Vissen
Mannen die vissen. Laat ik er maar gewoon voor uitkomen: ik bewonder ze. Voor de mannen die vissen is de visserij geen hobby, nee, is het een levensstijl. Ze staan er vreselijk vroeg mee op en gaan er, vermoedelijk op tijd, mee naar bed. Langs kanalen en rivieren, altijd met paraplu, koelbox en een glimmende auto binnen handbereik. Wanneer ik een visser zie glijden mijn gedachten gelijk af naar de vrouw van, zij die nu thuis een puzzeltje maakt of in de weer is met een grote pan hachée, want dat vindt hij zo lekker.
Mannen die vissen.
Zelf ben ik geen man die vist, integendeel. Daarentegen hou ik wel van zitten en ergens naar kijken, wat dat betreft ben ik een man die vist zonder te vissen. Vroeger deed ik het nog wel eens, met mijn opa in een bootje op het Zwartewater en met mijn moeder en buurmannen Jan en Gert langs de vijver voor ons huis aan de Paulus Potterstraat. Uren heb ik daar gezeten. In het begin met een ouderwetse bamboehengel, later volgde een rood/zwart exemplaar van kunststof. Of ik veel gevangen heb weet ik niet meer, ik viste toen ik klein was al niet om iets te vangen: dat gedoe met die glibberende beesten en haakjes door de lip, nee, dat is niets voor mij.
Ik vis juist om niets te vangen.
Zo ook vandaag, in het dorpje Wanneperveen op een steiger in de Belterweide. Wanneperveen. Dat is de Veneweg, met daaraan de campings Aan ‘t Wiede, De Bolder en Groendam en kleine boerderijtjes waar de daken nog van riet zijn.
In Wanneperveen is het goed vissen om niets te vangen. Dacht ik. Maar vandaag bleek het de plek waarop ik voor het eerst in jaren weer een vis aan de haak sloeg, per ongeluk; ik lette helemaal niet op en was mijn dobber plotseling kwijt, waarop ik aan mijn hengel trok.
Beet.
Het was een mooi exemplaar, een voorntje moet het zijn geweest. Niet te groot, niet te klein, precies goed. Nadat ik neef Joris het haakje had laten verwijderen lieten we het beestje weer los. Hij dreef nog een paar minuten op zijn rug, ik vreesde even voor het leven van mijn vangst, maar alles kwam goed. Zul je net zien: zwem je in de haak van iemand die niets wil vangen, en moet je het haast bekopen met je leven. Eind goed, al goed, ik ben voorlopig weer even uitgevist.