De mens en haar natuur: naar Mary Astell

De ongelijke verhouding tussen man en vrouw is door de geschiedenis heen altijd een probleem geweest: vanaf het begin der dagen lijkt de ongelijkheid er te zijn geweest, maar waarom? Hoe werd dit ooit gerechtvaardigd, en hoe kan het zijn dat dit idee zo lang heeft aangehouden en zelfs nu, na verschillende intellectuele revoluties, nog steeds een rol speelt in de maatschappij?

Ruim vierhonderd jaar geleden stelde ook Mary Astell zichzelf deze vragen. In haar bekende werk ‘A Serious Proposal to the Ladies’ stelde zij dat het vooral de ruimte tot geestelijke ontwikkeling was die het verschil maakte tussen man en vrouw: waar mannen de mogelijkheid kregen zichzelf te ontwikkelen, werden vrouwen opgezadeld met oppervlakkige bezigheden die hen belette eenzelfde ontwikkeling door te maken.

Eerder echter hadden verschillende filosofen zoals Aristoteles vol goede moede beargumenteerd dat dit verschil volkomen redelijk was: man en vrouw verschilde nu eenmaal van natuur. Waar de man gecreëerd was om zijn geest tot in de volste potentie te ontwikkelen, lag een dergelijke potentie bij vrouwen bij de meer oppervlakkige zaken, wat was dan het probleem? In precies die assumptie van de menselijke natuur, zo bepleitte Astell: het zou alles behalve eigen zijn aan de vrouw om zich tot enkel de oppervlakkige zaken te richten.

Deze these onderbouwde ze aan de hand van het dualisme van Descartes: het tijdelijke lichaam is binnen ieder mens gescheiden van de geest, dat het enige essentiële aan de mens is. Dat de geest het enige essentiële was aan de mens bewees volgens Astell de noodzaak voor zowel man als vrouw om deze te onderhouden — en in die zin kon het simpelweg niet natuurlijk zijn om de vrouw hiervan te weerhouden:

“For since GOD has given Woman as well as Men intelligent Souls, why should they be forbidden to improve them?”

Wat dit betreft ben ik het volledig met haar eens, het religieuze (doch voor Astell zeer belangrijke) aspect daargelaten. Oneens ben ik het echter met de naar mijn idee veel te grote nadruk op dit ‘verbeteren’ van het betreffende intellect, dat gerealiseerd zou moeten worden binnen een vrouwenklooster afzondig van de verdere maatschappij. Doordat deze ontwikkeling op die manier boven de maatschappij wordt geplaatst, heeft het naar mijn idee al geen werkelijke invloed meer op wat er binnen de maatschappij gebeurt — terwijl dat juist is wat belangrijk is.

Dat Astell hier anders over denkt heeft misschien te maken met haar religieuze motivatie die er vanuit gaat dat geestelijke ontwikkeling alleen al de beste manier is om dichter tot God te komen, maar hier niet vanuit gaande is een geestelijke ontwikkeling zonder maatschappij om ’em mee te delen en in te verwerken weinig waard. Om die reden moet Astell naar mijn mening een deel van haar aandacht verplaatsen naar de ontwikkeling van de vrouw in de maatschappij zelf, opdat haar idealen daadwerkelijk betekenis krijgen.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.