Dag 1: Amsterdam-Toronto
Waarop Martina, Jesper, Detmar en Han met de KLM 0695 naar Toronto vliegen.
Voor Detmar kan de taxi niet vroeg genoeg komen. Het dwingende ‘nú’ begint al om half acht in de ochtend. Zeggen dat de taxi pas om twee uur ‘smiddags komt, heeft geen zin; hij luistert er niet naar en vraagt steeds opnieuw ‘wanneer’. Het is zijn gebruikelijke spanningsboog. Detmar wordt pas rustig als we in de riante lounge van KLM zitten. Even wat eten en drinken voordat we aan boord gaan; Detmar geniet er van.

Eenmaal aan boord worden we gescheiden, Jesper en ik zitten op rij één, Martina en Detmar op rij vier. Daardoor zitten ze dichter bij het toilet, mocht dat ineens nodig zijn. De hoofd purser doet na opstijgen het verplichte rondje en denkt me van vorige reizen te herkennen. Dat kan best, ik heb in mijn actieve periode heel wat mijlen gevlogen. Het eten, uitgedacht door Jacob Jan Boerma van 3-sterren restaurant De Leest in Vaassen, is méér dan uitstekend en datzelfde geldt ook voor de begeleidende wijnen. Detmar is relaxed, maar behoorlijk actief aan boord. Om de haverklap verlaat hij zijn stoel om naast mij op de grond te zitten en steeds opnieuw te vragen hoe lang de vlucht nog gaat duren. Het is leuk dat hij zo uitgebreid met me praat. En vooral zonder die kenmerkende dwingende toon.

Ondanks een vertraging van ruim een half uur, landen we op tijd op terminal 3 van Toronto Pearson International Airport. Bij de douane zien we dat Amerikaanse bezoekers voorrang hebben; zij kunnen automatisch inchecken of worden - als dat niet werkt - snel en efficiënt geholpen via 4 bemande loketjes. Voor niet-Amerikaanse bezoekers zijn ook vier loketjes gereserveerd, maar daarvan zijn er twee onbemand. Uiteindelijk komen we na anderhalf uur met de shuttle aan bij ons hotel, het Sheraton Toronto Airport Hotel & Conference Center. Supersnelle check-in, ruime kamer en, naar snel blijkt, een lekker restaurant. We eten nog wat en drinken een lekkere Sauvignon blanc op onze vakantie. Daarna is het tijd om te slapen.

Dag 2: Toronto
Waarop we onze eerste bekeuring krijgen.
We hebben ondanks de jetlag goed geslapen en gaan om 08.00 uur ontbijten. ‘n Lekker vers gebakken eitje, helaas verwaterd sinaasappel sap, pancakes, verse vruchtjes en flink wat koffie. Eigenlijk kunnen we pas om 12.00 uur onze auto ophalen, maar we besluiten al om half elf met de shuttle naar Hertz op de luchthaven te gaan. We hebben geluk, de auto staat al klaar. Het is niet de bestelde Mazda CX9, maar een onbehoorlijk grote Chevrolet Suburban; ons hoor je niet klagen.

Van Hertz rijden we naar de binnenstad van Toronto, want we willen met eigen ogen die beroemde CN Tower zien. Met zijn 553 meter was hij tot 13 september 2007 het hoogste vrijstaande bouwwerk ter wereld op land, maar nu is dat de Burj Khalifa. Er zijn weliswaar diverse hogere zendmasten , maar die worden met tuien in evenwicht gehouden. De CN Tower is nog steeds de op twee na hoogste tv-toren ter wereld. Parkeren bij de CN Tower is vanwege de lengte van onze auto lastig, maar we vinden tegen betaling van 30 Canadese dollars een plek op een parkeerterrein dat overigens officieel gesloten is. Later treffen we onder de ruitenwisser een bekeuring aan. Of we maar even 69 Canadese dollars willen betalen omdat we geen betaalkaartje achter de voorruit hadden. Jesper gaat per mail in beroep en een dezer dagen moet blijken of dat succesvol is.
De CN Tower ‘beklimmen’, zit er vanwege de drukte niet in, dus gaan we naar de brouwerij van Steam Whitsle Pilsner in een voormalige locomotievenloods van de Canadese spoorwegen. We pakken een gratis ‘sample’ biertje, eten een onbestemde ‘snack’ en maken ons op om naar de shops on Yonge Streets te gaan. Dan zien we een zichtbare zwerver binnenkomen, die net als wij om een ’sample’ biertje vraagt, dat razendsnel achterover slaat en slim als hij is, bij een tweede tap om nog een ‘sample’ biertje vraagt. Hij kent de klappen van de zweep en komt er waarschijnlijk dagelijks.

