Gisteren

We zijn niet alleen. We zijn ook niet samen. Eindelijk ben ik alleen. Voor het raam hangt mijn ziel te drogen. Buiten zorgen de mensen ervoor dat ik me niet hoef te schamen voor de mensheid. Wat werken ze hard. Rond het middaguur verlaat ik het huis voor boodschappen, frisse lucht en wat gezelligheid. Als ik terug kom ben ik geen stap verder gekomen. Het blad staart me aan. De wereld staart me aan. Ik kan niet wegkijken. Ik moet door. De avond valt zonder dat ik een steek opgeschoten ben. Weer een dag verspild. In bed probeer ik zo snel mogelijk in slaap te vallen, voordat ik in razernij ontbrand.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.