Opgeruimd
De afgelopen dagen reden we door het binnenland van Belize. Wat blijkt: Belize is divers. We reden door het rommelige en grote Belize City, door het gemaakte Belmopan, door Hattieville waar de kerk net uit was, door dorpjes met kleurrijke huizen en langs weggetjes die nergens heen leken te gaan. Langs fabrieken in ruste, over wegen met hobbels en honderden boodschappen van de Heer in de berm.
Maar wat het meeste opvalt: er is zoveel niet af. Of het lijkt niet af, dat kan ook. Leegstaande huizen, drie palen in de grond, een auto zonder banden. Heel Belize lijkt in feite op de achterkant van Nederland, het Nederland dat je ziet wanneer je in de trein zit en in ontelbaar achtertuinen kunt kijken. De achtertuin laat de ware Hollander zien. Mooi aangeharkt aan de voorkant, vaak een puinzooi achterom.
Is het in heel Belize een puinzooi? Nee! Is het een vaak een rommeltje? Ja! Dat geeft niet. Dat is niet erg. Het land is nog niet af, Belize komt misschien wel nooit af. En dat is eigenlijk maar goed ook, want stel je voor dat de hele wereld er zo aangeharkt bij zou liggen als de voortuin van een rijtjeshuis in pakweg Nieuwegein.
Nee, dan bestaat er geen plek meer waar wij niet kunnen relateren aan ons opgeruimde bestaan, dan wordt het, kortom, een grote puinzooi.