Pride-overwegingen

Intro
Op een druilerige zaterdagmorgen begon in Amsterdam de Pride-week. Jaarlijks in de eerste week van augustus kunnen Amsterdammers vieren dat ze blij en trots mogen zijn wie ze zijn. Voor een week is inclusie het motto waar de rest van het jaar uitsluiting en rivaliteit prominenter gelden.
Ook staan we stil bij wat niet goed gaat in onze seksueel diverse wereld en geven uiting aan ons verzet tegen misstanden, zowel in eigen land als ver daarbuiten, in de eigen community zowel als de samenleving als geheel.
Eerder heb ik betoogd dat het PrEP-discours een perfecte graadmeter vormt voor de stand van de homo-emancipatie. Ik noemde PrEP een emancipatiepil en de weigering zo’n efficiënt hiv-preventiemiddel fatsoenlijk beschikbaar te maken een uiting van verhulde homofobie. Desgewenst leg ik het nog weleens een keer uit.
I
PrEP is een anti-hiv-pil. Je slikt deze netjes en je krijgt geen hiv. Iedereen snapt het nut en de betekenis van zo’n pil. Ook Edith Schippers, demissionair minister van Volksgezondheid en Andere Overbodige Dingen die Geld Kosten. Maar Edith heeft hier geen belangstelling voor. Zij is al druk bezig met haar toekomstige carrière in de farmaceutische industrie.
De teller op de PrEPnu-website telt momenteel 437 nieuwe hiv-infecties in 2017. Het kan op een enkeling na de politiek niets schelen. Het kan op een kleine groep na ook de homogemeenschap niet schelen. Waarom?
Wat Schippers heel goed heeft begrepen is het volgende. Zolang je net blijft doen of PrEP een dubieus preventiemiddel is waarvan de uitzonderlijke effectiviteit nog moet worden bewezen, dat de beschikbaarheid van zoiets onnodigs een tsunami van losbandigheid en soa’s met zich mee zal brengen, en je bovendien de suggestie wekt dat PrEP een obscuur middel is dat je stiekem op de zwarte markt koopt en waar je je voor dient te schamen, zolang houd je de homo’s zoet en onwetend met jouw alternatieve werkelijkheid.
II
Dit zijn wat dingen waar ik trots op ben:
De hele Pride-week was een PrEPnu-team onder meer vinden op het Milkshake Festival, Funhouse XXL en Rapido om daar in zon en in stortregen met feestgangers te praten over PrEP.
Op zaterdag 29 juli liep een delegatie mee met de Pride Walk. Waren we vorig jaar nog met drie man en een rolstoel, nu liepen we met zijn zevenen plus een lieve trotse hond; twee mannen waren met hun beagle zelfs uit Rotterdam gekomen. Ziedaar een voorbeeld van hoe op de kleinst mogelijke schaal activisme werkt. Stap voor stap.
Ik ben trots op mijn vriend, die kalm en vastberaden in zijn activisme mooie dingen ontwerpt en altijd blijft glimlachen. Na de wandeling naar het Vondelpark moesten we ons haasten om op tijd zijn voor het derde PrEPnu-spreekuur. Twaalf man in twee uur. Afkomstig o.a. uit Meppel, Groningen en Maastricht, speciaal voor het spreekuur naar Amsterdam gekomen. Ditmaal was huisarts Rob onze dokter van dienst. Het PrEPnu-spreekuur blijkt een aanwinst.
Zondags waren wij de vereerde gasten van Gay Deaf on Tour. We waren er uitgenodigd om voor een internationaal doof LGBT*+-gezelschap een lezing over PrEP te houden. Wat een ervaring was dat! En wat mogen de organisatoren en de doventolken trots zijn op het hoogstandje dat ze leverden. Vijf tolken kwamen eraan te pas om ons betoog om te zetten in gebarentaal.
Het was voor het eerst dat ik een volle zaal toesprak waar het aandachtige publiek mij geen moment aankeek, maar intens belangstellend de handelingen van de gebarentolken gadesloeg. Het was even wennen, maar wat een dankbare klus.
III
Vorig jaar vond ik in de Pride-week de binnenplaats van het Amsterdam Museum de fijnste plek om te vertoeven. Het COC organiseerde er de Shakespeare Club, een plek om uit te rusten, na te denken of mensen te ontmoeten en van gedachten te wisselen. Gisteren ging de Shakespeare Club tot mijn vreugde weer open. Waarom is het eigenlijk zo’n prettig evenement?
