De (ir)relevantie van Hippocrates

In de tekst On the nature of man probeert de Griekse arts Hippocrates aan de hand van logica en empirie een verklaring te geven van de werking van het lichaam en menselijke ziektes. Dit doet hij door bepaalde eigenschappen toe te schrijven van een aantal lichaamssappen. Hippocrates leefde in de vijfde en vierde eeuw voor Christus en zijn ideeën zijn verre van actueel. Wat kan zo’n tekst dan nog betekenen voor de filosofie?

Voor de antropologische filosofie kan het heel zinvol zijn om te kijken naar klassieke teksten én naar de geneeskunde. Vragen over wat de mens nou precies is, zijn vaak interdisciplinair. Een bioloog zal zo’n vraag heel anders benaderen dan een historicus, maar beide antwoorden op zo’n vraag kunnen zinvol zijn voor een filosoof. Helaas helpt de tekst van Hippocrates de filosofie geen van beide verder.

De geneeskundige benadering van Hippocrates is namelijk zeer achterhaald. Het kan erg zinvol zijn om verder te bouwen op de ideeën van vroeger, om tot nieuwe ideeën te komen. Maar dat betekent niet dat we bepaalde teksten nog zouden moeten gebruiken, als er al relevantere nieuwere ideeën zijn. Het kan zeker waardevol zijn om ideeën te bestuderen die niet algemeen geaccepteerd zijn binnen het huidige wetenschappelijk kader. Maar er zijn op dit moment simpelweg zoveel betere technieken en materialen dan in Hippocrates’ tijd voor een geneeskundige. De teksten zijn belangrijk geweest om te komen waar we nu zijn, kunnen nu niet meer leiden tot een beter begrip van geneeskunde of een biologische benadering van wat de mens is.

Als we de teksten bestuderen en ze vergelijken met de huidige teksten, kunnen we overeenkomsten en verschillen ontdekken. Dit is vooral interessant voor een historicus, maar kan ons weinig verder helpen met echt filosofische vraagstukken. Een historicus kan met de teksten van Hippocrates bijvoorbeeld in kaart brengen hoe de geneeskunde anders werd benaderd. Maar zulke verschillen zijn weinig relevant voor een beter begrip van de mens. De discipline geschiedenis kan zeker helpen bij het beantwoorden van de vraag ‘wat is de mens?’. Alleen zal dat eerder moeten gaan over de ontwikkeling van de mens, in plaats van het presenteren van oude ideeën achterhaalde ideeën.

De teksten van Hippocrates kunnen een filosoof weinig bieden. Het heeft relevantie om er achter te komen hoe we de geneeskunde zich heeft ontwikkeld, en is daarmee interessant voor een historicus. Maar het leert ons weinig over de anatomie van de mens en beslaat ook niet een relevant deel van de discipline geschiedenis dat een filosoof meer over de mens kan leren.