Redeneren volgens Hippocrates
“I hold that if man were a unity he would never feel pain, as there would be nothing from which a unity could suffer pain. And even if he were to suffer, the cure too would have to be one. But as a matter of fact cures are many.” (Hippocrates, blz 7)
Voorafgaand aan dit citaat noemt Hippocrates een aantal basiselementen die fysiologen hebben gegeven voor de menselijke natuur. De meeste fysiologen denken dat de mens bestaat uit enkel gal, bloed of slijm en Hippocrates probeert te beargumenteren waarom dit incorrect is. Waneer men enkel zou bestaan uit bloed, en niets anders dan bloed kan er geen pijn veroorzaakt worden. Er is immers enkel bloed, en als dat de natuur is van de mens maar pijn niet door iedereen ervaren wordt kan bloed niet de oorzaak zijn van de pijn. Hippocrates laat echter wel zien dat dit een punt van discussie is door zijn argumentatie nog verder uit te werken. Zelfs al zou men pijn ervaren met één lichaamssap als basiselement, dan moet dit opgelost kunnen worden door middel van één oplossing. Maar omdat er meerdere oplossingen zijn, moeten er ook meerdere basiselementen zijn. Het combineren van vier lichaamssappen als basiselement voor de mens is het resultaat en verklaart meteen waarom ziektebeelden en geneeswijzen erg divers zijn.
De redenatie die Hippocrates gebruikt, van achter naar voor, getuigt van een enorm reflectief vermogen bij Hippocrates als denker en als geneeskundige. In plaats van vooruit te redeneren, situatie A zorgt voor situatie B wat zorgt voor situatie C, redeneert Hippocrates achterstevoren: de status quo is situatie C en die had alleen kunnen bestaan als situatie A er op een bepaalde manier uitziet. Veel moderne wetenschappen redeneren op het moment nog steeds vooruit, geschiedenis bijvoorbeeld: de economische instabiliteit na WOI (situatie A) in combinatie met de opkomst van het populisme (situatie B) zorgde voor het ontstaan van WOII. Maar ook in de biologie, een overreactie van het immuumsysteem (situatie A) zorgt voor het vrijkomen van histamine (situatie B) wat een druipneus en prikkende ogen veroorzaakt (situatie C). In veel gevallen zijn dergelijke verklaringen afdoende, maar dit paradigma kan er ook toe leiden dat de verschillende oorzaken van complexe problemen over het hoofd gezien worden.
Wanneer men in de jaren ’90 begon met het in kaart brengen van het menselijke genoom, werd er veel geld geïnvesteerd in DNA-onderzoek omdat vermoed werd dat heel veel (chronische) aandoeningen opgelost konden worden wanneer alle basiselementen van de menselijke natuur in kaart gebracht konden worden. Men kon dan immers het ene genoom vergelijken met dat van anderen en er zo achter komen welk gen welke ziekte veroorzaakte. De veronderstelling was dat de aanpassing van dit basiselement zou leiden tot genezing van de ziekte, maar in de praktijk is dit momenteel alleen mogelijk voor een kleine groep puur genetische aandoeningen. Wellicht kan het omdraaien van de volgorde van redeneren ook in de moderne tijd nog leiden tot nieuwe inzichten.