Hippocrates: modern in onwetendheid

‘’The body of man has in itself blood, phlegm, yellow bile and black bile; these make up the nature of his body, and through these he feels pain or enjoys health.’’

Hippocrates meent dat de mens uit vier elementen bestaat: blood, slijm, gele gal en zwarte gal. Het zojuist aangehaalde citaat komt voort uit zijn ‘Natuur van de mens’, waarin hij voornamelijk het idee bekritiseert dat de mens maar uit één element zou bestaan. Een van Hippocrates’ voornaamste argumenten daartegen is dat de mens in dat geval geen pijn zou kunnen voelen, omdat pijn zou ontstaan door een wanverhouding tussen de verschillende elementen uit de mens. Hippocrates stelt daarom dat de mens uit meerdere elementen bestaat, en beroept zich voor de vier genoemde op het feit dat deze elementen uit het lichaam komen wanneer verschillende middelen worden toegediend die verschillende middelen onttrekken, en op het feit dat de elementen verschillend aanvoelen en er uitzien.

Vanuit modern westers oogpunt zijn er wel enige vraagtekens te zetten bij Hippocrates’ methode. Dat een mens bepaalde dingen ophoest/uitkotst wanneer hem verschillende middeltjes worden toegediend, betekent nog niet automatisch dat dat de elementen zijn waaruit een mens is opgebouwd. Met dank aan moderne scheikundige en geneeskundige inzichten weten we dat deze methode niet zeer accuraat is en dat de conclusies, zoals Hippocrates die trok, dan ook niet de mest waarheidsgetrouwe zijn. Een ander probleem is Hippocrates’ argumentatie met betrekking tot ongezondheid en pijn. Deze zouden ontstaan door een wanverhouding van de vier elementen (op bepaalde plekken) in het lichaam, maar intussen weten we dat ook dat in het gros van de medische aandoening niet de voornaamste oorzaak is. Wat betreft het feit dat de vier elementen verschillend zijn, kunnen we Hippocrates wel gelijk geven, hoewel deze ook over dezelfde elementen (moleculen en atomen) beschikken.

Maar laten we nu focussen op het meest interessante onderdeel van het citaat. De vier elementen ‘’make up the nature of his body, and through these he feels pain and enjoys health.’’ Hoe kan een mens in vredesnaam pijn of gezondheid voelen doordat/als zijn lichaam bestaat uit bloed, slijm en zwarte en gele gal? Dat is een interessante vraag, die wij vandaag snel bekijken door onze bril met kennis van het zenuwstelsel. Maar geeft dat dan wel antwoord op het wezenlijke van de vraag? Hoe kunnen materiele stoffen een immaterieel bewustzijn voortbrengen, of ten minste beïnvloeden? Het lijkt erop dat we, ondanks onze moderne geneeskundige en scheikundige inzichten, wat dit betreft nog steeds op één lijn zitten met Hippocrates. Hij bleek zijn tijd ver vooruit in onwetendheid. Alleen zijn onze elementen anders. Wij noemen ze neurotransmitters.