet op tot ontslag van columnisten of journalisten (zoals sommige columnisten beweren). Ik heb an sich ook niets tegen ‘wit’, ‘oud’ of ‘man’ zijn. Ik probeer te onderbouwen waarom (volgens mij) ‘progressieve’ media een kritische blik op hun eigen vooroordelen zouden moeten werpen; waar die vooroordelen volgens mij vandaan komen; wat daar de gevolgen van zijn. Tevens probeer ik te duiden hoe het nieuwe rechts (alt-right) te werk gaat.

Wanneer tel ik mee?

Hoe verhoud ik me tot de wereld? Wie ben ik? Wat is mijn status? Het zijn de vragen die van de puberteit voor velen een kwelling maakten. Ik heb het ook niet altijd even eenvoudig gevonden. Ergens in Duitsland ligt nog een gestolen dagboek (dat dieven dat dan niet even netjes opsturen, ik vind het jammer) vol beslommeringen over hoe ik dacht dat anderen naar me zouden kijken. Met de jaren kwamen de lessen en de zelfverzekerdheid: ‘joh, Syb, jij valt best wel mee’ en ‘joh, gast, je hebt misschien niet alle antwoorden maar met je houding zit het goed.’ Ik heb een identiteit dus ik ben.

Die identititeitsvorming gaat niet alleen over je kleding of je likes op Facebook. Het gaat ook over je sekse, je gender, je politieke voorkeur, je gezondheid, wat je grappig wilt vinden en hoe je vindt dat anderen met jou en jij met anderen om zou moeten gaan. Dat vormende proces is lastig. Je identiteit, die is kwetsbaar. Je hebt niet alle antwoorden, en wat er geaccepteerd is en wat de norm is (ook binnen je eigen peer-group) is altijd veranderende. Ik heb een kwetsbare identiteit, maar ik ben?

We zien het de laatste jaren meer en meer terug in de politieke arena en het maatschappelijke gesprek: de kleur van de Piet kan ons diep raken en in welke woorden we gebruiken (wit vs blank, zwart mens vs ‘neger’ , homo wel of niet als scheldwoord) zit soms al een activistisch-politieke identiteitsuiting. Tegenwoordig is onze samenleving ‘Joods-Christelijk’ (argumentatietip voor discussies met rechts Nederland: er is niks Joods-Christelijker dan de Islam. De Koran is goeddeels gebaseerd op de beide testamenten) en hanteerde de grootste winnaar bij de verkiezingen de (weinig inhoudelijke, maar identiteitsonderscheidende) slogans ‘normaal. doen.’ en ‘optimistisch zijn.’ Ik stem voor een identiteit, dus ik heb er een?

In het boek ‘Kill All Normies’ poogt Angela Nagle te beschrijven wat de bewapende (Figuurlijk. Meestal..) online activisten beweegt, hoe er een online cultuuroorlog woedt en welke instrumenten er daarbij worden ingezet. Maar het boek had ook de titel “Digital Struggle For Identity” kunnen dragen. Want waar het vooral over gaat: de rechtse én linkse internetbubbels die van de zoektocht naar een betekenisvolle identiteit een politieke strijd hebben gemaakt. Ik heb een kwetsbare identiteit, maar ik strijd!

De digitale strijd om de identiteit

Het is de ondertitel van het boek dat het nu zo relevant heeft gemaakt in veel post-Trump discussies in debatzalen en opiniestukken: “Online cultureWars from 4Chan to Tumblr to Trump.” Mocht je er nog niet bekend mee zijn: 4Chan is een soort forum waar vooral het nieuwe Rechts — denk vooral even aan Baudet en GeenStijl — zich heeft genesteld. Tumblr is een site waar mensen persoonlijke blogs bijhouden, en de geboortegrond van progressieve strijd zoals die voor genderneutrale toiletten. Trump, die ken je. En ja, ze impliceert dat Trump causaal volgt op 4chan.

Wat maakt deze sites zo bijzonder? Eigenlijk is er weinig vernuftigs of vernieuwends aan beide sites. Op 4chan worden op (echt alle..) onderwerpen foto’s en berichtjes met elkaar gedeeld en anoniem becommentarieerd. Ironie voert de boventoon.

4chan

Tumblr draait bovenal om creatieve zelfexpressie in de vorm van simpele, persoonlijke blogs met de mogelijkheid om anderen te volgen of hun berichten te delen. Oprechtheid (oprechte bewondering; iets persoonlijks delen) voert de boventoon.

