Leonard Cohen kerkdienst

Uit: Anthem

Liederen en preek / 28 februari / De Duif, Amsterdam 
Muziek: Leonard Cohen
Dienst: Diana Vernooij en Alain Verheij

Eerste lied: Hallelujah

Natuurlijk de grote kraker als binnenkomer. Maar gaat het lied nou over een getroebleerde liefdesrelatie of over een geloofsstrijd? En is er een verschil voor Cohen? Wie zal het zeggen.

Lied: if it be your will

Een ultiem lied van overgave. ‘Welk lied had jij graag willen schrijven?’, vroegen ze ooit aan Cohen. ‘If it be your will’, was het antwoord, ‘en ik heb het geschreven.’

Eerste Bijbellezing - Exodus 6: 2–9

God zei tegen Mozes: Ik ben de Ene. Ik ben aan Abraham, Isaak en Jakob verschenen als God, de ontzagwekkende, maar mijn naam ‘Ene’ heb ik niet aan hen bekend gemaakt. Ik heb met hen mijn verbond gesloten en Kanaän aan hen beloofd, het land waarin zij als vreemdeling hebben gewoond.

Ik heb het gejammer van de Israëlieten over de slavenarbeid die hun door de Egyptenaren is opgelegd gehoord, en dat heeft mij aan die belofte herinnerd. Daarom moet je dit tegen hen zeggen: “Ik ben de Ene, ik zal de last die de Egyptenaren jullie opleggen van je afnemen, ik zal jullie uit je slavenbestaan bevrijden. Met opgeheven arm zal ik jullie verlossen en de Egyptenaren zwaar straffen. Ik zal jullie aannemen als mijn volk en ik zal jullie God zijn. En jullie zullen inzien dat ik, de Ene, jullie God ben die jullie bevrijdt van de last die je door de Egyptenaren is opgelegd. Ik zal jullie naar het land brengen dat ik onder ede aan Abraham, Isaak en Jakob beloofd heb; dat land zal ik jullie in bezit geven. Ik ben de Ene.”

Mozes bracht dit aan de Israëlieten over maar ze wilden niet naar hem luisteren moedeloos als ze waren door de zware dwangarbeid.

Lied: Come healing

Come healing — een recent lied uit 2012 dat om genade vraagt voor het moedeloze volk — toen in Egypte, vandaag ook nog overal.

Tweede Bijbellezing - Psalm 77: 17–21

Toen het water u zag, o God,
toen het water u zag, begon het te beven,
een huivering trok door de oceanen.

De wolken stortten water,
de hemel dreunde luid,
uw pijlen flitsten heen en weer,
uw donder rolde dreunend rond,
bliksems verlichtten de wereld,
de aarde trilde en schokte.

Door de zee liep uw weg,
door de wijde wateren uw pad,
maar uw voetsporen bleven onzichtbaar.

U leidde uw volk als een kudde
door de hand van Mozes en Aäron.

Lied: Anthem

De zanger van Psalm 77 is vermoedelijk in ballingschap weggevoerd, voor zijn volk is weinig hoop. Hij denkt: laat ik ons oude lied weer eens zingen, dat lied van bevrijding van slavernij. Zo ook Cohen: ring the bells that still can ring, zie wat er nog voor klank uit te halen valt, geef de moed niet op — there is a crack in everything, that’s how the light gets in.

PREEK

We hebben het Exodus-verhaal gehoord, het grote oerverhaal, dat overal blijft doorklinken in de traditie van jodendom en christendom. Het joodse volk is in slavernij in Egypte, en een mens, Mozes, hoort van een God dat die slavernij voorbijgaat. Het volk wordt verlost. Bevrijd, weg uit Egypte. Het Exodus-verhaal, het oerverhaal, maar ik zat met een aantal van jullie hier aanwezig om de tafel en ik vroeg mezelf en jullie: kunnen we er nog wat mee? Die verhalen uit een andere tijd, een tijd van volken die elkaar met zwepen dwingen om piramides te bouwen in de brandende zon. Als God zich bekendmaakt als de bevrijder-uit-slavernij moeten wij vandaag de dag even extra nadenken wat die God ons nog zegt. Hebben we vandaag nog slavernij, vroeg ik een aantal mensen hier. Hebben we nog bevrijding nodig? Anders heb je ook niks meer aan die God met z’n verhalen.

Ja, kwam eruit.

We hebben vandaag nog slavernij. Daar was ik blij mee, want volgens mij, als je als mens op deze wereld zegt: nee hoor, ik zie nergens onderdrukking, dan ben je zelf de onderdrukker.

De kern van die slavernij in Egypte is dit: het volk Israël was gedegradeerd tot pakezel. De joden mochten geen mens meer zijn, ze waren naamloos en werden door niemand gehoord, 
 er werd hen geen thuis gegund, maar ze moesten andermans huizen bouwen.

