Voorrecht van huurgelden na faillissement uitgeklaard

Het lot van de huurgelden, verschuldigd na faillissement blijft in de praktijk vaak onzeker. Het Hof van Cassatie heeft duidelijkheid gebracht in een arrest van 3 mei 2013.

Indien de curator beslist de huurovereenkomst te beëindigen, dan gelden de schulden die ontstaan zijn tussen het vonnis van faillietverklaring en de beëindiging van de overeenkomst als schulden in de boedel. De verhuurder kan zich dan conform art. 20 Hyp.W. beroepen op het voorrecht van de onbetaalde verhuurder en wordt betaald enkel uit de opbrengst van al de goederen die het pand stofferen.

Wanneer na het faillissement de curator de lopende huurovereenkomst beëindigt, doch het onroerend goed verder gebruikt met het oog op het passend beheer van de failliete boedel, is de verschuldigde bezettingsvergoeding een schuld van de boedel. Deze schuld vormt dan een beheerskost van het faillissement en komt als eerste in rang om betaald te worden uit de realisatie van het gehele actief.

De verhuurder heeft er dus belang bij om snel duidelijkheid te bekomen. Hij beschikt daartoe over de mogelijkheid om conform art. 46 Faill.W. de curator aan te namen binnen de 15 dagen een beslissing te nemen over het verder zetten van de overeenkomst. Indien geen beslissing wordt genomen wordt de overeenkomst geacht te zijn verbroken door toedoen van de curator.

Youri Steverlynck, advocaat, www.lexeco.be