Tumblr

Wat ze interessant maakt, is hoe er (impliciet) met elkaar wordt gecommuniceerd. Het zijn sociale microcosmos, met beide een unieke manier van interactie. Het zijn plekken waar mensen hun digitale (vaak alternatieve) identiteit vormen. Op 4chan poogt men de eigen imperfecties en kwetsbaarheid te overwinnen met een harnas van ingebeelde perfectie; op Tumblr poogt men de imperfecties te begrijpen en accepteren om vervolgens ruimte te vragen voor een nieuw gedefinieerde identiteit.

Onze behoefte aan een sociale identiteit

De Tweede Wereldoorlogvrijwilliger aan het front, Poolse Jood, holocaustoverlever en sociaalpsyscholoog Henri Tajfel pioneerde op het gebied van vooroordelen en coinde de term ‘sociale identiteit: de vermeende identiteit die je verkrijgt door bij een grotere groep te horen of je daarbij aan te sluiten. Je kunt de grootste ‘loser’ zijn op deze planeet, maar als PSV-fan hoor je toch even bij de paar honderd duizend ‘winnaars’ nadat PSV wint. Door jezelf aan te sluiten bij de ene groep — een vlag, een Gaastra-jas of een vermeende ‘joods-christelijke’ tradititie is al snel genoeg — en neer te kijken op de andere wordt een sociale identiteit gevormd. Het geeft een gevoel van ergens thuishoren.

De theorie van Tajfel veronderstelt dus dat er immer een ‘wij’ en een ‘zij’ in het spel is, wanneer mensen een identiteit sociaal willen bevestigen. Daarvoor moeten we categoriseren (wat maakt ‘wij’?) en vergelijken (‘wat maakt ‘wij’ beter dan ‘zij’?). Dat is dan ook precies wat er bij 4Chan/Alt-right plaats vindt: het gaat om het classificeren van de acceptabele identiteit (wit, man, gevoelloos, superieur) en het uitsluiten van het onacceptabele (gekleurd, gelovig, gevoelig, zwak, vrouw).

Tumblr/Alt-left werkt anders. Want bij de Alt-left gaat het bovenal over het doorbreken van al te makkelijke categorisaties (wit versus zwart) en hoe die sociaal bevestigd worden (homo als scheldwoord, de zeldzame krachtige vrouwenrol in films). Er wordt niet vergeleken met het doel neer te kijken op de ander, maar bovenal om inzicht te verkrijgen in de systemische en onbewuste vooroordelen naar de ander en het onbewuste privilige van de zelf (lees ‘Hallo Witte Mensen’ van Anousha Nzume).

De bewustwording en de backlash

Maar wat gebeurt er als ‘de ander’ een gelijkwaardige positie opeist? Wat gebeurt er als de alt-left zich uitspreekt? Wat gebeurt er als zwarte mensen, moslims en vrouwen de ‘joods-christelijke’ witte redelijke midden mannen bekritiseren? Nou, we zien het om ons heen. We zien het bij de Zwarte Piet discussie, we zien het bij de bekritisering van #MeToo in columns. Gedwongen worden iets van je comfort of status op te geven is bedreigend en leidt tot weerstand.

Steeds vaker zien we die weerstand terug in de media. Zelfs ‘progressieve’ media zoals de Volkskrant, Parool of Trouw bieden steeds meer ruimte aan conservatief-sociale geluiden: de Martin Sommers, Max Pams, Syvain Ephimencos, Wierd Duks en Theodor Holmans. Hun columns zijn vrijwel zonder uitzondering een ‘backlash’ van in dit geval veelal oude witte mannen op elke ‘zij’ — moslims, vrouwen, feministen, antiracisten, klimaatactivisten — die hun verworvenheden en gangbaarheden bekritiseren.

Volgens Nagle moeten we de alt-right in eerste instantie zien als een nihilistisch en ironisch antwoord op de volgens-sommigen-overdreven politieke correctheid en het volgens-sommigen-doorgeschoten feminisme en multiculturalisme. Als een parodie, zoals we dat in Nederland bijvoorbeeld kennen van GeenStijl. Waar het traditionele rechts (en bovengenoemde columnisten) de acties van feministen en antiracisten bovenal bestempeld als ‘gezeik’ of hypocriet, trok alt-right het zwaard der ironie.

Ironie is strategisch. Het laat toe dat mensen extreem rechtse ideeen verspreiden zonder zich eraan te committeren. Want is het een grap of gemeend? Het laat toe dat mensen taboes doorbreken maar er afstand van te nemen als er kritiek volgt. Ironie is een wapen om (cultureel) racisme, vrouwenhaat en witte superioriteit te verspreiden. Een goed voorbeeld is hét gekoesterde symbool van de alt-right: Pepe. De kikker die als meme beroemd werd omdat het ‘t idee van ‘lekker taboeloos jezelf zijn’ visualiseerde. Inmiddels heeft de kikker Trump, Baudet, een nazi en een bewapende Klu Klux Klan man gesymboliseerd. En altijd is het de vraag: is het een grap, of is het fascisme? En telkens gaat de kikker een stap verder.

