Over een gebrek aan nieuwsgierigheid

Afgelopen vrijdagavond trad ik op in Amsterdam. Voorafgaande aan mijn praatje was er een talkshow met jonge schrijvers. Jamal Ouariachi probeerde er wat van te maken, net als de anderen, maar wat waren ze slecht te verstaan. Er was ook een kwis waar ik in voorkwam. En er was drank. Er was geen fuck aan. Fietsend langs de onheilspellende grachten vroeg ik me af hoe het komt dat juist in Amsterdam literatuur een bijzaak in een doodlopende straat is geworden. Wat ontbrak was die opwinding die je moet voelen, de opwinding van “er is hier een schrijver die wat gaat vertellen. Laten we eens luisteren.” De nieuwsgierigheid moet gemobiliseerd worden, soms moet de nieuwsgierigheid een pak op de broek krijgen. Ik deed m’n business. Rumoer in het cafe. Na afloop vroeg ik me af hoe het toch komt dat als er een plek is waar literaire nieuwsgierigheid ontbreekt dat Amsterdam is. Wellicht is het nooit goed om dicht op de industrie te zitten omdat daar de kracht van de onttovering het grootst is. De eerste dag dat ik als schrijver in Amsterdam aankwam was ook de dag dat het gevecht tegen de onttovering van de literatuur begon.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.