De Shakespeare Club ademt gastvrijheid en verbondenheid, al is de diversiteit er niet uitbundig. Sekse- en genderdiversiteit zijn er evenwichtig vertegenwoordigd, etnische diversiteit is er nagenoeg afwezig en de gemiddelde leeftijd ligt schat ik rond de vijftigplus. Het is er voor jongeren misschien een beetje te saai. Maar ondanks de absentie van jeugdige onstuimigheid spreekt de openheid van deze plek me bijzonder aan. Dat komt denk ik doordat ik er de belofte voel van eendrachtige gemeenschapszin. Dat deze misschien een illusie is wil ik in deze ‘club’ even vergeten. Ik wil er gewoon even op adem komen. En nadenken. Op nieuwe ideeën komen.
Meer dan anderhalf jaar lang hebben we van alles geprobeerd om de ‘community’ te mobiliseren rond één simpel concept: het recht op optimale hiv-preventie. We hebben een website opgetuigd, we hebben ons laten zien op kermissen, feesten en evenementen, we hebben van ons laten horen in lokale en in landelijke media. We zijn een spreekuur begonnen, we hebben samenwerking gezocht met alle partijen die een rol spelen op het terrein van seksuele gezondheidsbevordering en overal hebben we uitgedragen: laat het er niet bij zitten. Laat je door niemand wijsmaken dat PrEP controversieel is, iets waar je stiekem over moet doen. Praat erover, alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat je alles op alles zet om te voorkomen dat je hiv oploopt. Iedereen heeft recht op een zorgeloos seksleven.
Laat je door niemand — en zeker niet door Edith Schippers — wijsmaken dat angst en condooms nu eenmaal bij jouw seksleven horen omdat je homo bent. Dat is een leugen.
IV
Ruim twee jaar geleden startte PrEPnu een petitie gericht aan minister Schippers en de vaste Kamercommissie Volksgezondheid Welzijn en Sport. De strekking ervan hoef ik vast niet uit te leggen.
Opvallend in onze petitie vind ik nu de volgende zin: ‘Door een goede PrEP-zorg (met elke drie maanden een check-up) worden ook soa’s snel gevonden, wat grote winst voor de algehele seksuele gezondheid oplevert en epidemieën indamt.’ Die zin is profetisch gebleken want terwijl er toen nog geen hard bewijs voor bestond, is enkele weken geleden aangetoond dat het aantal bacteriële soa’s bijna halveert binnen een groep die optimale PrEP-zorg krijgt. Ik waag te voorspellen dat die reductie geen statisch feit is, maar een momentopname: het aantal zal verder dalen.
Gemeten aan het aantal handtekeningen is de petitie trouwens veruit de minst succesvolle PrEPnu-actie. 2.024 mensen hebben zich achter ons pleidooi geschaard; je mag dat gerust een flop noemen. Tenzij je aanneemt dat dit het aantal mensen in Nederland is dat daadwerkelijk de idee van profylactische hiv-medicatie snapt.
Veel mensen vragen mij waarom het met die petitie niet heeft willen vlotten. Ik weet het niet. Ik vermoed dat slechte timing een rol heeft gespeeld; misschien hadden we er nu pas mee moeten komen. Ook het platform Change.org is mogelijk te impulsief (vanwege de naam) gekozen. Een meer plausibele verklaring voor het gebrek aan steun is misschien de nog altijd gebrekkige kennis over PrEP binnen de gemeenschap. Nog werk aan de winkel, denk ik dan.
Een paar dagen geleden stonden honderdduizenden mensen zich te vergapen aan de Grachtenparade, het nog altijd spectaculaire sluitstuk van de Amsterdam Pride. Voor de tweede keer kon ik niet nalaten te denken ‘wat als al die mensen onze petitie zouden tekenen?’
Wat als. Wat als Keulen en Aken op één dag waren gebouwd? Wat als de Nederlandse Regenboog-gemeenschap maar uit 2.024 personen bestaat?
V
Kan er wel een Regenboog-gemeenschap bestaan en hoe beschrijf je deze dan? Wat is dat eigenlijk, een gemeenschap?
Zonder pretentie van originaliteit wil ik hier deze definitie van gemeenschap gebruiken: geestverwanten die gezamenlijk iets tot stand brengen wat betekenisvol is voor het gemeenschappelijke, het eigen en elkaars welzijn. Gemeenschap als een dynamische bedrijvigheid, die tegemoetkomt aan ons verlangen ergens bij te horen, ergens deel van uit te maken, van een beweging — iets wat beweegt en ontwikkelt.