Gebeurt dat nog steeds? Ja, beter gezegd, hebben we geconstateerd: we láten dat nog vaak gebeuren. We laten ons eigen mens-zijn nog vaak afpakken als we onszelf voor verkeerde karretjes laten spannen. Stress is een bekende plaag, burn-outs worden een volksziekte.

We omringen ons met verplichtingen, we voelen dat we aan verwachtingen moeten voldoen — aan een schoonheidsideaal, gezond eten, uitblinken op je werk, geen film-boek-programma mogen we missen. Slavernij tegenwoordig, zou je kunnen zeggen, is een stuk ingewikkelder en venijniger. Het zijn onzichtbare dingen of groepen mensen die ons verslaven,
 of we zijn het zelf. Het zijn vaak ook in principe goede dingen die slaven van ons maken. Omdat ze doorslaan naar obsessie en dwangneurose.

Zoiets was onze conclusie. Ik maak het toch nog even pijnlijker, hoor, want het gaat te snel. Slavernij zoals de joden dat beleefden is vandaag de dag namelijk groter dan ooit. Er zijn miljoenen naamlozen die aan dwangarbeid worden gezet in 2016. Maar wij zijn niet meer de slaven, we zijn soms betrókken bij de onderdrukking. Veel van de kleding en apparaten die we kopen zijn door moderne slaven gemaakt. En wij weten het niet, of we willen het niet weten. Het is dus wat ingewikkelder dan toen, giftiger en complexer, dus die God van bevrijding kunnen we nog net zo goed gebruiken als toen. Om ons te bevrijden van zichtbare en onzichtbare farao’s, of om ons te confronteren met het feit dat we zelf een farao zijn voor onszelf of voor anderen.

We hebben het Exodus-verhaal gehoord, zei ik, het grote oerverhaal van bevrijding, maar dat is natuurlijk niet waar, he. We hebben gelezen in Exodus 6 dat God een bevrijding belóóft. En in Psalm 77 horen we hoe de zanger terúgkijkt op die bevrijding. Vóóraf en àchteraf, dus. Dat kennen we — vooraf is er slavernij. Die hebben we net omschreven. Achteraf is er vrijheid. Die kennen we ook. Als je vrij bent mag je jezelf zijn, dan heb je een veilig thuis, ergens waar je je ware gezicht kunt laten zien, waar ze je naam kennen. Bestaansrecht, het besef dat je toch echt wel iets voorstelt. En, zo zeiden we tegen elkaar: vrijheid geeft ook weer nieuwe verantwoordelijkheid. Nieuwe uitdagingen. Voor je het weet: nieuwe slavernijen. Vooraf slavernij, achteraf vrijheid. Dat kunnen we omschrijven. Wat we moeilijker kunnen omschrijven, is de bevrijding zelf. Waar zit dat nou in, die bevrijding?

Hoe bereik je het?

Eerlijk gezegd kwamen we daar met elkaar totaal niet uit. Komt bevrijding door de liefde van een medemens? Door de ander die je de waarheid eens zegt of je laat merken dat je bestaansrecht hebt? Nee, zegt de één, de bevrijding moet van binnenuit komen, zit al in jezelf, je moet niet op anderen leunen.

Ik zeg: echte bevrijding komt van God, zit hem in een revolutie van goddelijke liefde.

Een goddelijke, verzoenende liefde die soms in je opwelt, soms als een deken over je heen valt, soms tot je komt in de gedaante van je naaste.

Maar het blijft ongrijpbaar, die bevrijding die de crux van het bestaan is.

Uw weg liep door de zee, dat zegt de zanger van Psalm 77.

Dat heeft hij van horen zeggen. Want hij zegt daarna: uw voetsporen bleven onzichtbaar.

Wie ben ik, Alain Verheij, dan om hier als theoloog Alain Verheij voor u te gaan staan en te zeggen: Alain Verheij zal u wel even vertellen hoe je bevrijding gaat vinden? Nee, Alain Verheij stamelt en zegt: de bevrijdende liefde is, geloof ik, hoop ik, soms even tastbaar.

U denkt misschien: waarom zegt die jongen zijn naam ineens vier keer? Dat doe ik om erop te wijzen dat God het ook vijf keer doet in die korte bijbeltekst in Exodus. Kijk eens mee in Exodus 6, en kijk hoe vaak je daar de godsnaam, ‘de Ene’, ziet. Steeds maar die naam. En dan wil je wat zeggen. God noemt steeds zijn naam, heeft het over een verbond, God-de-bevrijder belooft dat hij zich aan ons verbindt. Maar die naam staat nu in onze bijbel als ‘de Ene’. Omdat we geen idee hebben hoe we het uit moeten spreken. En we durven het niet. Net als die voetstappen van God die onzichtbaar bleven is zijn naam ook onnoembaar. Die Ene, zeggen we dan, en dan weten we tegelijkertijd heel goed en helemaal niet over wie we het hebben. Joden, en dat zie je ook de hele viering door in de teksten van Cohen, noemen God vaak ‘haShem’, en dat betekent simpelweg: de Naam.