Pepe; the original.

Deze waas van ironie geeft ruimte voor het daadwerkelijk sinistere (vrouwenhaat, witte superioriteit). Je ziet zoiets in Nederland bijvoorbeeld bij een columnist als Arthur van Amerongen (Volkskrant, HpdeTijd) die zijn podia veilig stelt door zijn racistische drek te verhullen in een ironische klaagzang op politieke correctheid. Annabel Nanninga maakte als columnist voor GeenStijl en TPO haar naam met harde ‘ironische’ columns waar ze bijvoorbeeld sprak over ‘dobbernegers’ als het ging om bootvluchtelingen. Afgelopen zaterdag stond ze nog beschreven in de Volkskrant als zijnde ‘grappig en intelligent.’ Maar is ze nog ironisch nu ze als lijsttrekker voor FVD in Amsterdam een politieke strijd voert; is haar mening nog ‘grappig’ of bloedserieus?

Trolls in de Tweede Kamer

De alt-right en alt-left is dus niet langer een puur digitale beweging. Het heeft de weg gevonden van Tumblr en 4chan naar de politieke arena en de mainstream media. Een Nanninga, een Baudet, het boek van Ybeltje geredigeerd door Joost Niemoller, Wierd Duk die een pagina krijgt in ‘t AD en Telegraaf over ‘de boze burger’ en al die andere eerdergenoemde columnisten. Succesvolle blogs als TPO.nl, GeenStijl en DeDagelijkseStandaard vullen het nieuwe veld aan.

Het nieuwe links is minder sterk vertegenwoordigd. Op Twitter is een groep actief (denk aan Dipsaus, Justine, Sander Philipse, Manju Reijmer) en er zijn enkele columnisten (Clarice Gargard, Asha Ten Broeke, Saeda Nourhussen). Ook zijn er blogs zoals Vileine.com, Stellingdames.nl, dipsaus.org, OneWorld.nl en nieuwwij.nl maar met een fractie van het bereik van de alt-right counterparts.

Thierry Baudet zit in de kamer (en staat inmiddels op vijftien zetels in peilingen) maar Sylvana Simons haalde de drempel niet. Het Oekraïne-referendum haalde een meerderheid, maar de anti-Zwarte-piet-activisten zijn al jaren bezig om de gemiddelde Nederlander mee te krijgen. Alt-links heeft een paar columnisten, alt-right velen. De humor van een Nanninga is ‘verfrissend’ maar een Simons is al snel een ‘zeikwijf.’

De media hebben oogkleppen op

Het succes van de nieuwe rechtse geluiden is niet te verklaren zonder aandacht voor de welwillende rol van bagatelisserende en begripvolle spreekbuis die veel media en andere machtige instituten spelen. Deze week nog stelde de politie-vakbond vraagtekens bij het recht om te demonstreren vanwege het ‘prijskaartje’ dat gepaard ging bij de demonstratie van anti-racisten in Dokkum. Een vraagteken bij het beschermen van grondwettelijke vrijheden, net op het moment dat het antiracisten betreft. In veel columns begrip voor zij die de snelweg blokkeerden (en de vrijheid van meningsuiting beperkten) maar de antiracisten ontvingen hoon. De Volkskrant kopte ‘Dokkum blijft ‘ZeurPieten-vrij.’ (correctie: hier schreef de ombudsman al over, nuance)

Rechts heeft de wind mee. Waarom? Omdat het ‘t ‘wij’ (wit, man, welgesteld, Nederlands, ‘joods-christelijk’, tradities en gewoontes) bekrachtigt en beschermt, waar links ‘t ‘wij’ bekritiseert. En het is diezelfde ‘wij’ die de macht in de media hebben op dit moment. De meeste media lijden aan oude witte welgestelde mannen bias.

Ik was onlangs op een feest van een van de grootste kranten van Nederland waar de hoofdredacteur de vrouwelijke collegae dronken ‘schatje’ noemde en een van de chefs vrolijk over ‘negers’ sprak en na een opmerking mijnerzijds volgde met “maar we zijn toch onder elkaar?!.” Een ander voorbeeld, ook een hoofdredacteur van een grote krant: nadat ik een van zijn columnisten op twitter had ontleed als cultuurracist, koos hij er niet voor hem eens goed te ondervragen naar zijn methoden, maar dronk een fles wijn met deze oude vriend leeg.

