Identiteit

In mijn jeugd ben ik veel alleen geweest. Zoveel, dat het verbonden voelen met iemand nog steeds als iets nieuws aanvoelt. Ik heb nog steeds nauwelijks begrip van wat vriendschap is of hoe het voelt.

Mijn herinneringen beginnen rond de basisschool. Van daarvoor heb ik ook herinneringen, maar dat zijn er nog veel minder. Ik speelde vaak alleen in de zandbak. Of deed mee met spelletjes, zoals tikkertje. Vaak hing ik rond docenten. Die vertelden mij alleen om met andere kinderen te gaan spelen.

Tegen het einde van de basisschool (ik zat toen in een aparte kleinere klas met meer aandacht) begon de puberteit bij veel kinderen eerste stappen te zetten. Samen spelen was niet leuk meer. Nu ging je zitten kletsen met elkaar, iets dat ik toen nooit begreep. Ook nu nog gaat het bij mij niet bepaald vanzelf. Uit deze tijd kan ik mij ook de eerste keren herinneren dat ik gepest werd.

Met de middelbare kwam ik ineens in een andere omgeving met andere verplichtingen. De basisschool en middelbare school werkten veel samen en hadden dezelfde filosofie, dus het was gebruikelijk dat veel kinderen naar die middelbare gingen. Ik werd in een andere groep gezet dan die van groep 3 t/m 6 van de basisschool, want daar had ik me niet zo thuis gevoeld. Toch zag ik veel van mijn oude schoolgenoten terug. Hier werd ik zo nu en dan ook gepest, maar mijn herinnering is zo vaag van die periode dat ik daar weinig met zekerheid over kan zeggen. Wat ik wel weet, was dat ik toen ook veel alleen was.

Later in de middelbare kwam ik in het pauzelokaal: een apart lokaal voor mensen die sneller overprikkeld zijn in de drukke en volle schoolkantine. Hier verbleef ik veel pauzes, maar voelde me daar steeds minder op mijn plaats tussen andere kinderen met autisme. Tot ik een crush had op een schoolgenoot en daarmee in een andere vriendengroep belandde. Helaas heb ik die anderhalf jaar durende verliefdheid nooit durven te laten blijken aan haar (al was het nooit wat geworden achteraf gezien) en waren de ‘vriendschappen’ wel heel oppervlakkig binnen die vriendengroep. Maar het was een begin.

Aan het begin van het laatste jaar was dan de Romereis, bedoeld als eindreis. Met een eerdere kunstreis (Parijs) was ik al eerder in een dergelijke situatie geweest, maar dit was anders. De reis duurde langer, er was meer vrije tijd (chillings!), en ik was vooral al wat ouder. Hier zette ik mijn eerste stappen in het laten gaan van mijzelf. Ik dronk bijvoorbeeld voor het eerst Fanta, iets dat voor mij nieuw was aangezien ik niet zo van (veel) koolzuur houd. Veel belangrijker, ik zette de eerste stappen in iets dat op uitgaansleven leek. We hadden een mooie plek gevonden waar we elke avond weer terugkwamen, een rustig stukje Rome midden in het centrum, waar we ‘s avond pizza aten (dat werd verkocht op elke straathoek) en bier dronken. Ik proefde er wat van, en kwam er toen al snel achter dat ik vooral hield van de alcoholische dranken die vrouwendrankjes genoemd worden. De ervaringen deze week zijn moeilijk vergelijkbaar met wat dan ook dat ik in mijn leven heb meegemaakt: alles was nieuw en overweldigend en zo mooi. Ik voelde me anders daarna veel mensen vertelden mij dat die reis mij heeft veranderd.

Ongeveer een jaar en twee bijna-burnouts later (voor het schoolexamen) begon ik aan mijn nieuwe studie aan de universiteit. Ik dook er meteen helemaal in het studentenleven. Ik heb veel dingen voor het eerst gedaan tijdens de introductie, zoals uitgaan. Al snel ontdekte ik een wat alternatievere studentenvereniging waar ik me wel thuis in voelde en waar ik nog altijd lid van ben. In deze tijd leerde ik steeds beter te navigeren over de sociale wateren. Eigenlijk is mijn persoonlijke ontwikkeling pas echt vanaf dat moment op gang gekomen, in zo’n nieuwe omgeving en bij mensen waar ik me thuis bij voelde. Helaas waren de meeste contacten van toen heel oppervlakkig, ik hield er geen echte vriendschappen aan over.

Hoewel het in eerste instantie heel goed leek te gaan, was dat slechts tijdelijk. Mijn studieprestaties liepen hard achteruit. Ik kon mij steeds slechter concentreren. In mijn hoofd gebeurden ook allerlei dingen die ik niet echt begreep. Uiteindelijk betekende dit dat ik weer stopte met mijn studie (ik nam toch al niks meer op) en ruim een jaar thuis zat in de bureaucratische molen en op wachtlijsten voordat ik beschermd kon gaan wonen. Thuis bij mijn ouders voelde ik me totaal niet op mijn plaats en trok ik me terug, maar ik hing veel rond bij de studentenvereniging.

Bij de studentenvereniging leerde ik veel. Maar afgelopen zomer merkte ik dat alleen daar rondhangen ook beperkend is. Bij de vereniging hangt een bepaalde sfeer en sommige dingen worden daar juist minder geaccepteerd dan op andere plaatsen, zoals een meer flexibele omgang met gender. Genderrollen worden daar zelfs extra benadrukt, bijvoorbeeld doordat sommige mannen veel waarde aan baarden hangen (“How do you call men without beard? Women”). Die zomer leerde ik namelijk twee mensen (beter) kennen die allebei niet in de traditionele binaire genderhokjes passen: een transgender, de ander genderqueer.

Vriendschap buiten de vereniging, echte vriendschap, begon meer iets te zijn waar ik behoefte aan kreeg. Hierbij kom ik dan wel ongelooflijk veel onzekerheden tegen. Veel gedachten ontstaan in mijn hoofd, zoals: ben ik goed genoeg voor hen? Willen ze me wel kennen? Ben ik niet te opdringerig, te veel vragend? Kan ik hun eigenlijk wel iets bieden in de vriendschap (wederkerigheid)? Dit zijn nog altijd vragen waar ik mee worstel. Want: vaak zal er geen probleem zijn, maar zie ik het als dat er wel is, en hoe ga ik daar mee om?

In het nieuwe studiejaar heb ik een relatie gekregen die uiteindelijk nog 4 maanden heeft geduurd. Ik miste vooral de emotionele intimiteit en het simpelweg genoeg tijd voor elkaar vrij maken, dus was het voor mij geen echte relatie en heb ik het uitgemaakt.

De laatste weken ga ik weer meer om met huisgenoten. Wat ik heel fijn vind is dat ik veel makkelijker met hen kan praten over mijn twijfels en onzekerheden. Ook probeer ik weer meer contact te krijgen met mijn zusje. Ook daarin kom ik veel onzekerheden tegen, deels ook omdat we best anders van karakter zijn. Met haar doe ik nu een training om beter met mijn autisme om te leren gaan, dus het is goed om elkaar wat vaker te zien buiten die trainingen.

Als ik terugkijk naar de afgelopen jaren, zie ik dat ik best flink ben gegroeid. Ik ben benieuwd hoe ik over bijvoorbeeld 10 jaar zal zijn, of al over 3 jaar.