Clearest view?
In Politeia stelt Aristoteles “He who considers things in their first growth and origin whether a state or anything else, will obtain the clearest view of them.” Zou dit zo zijn?
Laten we hiervoor eens kijken naar de wijze, waarop Aristoteles de groei van een stad verklaart. In zijn visie groeit een stad uit van een op zichzelf levende familie naar een dorp, waarop een groep families leven, en vandaar verder naar een stad, waarin vele duizenden families wonen en werken. In de visie van Aristoteles moet men tenminste in familieverband leven om in zijn minimale behoeften voorzien. Leven in een dorp maakt een taakverdeling mogelijk en zo worden meer behoeften vervuld. Bij leven in een stad kan een mens tot grote ontplooiing komen en een echt rijk leven opbouwen.
Aristoteles ziet de stad voor zich groeien. Hij redeneert bottom up. Hij heeft duidelijk de voordelen van een stad als Athene boven die van de provincie-plaats in Macedonië, waar hij vandaan kwam, ontdekt. Athene was in zijn tijd het centrum van de wereld. Een intellectueel met een brede belangstelling als Aristoteles kon zich geen betere omgeving wensen.
Maar nu “the clearest view”. Het gaat om de “clearest view” op een stad of op een concept als “de ontplooing van de mens”. Zou men nu echt daarvoor zijn oorsprong of zijn eerste groei moeten kennen? Wat draagt deze kennis bij, als men on een Athene leeft, dat uit zijn voegen is gegroeid en waar de riolering overuren maakt? Wat draagt dit bij, als men niet de intellectuele drang van Aristoteles heeft en eigenlijk meer een natuurmens is?
Mijn conclusie is, dat meer eerder van een visie kan spreken, die soms verhelderend werkt, maar dat dit niet altijd “the clearest” hoeft te zijn.