Welke decentralisatievariant voor uitbetaling van het pgb is het aantrekkelijkst?
In de voorgaande twee blogs heeft u kunnen lezen hoe gemeenten een decentralisatie van de uitbetaling en het beheren van persoonsgebonden budgetten (pgb’s) kunnen aanpakken en wat de visies zijn van de geïnterviewde gemeenten. In de vorige blog zijn drie hoofdvarianten beschreven, zie voor die blog: https://medium.com/@VeloA/decentralisatiemogelijkheden-voor-het-pgb-e8a742a69890#.p3x70tg1z. In deze blog wordt de keuze tussen de verschillende varianten besproken, welke variant het aantrekkelijkst is.
In de analyse zijn de volgende decentralisatievarianten meegenomen:
1. Rechtstreeks overnemen taken SVB
2. Versimpelen door o.a. controles achteraf
3. Digitaliseren en automatiseren
Bij het beoordelen van deze drie varianten zijn de volgende toetsingscriteria gebruikt: gebruiksgemak voor de budgethouder; fraudebestendigheid; kosten van implementatie en operationele kosten; implementatiegemak: zowel grote als kleine gemeenten moeten gemakkelijk kunnen adapteren.

Voor het bepalen van de meest voordelige variant is een ‘analytisch hiërarchisch proces’ (AHP) gebruikt. Deze methode gebruikt paarsgewijze vergelijkingen van criteria om ten eerste de gewichten van criteria in te schatten en ten tweede de varianten scores toe te wijzen op de verschillende criteria. In de AHP is het ‘nul-alternatief’ meegenomen. Het nul-alternatief houdt in dat de huidige situatie wordt aangehouden. Tegen de huidige situatie worden de varianten afgezet.
Analyse van de varianten
De beste variant wat betreft gebruiksgemak is het digitaliseren en automatiseren. Veel communicatie met de budgethouder verloopt in deze variant via een smartphoneapplicatie. Dit is voor iedere budgethouder of zijn vertegenwoordiger te handhaven en papieren administratie is niet meer nodig. Het verminderen van de controles krijgt een tweede plaats voor het gebruiksgemak. De budgethouder moet de zorgovereenkomsten op orde houden voor een eventuele controle en declaraties naar de gemeente sturen. Dit is een lichtere administratie dan het huidige proces. De directe procesovername van de SVB naar gemeenten is iets gebruiksvriendelijker voor budgethouders dan het huidige proces omdat er dan maar één partij is om mee te communiceren (alleen gemeente i.p.v. gemeente én SVB).
Op dit moment is er de mogelijkheid om fraudebestrijding centraal uit te voeren bij de SVB. Dit biedt mogelijkheden om fraudepatronen te herkennen. Wat goed is aan de ‘digi en auto variant’, is dat deze ook de mogelijkheid biedt om de fraudebestrijding centraal te houden, maar dit niet gedwongen bij de SVB neerlegt. De SVB mist de benodigde ICT om sterk te staan in de fraudebestrijding. Daarom is een derde partij waarschijnlijk een betere uitvoerder van de fraudebestrijding. Hiervoor is wel een wetswijziging nodig. Het rechtstreeks overnemen van het proces resulteert daarentegen in een decentrale uitbetaling en fraudebestrijding. Dat betekent dat patronen herkennen en het controleren van zorgaanbieders die actief zijn in meerder regio’s lastiger wordt. Ook de decentralisatievariant ‘controles achteraf uitvoeren’ zorgt voor een minder efficiënte fraudebestrijding.
De omschakelkosten zijn lastig in te schatten en er zullen veel verschillen zijn tussen gemeenten en de keuze van uitvoering. Als er regionale samenwerkingen zijn zal het kostenplaatje anders zijn dan wanneer er solitair gewerkt wordt, zeker voor kleine gemeenten. Wat de kosten betreft zal het waarschijnlijk het meest voordelig zijn om het proces zo simpel mogelijk uit te voeren. Dit kan door bijvoorbeeld variant twee, ‘controles achteraf’, in te voeren.
Qua omschakeling is het voor de gemeenten natuurlijk het minste werk om het huidige systeem aan te houden. Op het criterium ‘implementatiegemak’ scoort daarna ‘variant twee’ het best. Dit is het gevolg van de kleine hoeveelheid benodigdheden voor de omschakeling. Daarnaast maakt het in deze variant weinig verschil voor de processen of een gemeente groot of klein is. De derde variant komt hier op een derde plek omdat digitaliseringsinitiatieven centraal opgepakt kunnen worden. Daardoor kunnen kleine gemeenten gebruik maken van de ontwikkelingen door enkel software aan te sluiten. Deze variant vraagt wel de nodige inspanning en procesverbeteringen van de keten om implementatie mogelijk te maken.

De AHP wijst uit dat de ‘digitaliseren en automatiseren variant’ het best scoort op de gewogen criteria.
Advies
Deze uitkomsten zijn natuurlijk resultaat van een subjectieve analyse. De insteek was dan ook het mogelijk maken van oriëntatie op decentralisatiemogelijkheden en toetsingscriteria die daarbij in gedachten gehouden moeten worden. Mijn mening is dan ook dat er zeker een vervolgonderzoek moet komen naar alternatieven. Verschillende decentralisatievarianten kunnen worden meegenomen als alternatief in een uitgebreider onderzoek. Mijn advies is om in een vervolgonderzoek met goed beredeneerde kostenanalyses te komen en deze openbaar te maken.
Met behulp van deze gedeelde vindingen kunt u zelf een standpunt of alternatief ontwikkelen. Het kan daarnaast slim zijn om de politieke ontwikkelingen op het gebied van persoonsgebonden budgetten te volgen als u besluit naar decentralisatiemogelijkheden te gaan kijken.
Kevin Dekker (k.j.dekker@student.utwente.nl)