Fear of Missing Out: lang leve de ratio!

“If they had the bad luck to be born immortal, they would be the most misserable of beings. A life they would never fear losing would be worthless for them.”

- Rousseau, ‘Emile or On Education’

Bovenstaand citaat bevindt zich halverwege het eerste boek van Rousseau’s ‘Emile’. Het boek biedt een handleiding voor de opvoeding van het kind, Rousseau zet dit uiteen door de opvoeding van zijn eigen imaginaire zoon Emile te beschrijven. Met het citaat beschrijft Rousseau wat een daadwerkelijk moedig mens, of eigenlijk man, maakt: geen medicijnen, de oplossing voor luie mensen die zichzelf liever onsterfelijk zouden zien, maar verharding en acceptatie. “Naturally man knows how to suffer with constancy and dies in peace.”

De zucht naar onsterfelijkheid doet mij denken aan het kort verhaal ‘The Immortal’ van de Argentijnse schrijver Jorges Luis Borges waarin een Romeins krijgsheer op zoek gaat naar de rivier wiens water hem onsterfelijk zal maken. Aan deze rivier ligt de stad der onsterfelijken, wanneer de krijgsheer van het water drinkt wordt hij opgenomen in de samenleving van de stad waar hij eeuwig leeft totdat hij de eeuwigheid niet meer volhoudt en op zoek gaat naar een rivier die hem van de onsterfelijkheid zal genezen. In het verhaal merkt de krijgsheer op: “There is nothing very remarkable about being immortal; with the exception of mankind, all creatures are immortal for they know nothing of death.” Sterfelijkheid lijkt daarmee samen te gaan met bewustzijn, de ratio: dat wat de mens van dieren onderscheidt. Het kennen van vergankelijkheid. Aangezien de mens geneigd is zich te hechten aan mensen, dieren, materie, zelf seizoenen ‘het genot van de zomer’, bestaat er haast geen moeilijkere taak dan die Rousseau ons stelt: “to suffer with constancy and die in peace.” Hoewel het verhaal van Borges toont dat ook de eeuwigheid niet ideaal is, dat het de vergankelijkheid is die aan ons leven waardevol maakt, zou ik niet willen stellen dat het enkel luie mensen zijn die streven naar deze onsterfelijke staat van zijn of in ieder geval zich wenden tot een medicijn om de levensduur iets op te rekken. Want waarom willen we blijven leven? Omdat we niets willen missen? Fear of Missing Out of wellicht vanwege het schuldgevoel dat we tot nu toe te weinig hebben gedaan? We willen niet blijven leven om meer te luieren, maar juist om meer te doen. Om te creëren, schrijven of bouwen, om onze kinderen te zien op groeien, om uit te zoeken hoe we de plastic soep in de oceaan gaan opruimen of auto’s op zonne-energie kunnen laten rijden. Juist zonder medicijnen geraken we terug in een state of nature waarin men overleeft in plaats van leeft. Een staat van zijn niet geleidt door de scheppende ratio, maar door instinctieve driften.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.