“Therefore it seems to me, that a law drafted to govern society rightly permits these things and also that divine law rightly redresses them.”

Deze zin komt uit de discussie tussen Augustinus en Evodius over de vrije wil van mensen. De passage staat middenin boek 1. Augustinus stelt even verderop in de tekst dat de tijdelijke wetten van een staat moeten zijn afgeleid uit de goddelijke wetten. Goede mensen proberen naar deze wetten te leven. Zij leven rechtvaardig en waardig. Als zij een keuze moeten maken, kijken zij naar de divine laws, wetten, die eeuwig gelden. Deze mensen leven gelukkig. Dat onderscheidt hun van slechte mensen, welke de tijdelijke wet gehoorzamen en uit vrije wil kiezen voor genoegens op de korte termijn.

Augustinus kan zich niet voorstellen, dat God bewust slechte mensen op de wereld zet of mensen, waarvan hij a priori weet, dat ze ongelukkig worden. De God van Augustinus is een goede God en de wereld wordt geleid door zijn voorzienigheid. Dat er kwaad gedaan wordt door mensen kan dus niet aan God liggen. Daar moet een andere reden voor zijn. Augustinus stelt deze reden is, dat men bewust en dus uit vrije wil kiest voor de genoegens op de korte termijn.

De visie van Augustinus, hoe het kwaad in de wereld komt, leidt tot vragen. Een eerste vraag is, wanneer men uit vrije wil kiest voor het leven, dat men lijdt. Een tweede vraag is, of men kan kiezen het roer om te gooien. Men is de genoegens op de korte termijn zat en wil weer een rechtvaardig en waardig mens zijn. Een derde vraag is, of men weer op het goede pad kan komen, ook al is men recidivist.

Om voor deze vragen een antwoord te vinden kan men kijken naar de katholiek, die Augustinus is. De katholiek in Augustinus kent God alleen als goed en rechtvaardig. God beloont het goede en straft het kwade. In dit licht en met het Nieuwe testament voor ogen, waar een zondaar tot bekering komt, kan het niet anders, of de goede God vergeeft de zondige mens. Deze kan het roer omgooien en kiezen voor leven volgens de goddelijke wetten. De katholieke kerk heeft hiervoor het sacrament van de biecht. Rest nog de eerste vraag. Op welke leeftijd kan een mens uit vrije wil kiezen. Dat is een vraag, waar Augustinus in deze tekst niet ingaat. God is echter goed en rechtvaardig. Dat eist, dat een mens zal tenminste verantwoordelijk moet kunnen worden gesteld. Hetgeen spoort met onze tijdelijke Nederlandse wet. Zo spoort onze tijdelijke wet met de eeuwige wet.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.