Zaterdag

Gisterochtend wist ik het, de gordijnen hoefden er niet eens voor open. Je kon het horen, want ineens was er bedrijvigheid in de tuinen. Mannen in hun element. Dat wisten ze vrijdagavond overigens al, want de voorspellingen waren goed. Niet te warm en niet te koud, weinig wind, en, het voornaamste: droog.

Een zaterdag in maart.

De wekker ging. Een snel ontbijt, niet douchen want dat komt later wel, gauw dat oude shirt uit de kast, door de keuken naar buiten, waar de vogels nog hun onbezonnen morgenlied door de bomen fluiten. Erop uit. Als koeien die voor het eerst weer de stal verlaten.

En dan, het is een uur of tien, is er in elke straat wel een achtertuin waar mannen schuren, schilderen, frezen, boren, schroeven, ja, misschien komt de verticuteermachine zelfs wel uit de schuur, maar dat is meer iets voor in de middag.

De vrouw brengt koffie, wat lekkers en complimenten, zegt dat de tuinbank al zo is opgeknapt en begint even later met het zemen van de buitenramen. Een emmertje sop, een trekker: vakwerk.

Samen klussen we ons het voorjaar in, van klaar met de winter naar zomerklaar. Je kunt het misschien nog niet zien, maar het is overal te horen: het voorjaar staat voor de deur. We zijn er bijna klaar voor.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.