Hippocrates — De “like way” van de kosmos.

“Each component must return to its own nature when the body of a man dies, moist to moist, dry to dry, hot to hot and cold to cold. Such too is the nature of animals, and of all other things. All things are born in a like way, and all things die in a like way.” — Hippocrates, Nature of Man, 11.

De bovenstaande quote wordt door Hippocrates gebruikt om aan te tonen dat de mens geen eenheid is, en dat de verschillende componenten waaruit de mens bestaat dat aantonen. Ik echter moest direct denken aan de Oosterse filosofie van het Taoïsme. Daarin is de kosmos één geheel, waarin alles uit die kosmos aan elkaar verbonden is en eigenlijk dus ook uit maar één ding bestaat, wat in de Tao Te Ching “The Way of the Universe” wordt genoemd. Hierdoor zijn wij ook in Harmonie verbonden met alles om ons heen, want in onze diepste essentie is alles hetzelfde.
Wat Hippocrates hierboven zegt met de geboorte in een “like way”, en met sterfte in een “like way”, is dan ook niet moeilijk aan deze Oosterse visie op het leven te verbinden. Het feit dat volgens Hippocrates het lichaam van de mens als het ware teruggegeven wordt aan de aarde, en dat deze “componenten” in alle dieren en dingen teruggevonden wordt, laat dat goed zien. In zekere zin zou je dus kunnen suggereren dat er in de kosmos wel een eenheid en Harmonie is. Oftewel, als je Hippocrates’ idee van een mens uitvergroot naar de hele kosmos, heeft hij ongelijk. De kosmos, en dus ook de mens daarin, is dan wel één, wel een eenheid. Dat lijkt hij echter zelf toch ook te zeggen, met het teruggeven van de componenten aan de kosmos als de mens sterft. Toch gebruikt hij deze argumenten juist om aan te tonen dat de mens geen eenheid is.

Spreekt hij zichzelf tegen? Of is het niet eerlijk om zijn argumenten op deze manier te ondermijnen? Nee, waarschijnlijk niet, misschien maak ik wel een vergelijking die ik niet kan maken, vergelijk ik twee verschillende visies op een verkeerde manier. Desondanks bleven mijn gedachten er wel bij hangen toen ik het las, vandaar dat ik er nu toch maar over schrijf.