Politics: Book I — Aristoteles
“For the slave shares in his master’s life: the artisan is less closely connected with him, and only attains excellence in proportion as he becomes a slave. The meaner sort of mechanic has a special and separate slavery: and whereas the slave exists by nature, not so the shoemaker or the artisan. It is manifest, then, that the master ought to be the source of such excellence in the slave, and not a mere possessor of the art of mastership which trains the slave in his functions. That is why they are mistaken who forbid us to converse with slaves and say that we should employ command only, for slaves stand even more in need of admonition than children.”
Wat hierin doorsluipt is het idee van Aristoteles met betrekking tot slavernij, die hij als natuurlijk beschouwt en zelfs goedkeurt op basis van een verschil in intellect tussen de meester en de slaaf. Het is niet per se zo dat de slaaf niet in staat is om dingen aan te leren of te onthouden of dat er sprake is van een totaal gebrek aan rede, stelt Aristoteles, maar we zullen wel moeten beseffen dat een slaaf net als dat een vader zijn kinderen zaken moet leren nog meer tijdsinvestering nodig heeft om deze kennis in zich op te nemen. Daarin zie je ook terug dat Aristoteles letterlijk zegt dat een slaaf er niet alleen is om bevelen op te nemen, maar ook om van zijn meester te leren om wellicht een beter mens te worden, maar misschien ook juist om beter te worden in het opvolgen van bevelen, bevelen die hij voorheen door gebrek aan kennis niet kon uitvoeren is hij dan wel toe in staat om uit te voeren als zijn meester hem deze kennis heeft bijgebracht, lijkt Aristoteles’idee te zijn.
Alhoewel Aristoteles een onderscheid maakt verderop in zijn tekst tussen mensen die tot slaaf zijn gemaakt vanuit dwang en de natuurlijke slaaf, is het altijd lastig te stellen wanneer wij een slaaf natuurlijk noemen. Aristoteles zegt bijvoorbeeld in een later deel van zijn tekst dat deze slaaf een natuurlijke slaaf is als zijn redeneringsvermogen beperkt is, maar zijn lichaam sterk genoeg is om in staat te zijn om allerlei zware taken uit te voeren. Toch is het lastig meetbaar om te stellen wanneer een slaaf onvoldoende voor reden vatbaar is en kan het voor een machtige meester makkelijk zijn om hiervan misbruik te maken, hoezeer aristoteles dit wellicht ook aanstotelijk zou vinden. De vraag is of een gebrek aan rede voldoende motivatie is om iemand tot natuurlijke slaaf te bombarderen. Zie jij je al voor je dat geestelijk gehandicapten worden ingezet als slaaf? Ja, oke.. niet al deze geestelijk gehandicapten natuurlijk, alleen diegenen met een lichaam dat van nature al sterk is. Maar goed… van nature… Geen enkele baby wordt geboren met een six-pack. Een deel van het verkrijgen van een sterk lichaam wordt juist ook verkregen door het vele oefenen. Ik heb geen idee hoe Aristoteles zich voorstelt om te kunnen bepalen of iemand er natuurlijk in aanmerking voorkomt om slaaf te zijn. Hoe stelt hij zich deze proceduring voor zich? Waar het tenminste wel op lijkt bij Aristoteles is dat een slaaf, weliswaar dan niet vrij, toch ruimte krijgt voor een soort van respect binnen het gezin. Hebben we trouwens ooit over de mogelijkheid nagedacht wat er moet gebeuren als er zich eens een slaaf voordoet die qua lichaamsbouw en intelligentie beter geschikt zou zijn dan zijn meester om meester te zijn en dat deze meester dus beter geschikt als slaaf zou kunnen zijn, wat zou Aristoteles in zo’n geval doen? Zou er dan een mechanisme in werking moeten treden waarbij de meester afstand neemt aan het zijn van meester en zich onderwerpt aan zijn slaaf? Anders zouden we immers ingaan tegen datgene waaraan de natuurlijke slaaf zou moeten voldoen… en dat willen natuurlijk, helemaal niet!