Mark Hoogstad (1970–2018)

Mark Hoogstad overleed vorige week dinsdag 27 november en hij zal worden gemist door politici, journalisten en Rotterdammers. Een gemis dat doorklonk in een opiniestuk van burgemeester Aboutaleb en de raadsleden Schampers en Buijt deze week. Zij schreven: “Niet alleen Rotterdam, elk lokaal bestuur heeft een journalist als Mark Hoogstad nodig.

Waarom gaan we deze stadsverslaggever zo missen? Om die vraag te beantwoorden wil ik iets zeggen over Mark Hoogstad én over de microkosmos, die biotoop op Coolsingel 40, het stadhuis van Rotterdam, waar hij lang zijn werk deed.

Mark Hoogstad

Mark Hoogstad begon zijn carrière als sportjournalist bij NRC Handelsblad. Met de hem kenmerkende bescheidenheid zei hij eens “Sportjournalisten zijn de beste journalisten.” Toen ik daar van de week over nadacht, moest ik hem postuum gelijk geven.

Over een sportwedstrijd kun je vaak maar weinig boeiends zeggen. Het zwembad is 50 meter lang. Het wereldrecord vrije slag staat al even op 46 seconden en 91 honderdsten. Een hockeywedstrijd duurt 70 minuten en aan het einde van het toernooi zijn de vrouwen weer wereldkampioen en de mannen weer niet.

Als sportjournalist moet je dus op zoek naar mooie verhalen en die vind je bij de mensen die achter een bal aan rennen of in het water liggen. Die sporters komen ergens vandaan en doen alles om een doel te bereiken. En als dat laatste niet lukt, komen ze met het stoom uit hun oren van het veld of uit water.

Een sportjournalist wordt per definitie ook een goede stylist, Je moet wel op zoek naar mooie metaforen en synoniemen. Een droog verslag (“Robbemond op Karnebeek”) van de gebeurtenissen begrijpt alleen de doorgewinterde sportjunk.

De vorming als sportjournalist nam Hoogstad mee naar de Coolsingel om daar de beste lokale journalist van het land te worden.

Mark was een geïnspireerde vakman. Het nieuws van overmorgen zou en moest eergisteren in de krant. Hoogstad keek daarbij altijd verder dan werkbezoeken, notities, aanvalsplannen en targets van het college van Burgemeester en wethouders. Hij paste ervoor om het doorgeefluik van de macht te zijn. Wethouder Kasmi was gisteren niet weggekomen met de quote: “Ik ga kijken wat het Zuiderlokaal nodig heeft. Daarnaast wil ik Los van dit sympathieke initiatief, breed in de stad kijken wat we kunnen doen aan ondersteuning van huiswerkbegeleiding.” Zeg dan niks.

Hoogstad was geboeid door de vraag: Wie zijn dat eigenlijk, die politici? Hoe verhouden ze zich tot elkaar? Als dít nu gebeurt, wat is dan de volgende zet? Wie zet wie politiek schaakmat? Als het nodig was om de druk op politici flink op te voeren dan liet hij dat niet na. Legendarisch zijn de sms’jes, tweets en telefoontjes. “Hallo, waarom laat je niks van je horen? Gaat het wel goed?” Als je dan niet reageerde, dan kwamen de tweets. In uiterst geval stond hij gewoon bij je op de stoep.

Mark moest het spel ook meespelen. Ik heb lang onderschat hoe moeilijk dat is. Op meerdere borden tegelijk schaken en niet vergeten wat hij van wie had gehoord óf tegen wie hij wat had gezegd. Eén foutje en je bent een goede bron voor jaren kwijt. Dat hij dat jarenlang volhield, is knap en dwingt respect af.

Als je zo je werk doet dan kun je een heel dik en goed boek schrijven over de Rotterdamse politiek in het afgelopen decennium. Ik weet nog dat ik dacht: wat een forse pil. Het is een ware explosie van informatie. Talloze gesprekken, appjes, mailtjes, situaties en uitspraken passeren in meeslepende stijl de revue .Wie deed het de afgelopen 10 jaar met wie en waarom? U, leest het in “Rotterdam, stad van twee snelheden”.

De microkosmos

Over het stadhuis op Coolsingel 40 wordt wel eens gesproken in termen van een ‘microkosmos’. Minister Hugo de Jonge deed dat bijvoorbeeld afgelopen maandag op deze plek.

De microkosmos van de Coolsingel is een biotoop die regelmatig de neiging vertoont om zich af te sluiten en naar binnen te keren. Voor te veel lokale politici is er niets belangrijkers dan de Coolsingel en wat daar allemaal voor moois wordt verzonnen en besloten. Hallucineren op de dampen van hun eigen scheten. Vertegenwoordigers van het volk doen het graag en veel.

Mark Hoogstad zette met zijn stukken, opinies en analyses de ramen van het stadhuis open. Hoogstad was de reality check binnen het ecosysteem. Een misstap kon je je niet veroorloven. Tenzij je jarenlang wegdook, zoals Joost Eerdmans. Onze Joost kon prompt een tweede termijn als wethouder vergeten. Met een Mark Hoogstad in topvorm had het nieuwe college met 10 wethouders ook nooit het levenslicht gezien. Wethouders die in de raad de hele tijd naar hun collega’s verwijzen omdat hun portefeuille in een miljoen stukjes is geknipt. Hoogstad had er meer dan raad mee geweten.

Mark Hoogstad maakte zich de laatste jaren steeds vaker druk over het spelbederf in de raadszaal. De rivalen staan negen van de tien keer met dampende hoofden tegenover elkaar, Leefbaar en de PvdA voorop. In zijn boek “Rotterdam, stad van twee snelheden” heeft hij het daarom over het “oververhitte” en “soms infantiele gedoe” aan de Coolsingel. In de inleiding van het boek verzucht hij: “Meer dan eens is dat gevoel mij de afgelopen jaren bekropen: de stad en haar bewoners zijn vele malen verder en volwassener dan al die nukkige Bokito’s op het stadhuis.

Mark Hoogstad maakt geen onderdeel meer uit van de microkosmos Coolsingel. Het is aan anderen om er weer wat van te maken. De prijs die vanavond aan de beste politicus wordt uitgereikt, is dit jaar daarom ook een aanmoedigingsprijs. Een aansporing om het politieke spel met verve en elan te spelen. De drie genomineerden Verkoelen, Van Baarle en Karremens hebben er de juiste grondhouding voor!