De bevrijdende liefde gaf ons haar naam omdat ze niet wil dat we ooit zeggen: dat mag geen naam hebben. De bevrijdende liefde gaf ons haar naam, maar hij was wel onnoembaar.

Voor dat mysterie, voor die tegenstrijdige belofte leef je als gelovige. Je volgt het spoor van een bevrijder met onzichtbare voetstappen. Je zingt de lof van een naam die je niet durft te noemen. Laten we die levenshouding in Godsnaam aandurven. Laten wij de diepste zee te trotseren, met als enige wapen een verhaal over weggespoelde voetstappen.

Laten we in Godsnaam overal waar we komen en onvermijdelijk onrecht ontmoeten, bevrijding durven preken, niet omdat we die bevrijding zien, niet omdat we die bevrijding kennen, maar omdat een oud krakkemikkig verhaal maar hardnekkig blijft beloven dat er een God is die de wereld op zijn kop zet.

Laten we, terwijl we benoemen wat er mis is, terwijl we benoemen wat er anders had gemoeten, terwijl we benoemen wat er niet kan, wat er niet mag, wat er niet had moeten zijn, terwijl we chagrijnig alle hopeloze zekerheden benoemen, laten we het in Godsnaam aandurven om ook steeds de Naam te roepen die ons gegeven is maar die we niet kunnen noemen, die cruciale hoop geeft en tegelijk fundamenteel onzeker is.

Slavernij zal er zijn — altijd. Snakken naar vrijheid zal er zijn — altijd.
De onnoembare Naam die wij bij ons dragen is Hebreeuws voor
ik zal er zijn — amen.

Lied: Born in chains

De ultieme gospel, waar hij meer dan veertig jaar aan werkte voor het uiteindelijk uitkwam op Popular problems in 2014.

Lied: Suzanne

Voor het breken van brood en het drinken van wijn luisteren we Suzanne en lezen we de Nederlandse vertaling van Rob Chrispijn (ooit gezongen door Herman van Veen):

en Jezus was een visser,
die het water zo vertrouwde,
dat Hij zomaar over zee liep,
omdat Hij had leren houden
van de golven en de branding,
waarin niemand kan verdrinken,
Hij zei: ‘Als men blijft geloven,
kan de zwaarste steen niet zinken’.
Maar de hemel ging pas open,
toen Zijn lichaam was gebroken
en hoe Hij heeft geleden,
dat weet alleen die Visser aan ‘t kruis
en je wilt wel met Hem meegaan,
samen naar de overkant
en je moet Hem wel vertrouwen,
want Hij houdt al jouw gedachten in Zijn hand.

Uitnodiging voor brood en wijn

De hemel ging pas open toen Jezus’ lichaam was gebroken,
 zingt Cohen.

De Naam, de Naam is gebroken in al zijn atomen,
 zong Cohen in het lied daarvoor.

Waar gebrokenheid is, is de lucht zwanger van Gods bevrijding.

Daarom breekt de kerk al tweeduizend jaar brood, 
 en zeggen we: dit brood, dat staat voor een gebroken lichaam

Daarom schenkt de kerk al tweeduizend jaar wijn,
 en zeggen we: deze wijn, die staat voor bloed.

Door dat brood en die wijn te nemen zeggen we:

Hier en nu wil ik één worden met die gebrokenheid,
 hier en nu wil ik de scheuren omhelzen waardoor het licht naar binnen komt.

Hier en nu wil ik de Naam tot me nemen en door mijn lichaam laten gaan.

Het mooie van breken is dit — dat iedereen erin kan delen.

En dat herinnert ons eraan dat we samen één lichaam vormen.
 We zijn samen, dus jouw kras is mijn kras,
 we zijn samen, dus jouw hoop is mijn hoop.

we zijn samen, dus jouw God is mijn God,

en die God heeft een Naam die van mens tot mens,
 van volk tot volk, van tijd tot tijd, wordt doorgegeven.

Weet je welkom om daaraan mee te doen, hoe veel of weinig je er ook van gelooft — ontvang de wijn die zegt: in Godsnaam, er hoeft geen bloed te blijven vloeien hier op aarde. Ontvang het brood dat zegt: in Godsnaam, we kunnen harmonieus samenzijn als één gaaf lichaam hier op aarde.

Dat zijn dan de grote woorden, en voor je het weet is het allemaal weer verteerd zoals ooit Gods voetstappen van de bodem verdwenen — maar die grote belofte is dan wel door ons lichaam heen getrokken als brandstof voor de hoop.

Lied: Amen

Het is 2012 en Cohen worstelt nog steeds met God, tussen hoop en vrees. ‘Zeg het me eens, als ik door alle horror en ellende heen ben geweest, dan zul je van me houden… Toch?’

Lied: You got me singing

Het lijkt wel of Cohen pas aan het eind van zijn oeuvre — zijn laatste album, 2014 — zo ver is, dat hij een licht loflied over zijn lippen krijgt — een simpel halleluja, deze keer.