Wat de schrijver leest: de favoriete geschiedenisboeken van Tessa Leuwsha

Gedurende de Maand van de Geschiedenis publiceert Atlas Contact elke dag een nieuwe blog. Lees vandaag wat de drie favoriete geschiedenisboeken zijn van Tessa Leuwsha.

Volg ons op Facebook, Twitter en Instagram voor meer informatie en nieuws over onze schrijvers, boeken en De Maand van de Geschiedenis bij Atlas Contact.


Foto: Sirano Zalman

John Gabriël Stedman — Reize naar Surinamen en door de Binnenste Gedeelten van Guiana
Dit in vergetelheid geraakte boek verscheen in Londen in 1796 en daarna in verschillende Europese vertalingen. John Stedman (Schotse vader, Nederlandse moeder) scheepte zich op achtentwintigjarige leeftijd in naar Hollandsch-Guiana, Suriname. Hij nam er als huurling deel aan een expeditie tegen ‘oproerige Negers’ die van de plantages waren gevlucht naar ‘de ontoegankelyke bosschen en moerassen’. Stedman kon ook prachtig tekenen. De prenten uit zijn werk zijn iconisch geworden voor het slavernijverleden. Niet alleen beschrijft hij met verbazing de wreedheden die hij in de plantagesamenleving aantreft, hij geeft ook gedetailleerde beschrijvingen van de mensen, bebouwing en de flora en fauna. En natuurlijk van de expeditie. In een later, geromantiseerd werk, John en Joanna, doet Stedman ook zijn persoonlijke leven uit de doeken: hij verwekt een kind bij de slavin Joanna en doet vergeefse pogingen vrouw en kind vrij te kopen. Na de dood van Joanna voegt zijn gekleurde zoon zich alsnog bij hem in Engeland.’

Solomon Northup — 12 jaar slaaf
Solomon Northup was als vrij man geboren in de staat New York, waar slavernij toen al was afgeschaft. Hij kon lezen en schrijven en speelde viool. Het kidnappen van vrije zwarten door slavenhandelaren voor zuidelijke Amerikaanse katoenplantages gebeurde regelmatig. Dit overkwam ook Northup, die gehuwd was en twee kinderen had. Zijn verhaal uit die periode leest als een roman. Iedere dag maïskoek en spek, slapen op een plank met een stuk hout als kussen en voortdurend angst voor van alles: voor te laat opstaan, voor zweepslagen wanneer er niet genoeg katoen is geplukt, voor ’s nachts bij volle maan te moeten doorwerken. En toch beschrijft hij die erbarmelijke omstandigheid ook poëtisch: ‘Er is bijna geen uitzicht zo aangenaam als dat op een uitgestrekt katoenveld dat in bloei staat. Het biedt een aanblik van zuiverheid, als een smetteloze vlakte met lichte, vers gevallen sneeuw.’ Northups relaas kenmerkt alle elementen voor een succesvol script: schurken die slaven stelen, goede en slechte meesters, de liefde die hij blijft koesteren voor zijn vrouw en kinderen. Regisseur Steve McQueen maakte van 12 Years a Slave een verfilming die hem een Oscar voor beste film opleverde.’

Patrick French — The world is what it is, the authorized biography of V.S. Naipaul
Een biografie is voor mij ook een geschiedenisboek van een leven in een tijdperk. V.S. Naipaul geboren in 1932 op het Caribisch-Engelse eiland Trinidad als nakomeling van Brits-Indische contractarbeiders, wil een grote schrijver worden. Het is de eeuw van dekolonisatie. Om zijn wens te vervullen moet hij zijn marginale achtergrond zien te ontstijgen. Hij vertrekt naar Engeland, maar het gedroomde beeld van het machtige moederland blijkt niet overeen te komen met de werkelijkheid. Het zijn de jaren vijftig, het Britse Rijk brokkelt af. Groot-Brittannië is na de Tweede Wereldoorlog arm, grauw en koud. Naipauls integratie op de statige universiteit Oxford verloopt bovendien stroef: er gelden diepgewortelde tradities die de bruine student uit de kolonie vreemd zijn. Hij neemt een belangrijk besluit, zich Britser dan Brits te transformeren. Zijn zwoele Caribische accent zweert hij af. Die verandering opent de deur naar talloze ontmoetingen met prominente schrijvers en uitgevers in binnen- en buitenland. In zijn roman A Bend in the River bekritiseert Naipaul fel het wanbeleid en corruptie in gedekoloniseerde Afrikaanse staten. Die altijd kritische opstelling bezorgt hem vijanden, maar ook de Nobelprijs voor de literatuur.’


Tessa Leuwsha schreef onder andere Fansi’s stilte

Tessa Leuwsha verhuisde in 1996 van Nederland naar Suriname, aangetrokken door de liefde en het avontuur van een land in opbouw. Zo’n vijfentwintig jaar eerder deed haar Surinaamse oma Fansi het omgekeerde. Wie was die vreemde tropenvrouw die opeens bij haar vernederlandste kinderen en kleinkinderen op de stoep stond? Tessa herinnert zich een strenge, zwijgzame vrouw die weigerde aardappels te eten. Waarom zweeg Fansi in alle talen over haar achtergrond? Waarom spreken haar kinderen elkaar eigenlijk nog maar nauwelijks?

In Fansi’s stilte gaat Tessa Leuwsha op zoek naar het verhaal van haar grootmoeder en haar ooms en tantes, in Paramaribo, Nickerie, Eindhoven en de Achterhoek. Al lezend en luisterend beleeft zij de geschiedenis van Suriname en haalt zij Fansi, kind van een Engelse zendelingsdochter en een zwarte man, dichterbij.

Like what you read? Give Uitgeverij Atlas Contact a round of applause.

From a quick cheer to a standing ovation, clap to show how much you enjoyed this story.