Met een worstenbroodje door de regen

Arne van Batenburg
Apr 10, 2018 · 2 min read

Af en toe heb ik zotte ideeën. Heel soms over belangrijke wereldproblemen, meestal over triviale fantasieën. Het was een typische Belgische namiddag. Slecht weer, best koud en slecht weer. Ineens sloeg het op me in: ik heb zin. Zin in een worstenbroodje. Vlak aan Astrid staande draaide ik mijn hoofd een kwartslag naar Versslager De Laet. Als een magneet begaf ik me in een pas te beschrijven als een kruising tussen strompelen en vliegen naar de toonbank. En alsof het 12-jarige kind, dat net beloond werd voor een dag flink meewandelen, terug naar boven kwam zei ik: “een worstenbroodje alstublieft”.

“Warm?”, vroeg de slager. Wat is dat nu voor een vraag. “Warm”, antwoordde ik. Ik heb veel geduld, maar op een koude curryworst in bladerdeeg sta ik niet te wachten. De microgolfoven werd in gang gestoken terwijl ik nieuwsgierig in de winkel rondsnuffelde alsof het de eerste keer was dat ik er kwam. Vroeger hing er een groot promotiebord voor Spaanse ham. Minstens 5 spelfouten stonden er op. Nooit heb ik gedurfd er een opmerking over te maken. De gedroogde ham bovenop de koeling was eveneens verdwenen, waarschijnlijk omdat de Spaanse community het na 5 jaar uit medelijden en eerherstel was komen weghalen.

Het begon harder te regenen. Hagelen zelfs. Ik denk er dan ook nooit aan om ook maar iets met een kap te dragen. Ik zag alle stadsgangers en toeristen panikerend naar onderdak zoeken. Behalve ik. Ik stapte, zonder kap en met een worstenbroodje in de hand, gewoon naar buiten. Het was pas enkele seconden later dat ik doorhad dat alle omstaanders me nakeken. Zelfs de prediker die dagelijks luidkeels onverstaanbare praat verkoopt hield even op met verkondigen. Voor ik het wist hadden ook alle 80-jarige omwonenden hun witte doorschijnende gordijntjes plaatselijk naar boven geheven, met een verbaasde blik door het raam starend. De hele stad stond even stil.

Ik liep met een worstenbroodje door de regen. De wereld kon me gestolen worden. Met alle ogen op mijn handen gericht vervolgde ik mijn weg naar de tram. Bijna verdween ik uit het gezichtsveld van de starende mensen, tot dat het laatste stukje in mijn mond verdween en de lucht opklaarde. De tijd verzette zich niet langer.

Dat doet wat met een mens, een lege maag. Gelukkig ging ik met een worstenbroodje door de regen.

    Arne van Batenburg

    Written by

    I write about storytelling. Founder & filmmaker @ Startmotion. Always on a journey. https://storyward.com