Waarom mijn moeder zo gek nog niet is

Onderstaande column heb ik 15 maart jl. voorgelezen bij de Verkiezingsshow op de TU Eindhoven; spreektaal en studenten-verwijzingen te over, dus. 
Ik wil Studium Generale Eindhoven bedanken dat ze mij hiervoor hebben uitgenodigd, het was erg leuk om te doen.

Ik ben politiek actief geworden in 2011. Dat was namelijk het moment dat mijn moeder zei dat ik op Jesse Klaver leek.

Het voelde daarna alsof ik zelf in de kamer had plaats genomen. Mijn moeder vertelde aan steeds meer mensen dat haar jongste zoon op Jesse Klaver leek. En waar het in het begin alleen maar ging over onze lange, krullende haren, werden de vergelijkingen steeds groter en groter, zodanig dat ik haar in staat achtte om langs de deuren te gaan om het evangelie van de Jessias te verkondigen. Zo had ik net als Jesse Klaver een Joodse neus, had ik net zulke mooie bruine hertenogen als hem en leek mijn Brabantse tongval ook op die van Jesse. Ja jongûh, mijn moeder liet zelfs Jesses handtekening aan me zien en zei dat als ik goed keek ik er mijn naam in kon zien.

Het ‘bewijs’

Als klap op de vuurpijl trouwde Jesse Klaver — nee, gelukkig niet met mijn moeder. Hij trouwde met Jolein. De naam van mijn vriendin? Rolijn. Jessias Christus nog aan toe.

Het is wel duidelijk nu, hè. Mijn moeder is in de ban van de Jessias als Frodo van de One Ring en dat kleurt haar politieke voorkeur groen. Natuurlijk, de liefde voor haar precious maakt blind, wat het ogenschijnlijk onmogelijk maakt om het Groenlinks-partijprogramma objectief te lezen.

Je kunt dus je vraagtekens zetten bij zo’n partijkeuze die niet verder kijkt dan de ideologische windmolen waar de Jessias aan gekruisigd is.

Toch vraag ik me af… Is het lezen van hele partijprogramma’s wel een effectief middel om tot een keuze te komen? Behalve het A4’tje van de PVV, bevatten ze nog meer informatie dan de studeerwijzers van al jullie vakken bij mekaar, laat staan dat het de vraag is of al die standpunten wel met elkaar verenigbaar zijn. Hoeveel mensen zijn dán in staat om een gebalanceerde afweging te maken tussen alle voors en tegens? Is een partij-ideologie niet genoeg?

Ik heb hier een voorbeeldje over. 17 jaar geleden is er een experiment uitgevoerd in een Amerikaanse supermarkt, waar wetenschappers een stalletje hadden neergezet waar je jam kon proeven én kopen. Op de eerste dag konden klanten kiezen uit 6 smaken, terwijl er op de tweede dag 24 verschillende smaken waren. Ja, 24 smaken jam, ik wist ook niet dat dat kon — dan kom je vast uit bij Patatje Joppie-jam, of zo.

Anyway, wat het experiment liet zien is dat klanten bij het stalletje met 24 smaken weliswaar meer soorten jam proefden, maar dat het stalletje met zes smaken juist meer jam verkocht. Kortom, extra opties leidden niet tot keuzes, maar verlamden de klanten.

Nu hoor ik sommigen van jullie al denken: Alain, wat is dit nou weer voor links-gesubsidieerde fopstudie. Meer keuze is meer beter! Nou, ten eerste kan ik je dan gewoon een stemadvies geven voor het Forum voor… Lavendel-Democratie of zo.

Ten tweede, denk ik dat de meeste mensen, waaronder ik, wel degelijk last hebben van zo’n keuze-overload. Elke dag is er wel een debat, elke dag ontvang je tientallen, zo niet honderden Tweets en Facebook-berichten met campagne-blabla, en de laatste weken krijg je ook nog eens elke dag flyers in je handen gedrukt alsof het weer de intro-maandag op het Limbopad is.

En dan heb je die partijprogramma’s dus nog niet gehad! In mijn ogen zijn er geen zwevende kiezers, maar verdwaalde kiezers, kiezers die hebben geprobeerd om zich goed te informeren en nu door politieke inhakers de partij-standpunten niet meer kunnen zien.

Goed, aan het aantal partijen kunnen we dan niks veranderen, maar wel aan de manier hoe je je keuze maakt. Geen partij past ooit perfect bij je, en daar zul je je bij moeten neerleggen. Een fatsoenlijke keuze kun je gewoon het beste maken door een paar electorale bochten af te snijden en je stem te baseren op een paar hoofdstandpunten waarvan je wil dat ze overeind blijven aan de formatie-tafel.

Daarom denk ik dat mijn moeder zo gek nog niet is. Kijk, dat zij in feite fan is geworden van haar eigen zoon is één ding — de Jessias heeft natuurlijk zijn looks mee — maar zij is ook een groot voorstander van duurzaamheid, een groenere wereld en minder auto’s. Dit zijn prima uitgangspunten om een stem op te baseren, zonder dat ze het verdere partijprogramma van voor tot achter kent.

Natuurlijk, volgend jaar kan de politiek ons best een handje helpen door populistische uitspraken over studenten te doen. Dat Buma volgend jaar zegt dat het ‘echt erg’ is dat men niet meer het Io Vivat zingt aan het begin van elk college. Dat Geert roept dat er ‘minder, minder matrixen’ op het lineaire algebra-tentamen geveegd moeten worden. Dat de VVD posters heeft met ‘Borrelen op donderdagmiddag na vier uur: heel normaal’. Of gewoon posters met ‘Goed onderwijs, goede feestjes, nog betere seks, D66 krijgt het voor elkaar.’

Ach, tot dát zover is, wil ik slechts één stemadvies aan jullie geven. Dan wel voor vandaag, dan wel voor de volgende keer: Zoek iemand die op je moeder lijkt.

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Alain Starke’s story.