Het meest gevaarlijke dier
De mens is een politiek wezen. De mens is een sociaal dier. De mens is een dier met rede. Dergelijke uitspraken hoor ik vaak over de natuur van de mens. Vooral in de oudheid werd de mens vaak op deze manier beschreven, zo ook door Aristoteles. De mens onderscheidt zich volgens hem van de dieren door zijn vermogen tot spraak en het geven van redeneringen via deze spraak. Dit maakt de mens tot een politiek dier. Daarnaast ligt het in de natuur van de mens om samenlevingen te vormen. De samenleving is de enige manier om de mens, het beste dier van allen, tot zijn recht te laten komen. Zonder samenleving zal de mens degenereren tot het meest gevaarlijke dier geleidt door zijn lusten en gulzigheid. De enige manier om tot rechtvaardigheid en excellentie te komen voor de mens is te leven in de staat.
‘But justice is the bond of men in states; for the administration of justice, which is the determination of what is just, is the principle of order in political society.’ -Aristoteles (Politics, Book I: p.5)
Aristoteles’ idee is in theorie prachtig. Door samenleven zullen wij als mensen in staat zijn om rechtvaardigheid te vinden. Ik vraag me echter af wat er is misgegaan. In de praktijk lijkt het leven in een staat juist het slechtste in ons naar boven te hebben gehaald.
Ten eerste heeft samenleven de mens in staat gesteld tot grote technologisch vooruitgang, maar waar heeft die vooruitgang ons gebracht? We hebben het milieu verwoest, de ozonlaag vernield en talloze diersoorten uitgeroeid. Het ontstaan van steeds betere technologieën heeft misschien gezorgd voor een beter leven voor een gedeelte van de mensheid (ik zeg ‘gedeelte’, omdat als je het mij vraagt een groot gedeelte van de derde wereld hier nog nooit van heeft geprofiteerd), maar het heeft de rest van het leven op aarde nog nooit iets goeds gebracht.
Daarnaast heeft het bestaan van verschillende staten, verschillende plekken waarop mensen op grote schaal met elkaar samenleven, grootschalige oorlogen mogelijk gemaakt. In oorlogen, zoals allebei de wereldoorlogen, zijn meer mensen omgekomen dan dat Aristoteles zich in zijn tijd waarschijnlijk voor kon stellen. Een groot gedeelte van de technologieën die onze aarde hebben aangetast werden ontwikkeld onder druk van oorlogen tussen staten. Het op grote schaal samenklonteren van mensen in de vorm van een staat heeft voor oorlogen gezorgd die niet alleen veel mensenlevens hebben gekost, maar ook de basis hebben gelegd voor atoombommen en de infrastructuur die gebruikt werd voor de Jodenvervolging.
Als Aristoteles op dit moment naast mij zou zitten zou ik hem graag willen vragen of hij nog steeds denkt dat de mens door de staat tot rechtvaardigheid kan komen. Op dit moment lijkt de mens namelijk niet een politiek dier, maar het meest gevaarlijke dier.