Het is bijzonder jammer dat deze (oude witte welgestelde mannen) bazen de bias zelf niet door willen hebben maar liever tegengestelde geluiden bagatelliseren. De weerstand wint het van het begrip. Het versterken van ‘t ‘wij’ wint het van het deconstrueren ervan. Zij zijn die ‘wij’ en van een diversificatie van de redacties van grote kranten is nog altijd nauwelijks sprake: zo komt ‘zij’ ook niet intern aan het woord en wordt begrip niet al op de redactie gekweekt.

Het is hoog tijd dat deze redacties eens goed kijken naar de eigen bias. En het is de hoogste tijd dat ze zich bewust worden van de cultuurracistische meningen zoals die van Baudet en Wilders, hoe sites zoals DeDagelijkseStandaard, TPO en GeenStijl ze verspreiden en welke bijdrage hun ‘verfrissende’ excuus-rechtse columnisten leveren aan de verdachtmakingen van nieuw links en het ophemelen van het nieuwe rechts.

Menig redactie van media ziet zichzelf als het redelijke midden, maar is het allang niet meer. Dat is, naar mijn idee, het grootste euvel van ons huidige discours.

Een identiteit is uniek. Daar begint begrip.

De evolutie heeft ons geleerd dat de kans op overleven toeneemt als je bij een stam hoort. We zijn kuddedieren, wat te zien is aan zoiets als veranderende modes (dit jaar gaten in de broek / wij dragen dit jaar een dunne das). Het is te zien aan de waarde die we hechten aan een groepsidentiteit, zoals een vlag of een voetbalclub. Het is te zien aan de waarde die we hechten aan niet onderzochte normen zoals ‘zwarte piet is goed:’ zo doen ‘wij’ het en dus is het goed. Het warme nest van groepsnormen kan leiden tot blinde bias (en lelijke kleren).

Die blinde bias is niet alleen weggelegd door de groep die de macht houdt. Ook op sommige geluiden uit de alt-left is kritiek te uiten: in de eis van een waardige en begripvolle behandeling van ‘de ander’ gaat soms het respect en de waardige behandeling van zij die ze bekritiseren verloren. Systemen van ongelijkheid (zoals de macht van de man in de samenleving, zoiets dat #MeToo mogelijk maakt) maken nog niet dat elk gepriviligeerd individu in eenzelfde mate actief en bewust die systemen overeind houdt of de privilege misbruikt.

We hebben als samenleving al vele emancipatoire bewegingen gekend; gelukkig maar. Elke emancipatiestrijd ging gepaard met het bekritiseren van de dominante norm waarmee een onderdrukking van een minder machtige groep werd goedgepraat. Elke emancipatiestrijd kende protesten, vurige woorden en extremen aan de verdedigende en aanvallende kant.

De emancipatiestrijd van onze tijd kenmerkt zich doordat de progressieve partners — ik heb het over jullie, media — van vroeger nu zelf tot de machtige groep behoren. Zolang zij niet kritisch in de spiegel kijken en de eigen vermeende onschuld — ‘het redelijke midden’ — bevragen, is de winst aan rechts; de winst die Nagle zo goed beschrijft in haar boek (‘from 4Chan […] to Trump’). De hoop is te vinden bij de vermeend ‘activistische’ (het is tegenwoordig, voor mij onbekende redenen, een scheldwoord) alt-links die de spiegel afdwingt bij de journaille: de systemische en onbewuste vooroordelen naar ‘zij’ en het onbewuste privilige van de ‘wij’ openbaren.

Iedereen is een individu. Maar sommige groepen kennen systemische voordelen (zij met macht) of nadelen (zij met minder macht). Sommige groepen zijn kritiek gewend (zij met minder macht) en sommige niet (zij met macht). Waar sta jij en welke risico’s of verantwoordelijkheden geeft dat? Zo is er niets mis met oud zijn, én wit, én een man. Maar het vraagt wel om een spiegel voor je privilige.

Mijn voormalige baas, hoofdredacteur van de Volkskrant, stelde in 2013: “Als we een maatschappelijke opdracht hebben, naast de evidente controlefunctie van de journalistiek, dan is het begrip kweken tussen verschillende mensen in verschillende situaties en met verschillende meningen.” Precies dat lijkt me de verantwoordelijkheid van een machtig progressief bolwerk. Maar dat begrip kweken, dat begint met een kritische blik naar jezelf.

Het nieuwe rechts is zich bewust van waar ze staan en wat ze doen. Het oude links hopelijk snel ook.

Wil je zelf die spiegel voorhouden? Lees dan eens ‘Hallo witte mensen’ van Anousha Nzume.

Wil je snappen hoe gevaarlijk en invloedrijk de alt-right is? Lees dan ‘Kill All Normies.’