Zaterdag mocht de homogemeenschap zich weer van zijn uitbundige kant laten zien tijdens de Grachtenparade: een varend, brutaal extatisch feest, waaraan homo’s, lesbiennes, transgenders, bi-, inter- en aseksuele mensen van velerlei afkomst meedoen. Hetero’s en kinderen en politici ook welkom natuurlijk. Wat je zag is niet een gemeenschap, maar vrolijke (en treurige) vergankelijke representaties ervan.
Maar deze gemeenschap deelt meer in de diepte dan in de oppervlakkigheid.
Op zondagmorgen keek ik naar buiten, naar de Westertoren waar nog vrolijk de regenboogvlag wapperde en vroeg me af waar ik zaterdag eigenlijk naar had gekeken. De boten die ik vanaf de kade gadesloeg blonken vooral uit in gebrek aan verbeelding: veel stoffige vertoningen van mensen die nog net — of net niet — de moeite hadden genomen enkele dommige danspasjes in te studeren. Het wordt elk jaar erger en vlakker lijkt wel.
Maar niet dankzij Dolly Bellefleur die haar schuit had volgeladen met uitbundige ‘lookalikes’ waardoor het vaartuig eruitzag als een enorme roze dobberende taart met toefjes slagroom. Luchtig maar substantieel. Daar word ik nou vrolijk van. Terecht dat Dolly een hoofdprijs in de wacht sleepte.
Een aantal boten sprong eruit, niet per se door de vorm maar hun inhoudelijke boodschap. Ik noem de boot van Scouting Nederland, de zelfmoordpreventieboot, de boot van het AHF-Checkpoint die aandacht vroeg voor het alcohol- en drugsprobleem van de Regenboog-gemeenschap. En de Toga-boot van de Nederlandse Vereniging van Jonge Strafrechtadvocaten. ‘Niemand vogelvrij, iedereen zo vrij als een vogel.’
Langs de kant vond een ludieke Aidsfonds-manifestatie plaats: met een groot vaandel in de lucht spraken het Aidsfonds, de Hiv Vereniging en het COC de VVD aan op hun sabotage van de hiv-preventie en hun opportunistische ‘mening’ over PrEP. Het is niet onopgemerkt gebleven, maar de reacties op de VVD-boot zijn me ontgaan. Met een vijftal PrEPnu-mensen keerden we dat schip de rug toe. ‘In PrEP We Trust’ konden ze op onze achterkant lezen.
Nog één dag, dacht ik zondagmorgen, en de zon schijnt al uren uitbundig. Iedereen slaapt nog. Geniet maar van deze dag voordat je weer de coulissen in moet.
VI
De kans is groot dat je als LHBT-persoon lijdt aan posttraumatische stress. Je hele leven ben je beducht geweest voor afwijzing. Aan je meest dierbaren, je ouders, broers en zussen en de rest van je familie heb je schoorvoetend moeten vertellen wie je eigenlijk bent, hopende dat ze daarna nog van je zouden houden en dat je erkenning en acceptatie ten deel zouden vallen. De kans is groot dat je die nooit voluit hebt verkregen vanwege afkeer en onoverbrugbaar wederzijds onbegrip. Maar in de grote stad heb je daarna een community gevonden van gelijkgezinden, je nieuwe familie.
Mocht je je eenzaam voelen, depressief of angstig zijn, je grenzen niet kunnen bewaken, er een roekeloze leefstijl op na houden omdat het je eigenlijk allemaal niks meer kan schelen; of stel je bent het slachtoffer van seksueel of ander geweld, praat dan eens met een hulpverlener, liefst iemand uit jouw community die jouw worstelingen kent en begrijpt. Geloof het of niet, voor elk probleem bestaat een oplossing en vergeet nooit: je maakt deel uit van een trotse gemeenschap, die je onvoorwaardelijk zal steunen. (Of niet.)
De kans bestaat dat je je dit weekend te buiten bent gegaan aan alcohol en drugs. Dan had je maandag waarschijnlijk een kater en gisteren mogelijk ook nog, maar vandaag keer je vlug weer terug naar normaal. Maar als normaal voor jou betekent dat je elke dag drinkt, of elk weekend dronken bent, of dat je van weekend naar weekend leeft om weer coke of een andere harddrug (XTC, GHB, meth, ketamine, speed) te kunnen gebruiken — je gebruikt namelijk alleen in het weekend, je hebt het immers ‘onder controle’ — dan is het misschien verstandig professionele hulp te zoeken. (Stop dan ook meteen maar met roken.)
