Column 2: Gelovige oma’s

Holy guacamole!

Geloof is een vreemd beestje. De een put er kracht uit, de ander vindt het maar al te gek. De een pleegt er moorden voor, de ander zondert zichzelf er wekenlang voor af in een of ander verlaten oord. De een praat over niets anders, de ander wil of durft er niet eens over na te denken.

‘Als jullie mij niet in een treffelijke kist begraven met een kerkelijke ceremonie, dan sterf ik gewoon niet.’ Zei oma verontwaardigd en kordaat toen ze las dat iemand als een hond in de grond was begraven, omdat zijn familie het niet wou betalen.

‘In dat geval zullen we geen begrafenis voor je regelen oma. Je zult moeten blijven.’ Zei mijn pa lachend, terwijl hij knipoogde in mijn richting. Mijn oma mompelde vervolgens iets onverstaanbaars en smeet haar krant richting de vensterbank, maar mistte nipt waardoor het ding wijdverspreid op de grond belandde. ‘Godver…’ Ze zweeg middenin haar zin en hield geschrokken van zichzelf een hand voor haar mond.

Oma is de meest gelovige persoon die ik ken. Ze mag dan wel potdoof zijn en geen woord meer verstaan van wat de pastoor zegt, ze zal nooit haar traditionele misviering op zaterdagmiddag mislopen. Toch is ze tegelijk ook niet gelovig. Ze volgt gewoon enkele regels zonder er verder over na te denken. Misschien omdat haar ma het ook zo deed. Misschien omdat ze gelooft dat ze er later voor beloond zal worden. Misschien omdat ze de grootsheid, de mysteries en de onzekerheden van het leven zonder haar geloof niet kan dragen. Misschien…

Het is waarschijnlijk een van die vele vragen waar ik nooit een antwoord op zal krijgen. Want oma is gesloten. Heel waarschijnlijk heeft ze er zelf ook niet over nagedacht. Oma vraagt zich niet veel af. Ze leeft gewoon.

Al 89 mooie jaren ondertussen.

Overlaatst ging ik eens bij haar langs samen met mijn lief. Toen oma hoorde dat ie van Brugge was, was haar eerste reactie: ‘Aaah, van Brugge, dicht bij de bisschop. Een gelovige jongen zeker?’

Ik zag hem twijfelen. Starend naar zijn voeten, dan naar mij. ‘Doe iets’, smeekten zijn felblauwe ogen.

‘Maar oma, wat heb je een mooi truitje aan! ’t Is een nieuw zeker?’ Vroeg ik om subtiel het onderwerp te veranderen.

‘Maar schatje toch, ik draag dit ding al 20 jaar. ’t Is nog in tijde van toen je opa nog leefde. Je moet toch wat meer langskomen hoor.’

Ik kreeg met plezier op mijn kop als ik de vrede kon bewaren. Niet dat oma mijn lief zou aanvallen als ze hoorde dat hij niet gelovig was. (Ze weet dat wij ook niet naar de kerk gaan en niet dagelijks bidden.) Maar ik wou toch dat ze hem objectief kon leren kennen, zonder vooroordelen.

En toen ik de twee even later een kruiswoordraadsel zag oplossen en mijn oma de naam van de paus uitriep terwijl mijn lief vlijtig invulde welke wetenschapper de lichtsnelheid uitgevonden had, wist ik dat het gelukt was.

(Opgelet: de meeste van mijn columns zijn deels fictief en deels non-fictief. Ze zijn dus niet allemaal gebaseerd op waargebeurde ervaringen of feiten.)

Like what you read? Give Astrid Vandesompele a round of applause.

From a quick cheer to a standing ovation, clap to show how much you enjoyed this story.