Nederland zal herrijzen

Dodenherdenking, 4 mei 2015


Eens zal de Betuwe in bloei weer staan
Nog mooier en voller dan voorheen
Eens groeit op Walcheren weer goudgeel graan
We zullen herbouwen steen voor steen
We malen weer droog ‘t land dat onder water staat
Traditie zegt dat Neerlands glorie nooit ten onder gaat
Eens zal de Betuwe in bloei weer staan
En groeit op Walch’ren goudgeel graan

Het verliefde stel op de foto lijkt onbezorgd. Maar mijn opa en oma die hier staan afgebeeld, hadden op dat moment een moeilijk leven. Het is tijdens de Tweede Wereldoorlog en de foto is gemaakt op een van de zeldzame momenten dat zij elkaar konden zien.

Mijn opa was 17 toen de oorlog begon en al snel werd hij opgeroepen om te werken in de wapenfabrieken in Duitsland. Hij ging niet en werd onderduiker. In een boerderij in Noord- of Zuid-Scharwoude bleef hij tot de oorlog ten einde was. Zijn neef moest ook, ging en kwam om bij het geallieerde bombardement op München.

Mijn oma bleef intussen in Zaandam. Dat moet een spannende tijd geweest zijn want in de straat woonde een NSB-er. En soms stond er een patrouille aan de deur om te vragen waar mijn opa was. Soms stuurde zij een kaartje. En hij maakte tegeltjes waarop stond “Nederland zal herrijzen”. Af en toe zocht ze hem op en dan voeren ze samen in een bootje door het polderlandschap. Misschien wel in het bootje op de foto.

Op 4 mei bezocht ik altijd mijn oma. We aten samen patat en daarna keken we samen naar de dodenherdenking. Ze at niet zo vaak patat en ze vertelde ook niet vaak over de oorlog. Wat ze mij vertelde, was vaak hetzelfde als wat ik al eerder hoorde. Verhalen over dat het een spannende tijd was maar de regio werd niet heel direct geraakt door oorlogsgeweld. Mijn opa heeft bijna nooit iets verteld. Behalve dat hij één keer bijna is gevonden. De Duitse soldaten stonden op de zolder en hij zat tussen het plafond. En dat je het de Duitse soldaten niet kwalijk moest nemen omdat zij deze hele oorlog ook niet wilden. Een wijze les voor zijn nageslacht maar zelf had hij het er moeilijk mee.

Mijn andere opa, op de foto hiernaast van vóór de oorlog, was melkboer. Hij werd niet te werk gesteld en hoefde niet te vechten. Ook hij maakte gruwelijke dingen mee: leed en armoede waren voor veel mensen reden om zelfmoord te plegen. Dan vond hij bij het ophalen van de melkflessen iemand met zijn hoofd in de oven. Dat mijn opa af en toe melk- en voedselbonnen weggaf, werd hem niet in dank afgenomen door de bezetters. Toch ging hij ermee door, vooral in de hongerwinter van 1944.

In 2010 was de laatste dodenherdenking samen met mijn oma. Vlak erna overleed ze. De laatste keer was anders dan anders en kon zij zich goed het benauwende gevoel herinneren van die tijd. De angst dat zij en mijn opa werden ontdekt op hun poldertochtjes. Iets dat bijna gebeurde toen er een Duitse patrouille over een brug marcheerde waar zij net onderdoor voeren. Ik kan me er niets bij voorstellen want ik weet niet beter dan dat ik vrij ben. Dat ik kan doen waar ik zin in heb en dat ik het kan zeggen als ik het ergens niet mee eens ben. Dat ik kan gaan waar ik wil zonder gevaar of controle.

Doden herdenken op 4 mei doen we om hen te gedenken die zijn gevallen in de oorlog of gewapende conflicten erna. Zodat we nooit vergeten wat de prijs is van vrijheid. Ik geef graag de verhalen die ik als kleinkind heb gehoord door aan de generaties na mij zodat vrijheid nooit als vanzelfsprekend wordt gezien en de geschiedenis voortleeft.