Het is 31 december 2017 en ik heb aan mezelf beloofd dat ik deze brief zou schrijven. Al honderden keren heb ik gedacht hoe te beginnen, in welke taal ik hem zou schrijven en voor wie hij bedoeld zou zijn. Op al die vragen heb ik nog steeds geen antwoord. Maar het is 31 december, dus hier ga ik.

Het is 31 december en sinds midden oktober heb ik niet meer gewerkt. Niet omdat ik een grote droom wou verwezenlijken of omdat ik een heel erge fysieke aandoening heb. Ik heb sinds oktober niet meer gewerkt omdat het even niet meer ging. Ik was nog aan het zwemmen, maar mijn hoofd kwam nauwelijks nog boven water. “Luctor et Emergo,” dacht ik. Ik worstel en kom boven. Weken, maanden gingen voorbij. Blijven doorgaan, dan zal het wel beter gaan.

Het ging niet beter.

Wanneer het begon? Ik weet het niet precies. Er is niet één moment, één gebeurtenis.

Januari - 2017 begint fantastisch. Nieuwjaar in Rio met drie van mijn beste vriendinnen. Alles waar een mens van kan dromen. Toffe job, toffe vrienden, iedereen gezond.

En toch. Toch is er iets dat niet helemaal klopt. Alleen zie ik het zelf nog niet. Het gevoel bekruipt me. Traag, gestaag, maar zeker.

Maart - Iemand trekt aan de alarmbel. Iemand die het wel ziet. Iemand die mij er op dat moment niet alleen mee confronteert, maar aanbiedt om het mee beter te maken.

Urenlang, avonden lang, worstel ik, met haar aan mijn zij, met oude demonen. Laag per laag littekenweefsel wegschrapen en oude wonden blootleggen. Het is pijnlijk, bij momenten ondraaglijk, maar nodig.

Elke keer leer ik weer iets bij over mezelf en langzamerhand gaat het steeds beter.

Juni - 2017 is me niet goedgezind. Net als ik denk dat ik er bijna ben trekt er een nieuwe schaduw over mijn leven. Eén van de personen die me het meest dierbaar is wordt ziek en sterft. Met haar verlies ik een stuk van mezelf.

Ik begraaf me in mijn werk, want daar voelt alles eindelijk een pak beter. Met dat als houvast lukt het wel, denk ik. Ik sla me er wel door. Tijd brengt raad en heelt alle wonden. Hoera! Opgelost!

Juli – Een paar weken later. Er zijn veranderingen op til op het werk. Veel collega’s verliezen hun job. Teams worden door elkaar geschud.

Ik mag blijven, maar de inhoud van mijn job verandert volledig. Er breekt iets in mij. De naïeve loyauteit die ik voelde is weggevaagd.

Ik beslis voor mezelf dat ik niet blijf, en zoek me een loopbaancoach. Ondertussen “geef ik het een kans”, zoals mijn manager aanraadt. We weten allebei dat we niet blij zijn met onze nieuwe job.

Het vreet aan me. Doen alsof was nooit mijn ding.

Elke dag wordt meer en meer een strijd tegen mezelf. Het komt tot een punt waar ik meerdere keren per dag buitenga omdat ik het gevoel heb dat ik niet meer kan ademen. Dat mijn longen zich niet meer vullen.

Ik maak overuren op het werk omdat ik me schuldig voel dat ik niets doe. Ik staar 10u per dag naar mijn computerscherm en klik dingen open en weer dicht.

Opnieuw zie ik zelf niet hoe diep ik zit en hoe ik mezelf elke dag dieper duw.

Oktober Opnieuw trekt er iemand anders aan de alarmbel, en overtuigt me, met veel moeite, om naar de dokter te gaan.

Twee weken thuis. “Yes,”, denk ik, “wat ademruimte zal me goed doen”. Even rusten en dan zal het wel weer gaan. Ik richt de living her in en ik ruim alle kasten op.

Na een week keert mijn gevoel. Ik begin te huilen en ik kan niet meer stoppen.
Ik kan eindelijk aan mezelf, en aan de dokter, toegeven dat het echt niet goed met me gaat.

Ik zoek professionele hulp op aanraden van mijn dokter. Na een desastreuze eerste poging kom ik terecht bij een psychologe waarmee het klikt.

31 december 2017 - Twee weken worden er uiteindelijk twaalf. Twaalf weken van vallen en opstaan. Twaalf weken van aan mezelf en anderen toegeven hoe hard ik was gekwetst en hoe slecht ik me voelde. Twaalf weken van wenen, slapen, iets proberen, falen, nog eens proberen en nog eens falen.

Twaalf weken van mezelf tijd gunnen terwijl mijn trein normaal aan 200 per uur doorraast, en omgaan met de frustratie.

Ik denk niet dat ik ooit al harder heb gewerkt dan in de twaalf weken dat ik niet heb gewerkt.

En ik ben er verdomd trots op.

Want die twaalf weken waren ook twaalf weken van boven mezelf uitstijgen, van blijven proberen met respect voor mijn eigen grenzen tot het uiteindelijk lukt.

Twaalf weken waarin ik heb gevoeld wat een fantastisch sterk netwerk ik heb van mensen die om me geven, en die er stonden toen ik ze nodig had, soms tegen wil & dank.

Ik heb vorige week voor de eerste keer terug met mijn manager gesproken. Hij was oprecht blij me te zien. En, tegen mijn eigen verwachtingen in, ik ook om hem te zien. Acht januari ga ik weer aan het werk. Mijn baas weet dat ik iets anders zoek. Dat voelt juist. Deze keer doe ik het op mijn manier.

Ik had niet op meer begrip kunnen rekenen, en daar ben ik enorm dankbaar voor. Ik heb gesolliciteerd voor een job waar ik van droom. Misschien wordt het iets, misschien niet, we zien wel.

Ik ben klaar om 2017 af te sluiten. Zoals elk goed proces is ook dit proces niet af. Ik ga nog steeds naar mijn psychologe, en er zijn nog steeds slechte dagen en momenten.

Dit jaar heeft me veranderd. En hoe moeilijk het ook was, ik ben dankbaar voor wat ik heb geleerd en wie ik ben, en ben geworden. Want uiteindelijk ben ik nog steeds dat. Mezelf.

Annemie

31 december 2017
Trein Ella-Nanuoya, Sri Lanka

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.