Als je verstandig bent heb je tijdens de pride geen hiv opgelopen. Maar misschien was je niet zo verstandig maar ben je wel tijdig naar de Spoedeisende Hulp gegaan voor PEP (niet te verwarren met PrEP). Anders is het aan te raden vandaag toch nog even naar de dokter te gaan of naar de GGD te bellen.
Hopelijk is jouw gemeenschap maandag fris ontwaakt en stond zij met open armen klaar om je te helpen en begeleiden. Want er is troost te vinden in de schoonheid en de vindingrijkheid van deze gemeenschap, haar verbeeldingskracht, haar hulpvaardige gulheid. Je moet alleen goed zoeken.
Slot
In 2013 ontmoette ik in Amsterdam voor het eerst de prominente Canadese hiv-wetenschapper Julio Montaner. Na een forumdiscussie over Treatment as Prevention (TasP) hadden we het even over de hardnekkige hiv-epidemie onder homo’s (MSM) in Nederland. Ik vertelde hem dat er in de homogemeenschap niet veel solidariteit meer bestond, maar des te meer onwetendheid ten aanzien van hiv. ‘The gay community needs a hero,’ zei hij met een brede glimlach.
Die dag dat wij beiden in dat panel zaten, had Montaner op verzoek van Joep Lange de data van de Amsterdamse cohorten bekeken en daarin de eerste aanwijzingen bespeurd van een TasP-effect. (Een PrEP-effect was er uiteraard helaas niet te zien; dat had wel gekund!) Julio Montaner is dé autoriteit op het terrein van Treatment as Prevention en zijn denkbeelden hadden toen in British Columbia al tot opzienbarende successen geleid. In Nederland werden zijn ideeën nog maar door weinigen geloofd en het was voor het eerst dat ik hardop dacht: Nederland begint echt achter te lopen.
Het is verrassend hoe weinig mensen in Nederland — maar bepaald onthutsend in de Regenboog-community — sindsdien kennis hebben genomen van de nieuwste inzichten over hiv. Weinigen weten dat iemand met een niet-aantoonbare hoeveelheid virus in zijn/haar bloed geen hiv meer overdraagt. Dat je een hiv-infectie meteen moet behandelen en dat hoe eerder je die vindt, hoe beter het voor je is. Dat er een pil bestaat die als je die goed gebruikt hiv-infectie voorkomt — maar weinigen zijn ervan op de hoogte.
Opgeteld is dit nota bene de kennis waarmee we de hiv-epidemie kunnen stoppen. Maar onze gemeenschap wordt er warm noch koud van.
Voor deze vaak moedwillige oppervlakkigheid en desinteresse in onze community bestaat geen aanvaardbaar excuus. Een gemeenschap die in de jaren ’80 en ’90 zo zwaar is getroffen door aids kent geen vergoelijking voor haar ignorantie, haar gebrek aan alertheid en aandacht, aan interesse.
Hetzelfde geldt voor kennis over racisme, seksisme en transfobie binnen de eigen gelederen. Ten aanzien van talrijke misstanden doen we of onze neus bloedt. Erop aangesproken trekken we meteen de stigma-kaart. Maar de wrange werkelijkheid is dat wij buitensporige problemen hebben. Op het gebied van verslaving (tabak, alcohol, drugs, seks). Op het gebied van geestelijke gezondheid (depressie, suïcide, angststoornissen). Op het gebied van lichamelijke gezondheid (hiv en andere seksueel overdraagbare infecties, hart- en vaatziekten, longziekten, levercirrose, kanker). Op het gebied van relaties (afhankelijkheid, controlezucht, promiscuïteit, geweld, eenzaamheid). En bijna niemand wil daarover praten. Nou, ik wel.
Daarom zou ik in de geest van Montaner mijn Pride-overwegingen als volgt willen voltooien: onze gemeenschap heeft helden nodig, steeds nieuwe helden, rolmodellen, activisten. Mensen met visie, deskundigheid, verbeelding en geduld. Doorzettingsvermogen. Karakter. Humor. En bovenal: compassie. De emancipatie is pas voltooid als we liefdevol op elkaar willen passen, elkaars rolmodel willen zijn. Want wij en niemand anders zijn onze broeders’ hoeders.
*In een eerdere versie van dit essay gebruikte ik de (inclusieve maar onleesbare) term LGTBIQ+. Ik geef bij gebrek aan beter de voorkeur aan de formulering Regenboog-gemeenschap.
© Antony Oomen