Yonge Street is drukker dan druk en parkeren haast onmogelijk. Toch duikt Jesper met die kolossale bak de ondergrondse garage van Wellington Bay in. Het is in eerste instantie millimeter werk, later wordt het draaien iets gemakkelijker. Eenmaal bovengronds komen we in een modieus en wonderlijk fraai winkelcentrum met een adembenemende dakconstructie.


Toch besluiten we niet daar te gaan winkelen, maar verder te zoeken naar dat beroemde CF Toronto Eaton Centre met zijn 230 winkels, waaronder een drukbezocht Apple Center. Detmar koopt er vanwege de gunstige exchangerate van de Canadese dollar een nieuwe iPhone, omdat het glas van zijn bestaande het begeven heeft en die voor hem eigenlijk te klein is. Zo’n Plus is aanzienlijk groter en dus makkelijker afleesbaar. Hij is apetrots. Ik schaf in hetzelfde winkelcentrum een paar Ecco schoenen aan omdat ik steeds lastiger begin te lopen; ik blijk er al direct beter mee uit de voeten te kunnen. ‘s Avonds trakteert Jesper ons op een een geweldige maaltijd bij het bekende One restaurant. Hij heeft via OpenTable gereserveerd en dat is maar goed ook, want voor ons in de rij staan vier mensen die twee uur op een tafeltje zouden moeten wachten. Dat vinden ze te lang en dus haken ze af. One zit op de trendy Yorkville Avenue en omdat we gelukkig op de patio kunnen eten, kunnen we behalve van het fantastische eten ook genieten van langsrijdende auto’s uit de groep Rolls Royce, Ferrari, Jaguar en Porsche.

Eenmaal terug in het hotel, gaan onze luikjes snel dicht; de jetlag eist nog steeds zijn tol.
Dag 3: Toronto-Blue Mountain
Waarop we definitief afscheid nemen van een Irish Pub.
Vandaag gaan we naar het Westin Trillium House in Blue Mountain op zo’n anderhalf uur rijden van Toronto. In de winter moet het resort waanzinnig mooi zijn, zo onder en tussen de ski-pistes, maar ook in de zomer en herfst is het fraai. We hebben 12 dagen en nachten lang een ruim 2-kamer apartement met keuken en uitzicht op de ‘mountain’ waarvan de hoogte overigens wel meevalt. ‘s Middags besluiten we in het hotel te lunchen, maar de kwaliteit van de Oliver & Bonacini Café Grill is helaas matig en de bediening ongeïnteresseerd. Dat het nog erger kan, bewijst MJ Byrne’s Irish Pub later die avond in Blue Mountain Village, dat direct tegenover een kunstmatig meertje voor het hotel ligt. In de Village vind je tal van restaurantjes en winkeltjes en we denken met de Irish Pub een goede slag te slaan. Helaas, het Guinness bier van de tap is heerlijk, maar de ‘fish and chips’ waar we in Dublin nog zo van genoten, is niet te eten. De bediening geeft echter geen krimp als Martina haar nauwelijks aangeraakte bord laat afruimen en vraagt zelfs of ze de rekening al kunnen brengen, terwijl Detmar nog aan het eten is. Dat wordt dus geen Irish Pub meer in Blue Mountain.
Dag 4: Collingwood
Waarop Walmart behoorlijk tegenvalt.
Omdat de te kleine supermarkt in de Village ook nog eens aan de prijzige kant is, rijden we voor onze dagelijks boodschappen naar Walmart in Collingwood, zo’n 8 minuten verder. De sortering van Walmart is echter matig en van al even matige kwaliteit, vandaar dat we verder zoeken bij Metro; veel meer vers fruit en groente, een grotere sortering en vooral schoner. Wijn inslaan voor de komende avondjes blijkt moeilijk, Metro heeft achter slot en grendel maar een heel bescheiden collectie. Koffiedrinken doen we bij Starbucks; dat is kennelijk niet alleen in Amerika altijd lekker.

Terug in het hotel gaan Jesper, Detmar en ik zwemmen; Martina blijft op het balkon lezen. Het water is heter dan de buitenlucht, maar het is toch heerlijk verfrissend en belangrijker: Detmar zwemt twee echte baantjes zonder al lopend stukjes te smokkelen. ‘s Avonds maak ik spaghetti. Niks bijzonders, maar het smaakt heel wat beter dan die Ier van de avond er voor.
