71 — Grote k

Wekelijkse schrijfopdracht no. 52

Twee personen zijn in gesprek. Wat hun relatie is en wat voor soort gesprek het is, mag je zelf weten. De beperking is dat je het gespreksonderwerp niet mag noemen in de scène, maar wel duidelijk moet maken waar het over gaat. Maximaal 350 woorden.

— “En deze dan, Henk? Is dit iets?”

— “O, ja. Jahaaa! Haha. Ja, dit is mooi hoor!”

— “Ja, is het wat?”

— “Is het wat? Is het wat? Dit is schitterend! Schatje, kijk eens naar die lijnen!”

— “Ja, mooi.”

— “Mooi? Voor mij symboliseren die lijnen een allesoverheersend verlangen naar vrijheid. Nee, meer dan verlangen, het verlangen voorbij. Hier wordt de vrijheid genomen. Brutaal, zelfverzekerd, niets staat meer in de weg!”

— “En de kleur?”

— “Fenomenaal!”

— “Je vindt het niet een beetje te — “

— “Een beetje te wat? Deze kleur blauw is precies wat-ie moet zijn. Precies de juiste teint om uiting te geven aan die vrijheidsdrang en om die ongebondenheid te extrapoleren naar een hemel zonder horizon, en dan die ruimte te pakken, gewoon omdat het kan. Alsof er een verbond wordt gesloten met het firmament om plaats te maken voor een eruptie van vreugde en levenslust, die zijn weerga niet kent — ”

— “Overdrijf je niet een klein b — “

— “…terwijl tegelijkertijd — en dát is zo mooi — de banden met de aarde, met de ratio, niet worden verdoezeld. Je zou denken dat zoveel levenskracht en jeugdig elan niet aan banden te leggen is, maar hier is het geenszins een beperking, integendeel. Het vormt een solide basis waarmee het geheel van exploratiedriften en snelheidsverlangen in balans wordt gehouden. Gestuurd misschien zelfs. Dit is kunst met een grote K, schatje, helemaal het einde!”

— “Heb je de prijs gezien?”

— “Zie het als een investering liefje, een investering in ons geluk, in onze vrijheid.”

— “Ja, nou ja. Het blijft een hoop geld, natuurlijk.“

— “Het is het waard schatje, geloof me.”

— “O, wacht daar loopt een verkoper. Meneer, meneer! Wij wilden graag een proefritje maken. Die blauwe, ja.”

Breda, 30 april 2015

© Bart Snel

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.