Hier ga maar doen

Column in de Balie bij de bekendmaking van de nominaties voor de Gieske Strijbis Podiumkunstenprijs 2017 door Anne Breure

Toen het nieuws over deze prijs zich door het theaterveld verspreidde, zich zo als een vuurtje door deed vertellen, nadat uitnodigingen over een ‘niet gekende toch een beetje mysterieuze prijs’ waren verstuurd en de Theaterkrant (het dorpsblad van ons theater-dorp) kopte ‘Nieuwe Podiumprijs van Gieske Strijbis Fonds: 2x 60.000 euro’ hoorde ik hier en daar iemand verzuchten: “Ongelofelijk… Jeetje.60.000 euro.”

Het is een heleboel geld: 60.000 euro. Maar het fascinerende vond ik dat de meeste mensen die ik ‘ongelofelijk’ hoorde zuchten, jaarlijks meer geld van het Fonds Podiumkunsten krijgen en hun producties in de meeste gevallen een groter budget hebben. Ook al zeiden ze: “dat is twee keer een jaarsalaris”, ik denk te weten dat ze toch echt wel iets meer kosten dan 30.000 euro per jaar.

60.000 is een heleboel geld. Maar, het is nu ook weer niet zó veel geld.

En toch verzuchte men. Oprecht. “Ongelofelijk.” “Jeetje 60.000 euro.”

Dat kwam, denk ik, veel meer door de rest van het bericht.

Dat wat na die 60.000 euro kwam. Die zucht kwam met het gegeven dat dat geld ‘zo maar’ kwam. Zo maar uit het ogenschijnlijke niets. Zo maar geld. Om iets te doen. Echt te doen. Zelfs als dat niet iets helders omlijnd doen was. En dat je daardoor dan andere dingen niet hoefde te doen. Die zucht, kwam met — zoals de Theaterkrant het op schreef: “het fonds wil de laureaten in staat stellen om twee jaar voluit aan de verwezenlijking van hun eigen visie te werken.” En: “De prijs is niet rechtstreeks gekoppeld aan een specifieke voorstelling of project.” Daar kwam die zucht vandaan, volgens mij.

Dat er zo maar, in vol vertrouwen, werd gezegd: “Hier ga maar doen. Doe maar wat jij denkt dat goed is. Voor díe verwezenlijking. Van die visie; jouw visie. En wat dat is, dat gaan we niet toetsen. We gaan niet achteraf zeggen dat het niet helemaal gelukt is. Die verwezenlijking van die visie. We zien het niet. Of dat je recensies moet overleggen over je visie. Of bezoekersaantallen van mensen die je visie hebben gezien. Nee. Zomaar.”

Geen aanvraag van tevoren. 
Geen wikken en wegen op hoeveel bezoekcijfers in te zetten. Ietsje hoger want dat staat beter. Maar ietsje lager want dat is safer. 
Geen artificiële paragrafen over cultureel ondernemerschap. 
Geen talloze excel-sommen over hoe de kosten per bezoeker zo laag mogelijk te houden. 
Geen geknutselde verhalen over de ‘4 P’s’, terwijl je heus wel aan diversiteit doet. 
Geen zakelijk leider die zegt dat hij echt wel begrijpt wat je bedoelt, maar dat de commissie toch iets ander wil lezen. 
Geen eindeloze discussies over hoe toch nog die Butoh workshop, die lessenreeks ‘material identity’, of dat rijbewijsexamen erin te fietsen — omdat jij denkt dat je die zo nodig hebt voor je ontwikkeling, maar er van ‘hogerhand’ toch wordt gezegd dat dat niet te verantwoorden is. 
Geen slapeloze nachten over een begroting waar de ‘eigen inkomsten’ onzeker blijven. 
Geen manoeuvres om je zakelijke leiding te verbloemen over tien verschillende posten, omdat je er echt niet zonder kan, maar het anders te veel overhead is. 
Geen vragen over of het nu wel echt theater is wat je doet. 
Geen schrijfsels over waarom deze verandering in je praktijk juist heel consistent is. 
Geen zorgen of je wel in dat ene hokje past, waar jij ook wel weet dat je niet in past, maar dat er geen alternatief hokje is. 
Geen stress tijdens het spelen of je je bezoekcijfers wel aan het halen bent. Geen stress dat als die voorstelling toch een tentoonstelling is geworden, je bij het verkeerde fonds je geld blijkt te hebben gekregen. 
Geen afrekening en verantwoording achteraf, terwijl jij al lang weer met het volgende project bezig bent — want waar betaal je anders je huur van.

Geen gepruts om in een mal te passen, die helemaal niet past. 
Voor, tijdens of na. 
Maar ‘gewoon’ kunst maken. 
Dát vertrouwen krijgen. Volgens mij — verzuchtte men eigenlijk daarom. Eigenlijk verzuchtte men: “Ongelofelijf. Jeetje, vertrouwen.”

En droomde van onverantwoorde dingen doen. Van al die dingen doen die niet passen in een aanvraag. Die niet sponsorbaar zijn. Van al die dingen die niet in of bij een mal passen.

Ik vroeg me af — deze dagen — wat er zou gebeuren. Als deze mensen het zouden krijgen. Die verzuchtende mensen. Ik werd nieuwsgierig naar wat ze zouden maken. En vroeg me af: als we die mallen loslaten of het kunstenveld er echt zoveel slechter aan toe zou zijn. Wat zou er gebeuren als je niet in acht tranches je kleedgeld zou krijgen om kleren van te kopen. Dan zomer. Dan winter. Dan een broek en dan een trui. Als je niet vooraf en achteraf precies verantwoord alles inzet. Wat als je een echte ondernemer mocht zijn. En je gewoon dat bedrag zou krijgen. Wat natuurlijk verantwoord besteed zou worden, maar niet dat daar voortdurend controle op was.

Ik weet wel dat dat niet gaat, ik wil hier niet naïef zijn. Maar ik vroeg me af of het echt zo mis zou gaan? Of dat we, misschien, heel misschien wel een rijker, diverser, gevarieerder veld zouden krijgen.

En bovenal vroeg ik me af of het niet duurzamer zou zijn. Ik dacht aan sociologe en econome Saskia Sassen, die me na het Paradiso-debat van Kunsten ’92 vorig jaar zei dat ze bij de eerste 15 uitgevers ‘nee’ had gekregen voor haar eerste boek. Dat is nu een klassieker. En dat ze zich blijft afvragen welke stemmen we missen. Hebben we gemist. Doordat ze in eerste instantie niet in de mal leken te passen. Omdat ze opgaven bij de 11e, 12e, 13e keer.

Ik dacht nog eens aan deze prijs en dat ik vanavond zou spreken over het belang van zo’n prijs. Van “het belang van vrijheid om te werken”, zo werd mij gezegd. Wat misschien nog wel meer het belang van vertrouwen geven/krijgen is. Ik dacht — wie hem ook wint — laat het niet de opstap zijn om in een mal te gaan passen. Laat het de aanmoediging zijn om door te doen. En sommige dingen vooral niet te doen. Een aanmoediging om door te gaan. Om te gaan. Doe de onverantwoorde dingen. Maak schitterende kunst. Zoals je toch al deed, anders zat je hier niet. Het is immers niet de loterij die je hebt gewonnen. Of een prijsbedrag in een tv-spel. Of een verloren stapel geld op straat. Het is een prijs. Een enorme erkenning voor dat wat je doet. Dus. Doe door. Doe door. Wees onverantwoord. En laat die mallen zich maar voegen naar wat jij aan het doen bent.