76 — Icarus
Wekelijkse schrijfopdracht no. 58
Joey Brown woont op het Griekse eiland Ikaria, daar waar Icarus de zee in stortte en stierf. Zijn lichaam spoelde aan op Ikaria, zo wordt gezegd, en het eiland heeft zelfs de vorm van een vleugel.
Even wat over het verhaal: Icarus was de zoon van de beroemde architect Deadalus. Ze woonden op Kreta, en werkten voor koning Minos. Maar het verblijf op Kreta viel Daedalus echter zwaar; hij kreeg heimwee naar Athene.Koning Minos werd echter wantrouwend en wilde niet dat Daedalus en Icarus Kreta zouden verlaten. Daedalus had echter een idee: hij bouwde reusachtige vleugels van veren, hout en bijenwas. Samen met zijn zoon Icarus zou hij vliegend de oversteek van Kreta naar Athene wagen, over de Egeïsche Zee. Voor vertrek gaf hij gaf zijn zoon goede raad: ‘Vlieg niet te hoog, want dan smelt de was door de hitte van de zon. Maar vlieg ook niet te laag, want dan maakt het water van de zee de veren nat en zwaar.’
Toen stegen ze allebei op, de lucht in, Daedalus voorop. Vele eilanden vlogen ze voorbij. Icarus vond dat het vliegen zo goed ging dat hij zijn vader best even kon verlaten en een heel eind hoger de lucht in kon gaan, dichter en dichter naar de zon toe.
Maar toen gebeurde wat Daedalus zo gevreesd had: de was van Icarus’ vleugels smolt en de arme jongen, die wanhopig zijn armen op en neer bewoog en luidkeels om zijn vader riep, stortte neer in de zee …
Opdracht: beschrijf in maximaal 250 woorden wat er gebeurt in het hoofd van Icarus vanaf het moment dat hij zijn vleugels opent, naar de zon vliegt, en plots beseft dat het te laat is. Schrijf dit uit als een innerlijke monoloog: kruip in de huid van het personage en geef rechtstreeks zijn gevoelens en gedachten weer.
Whoah! Net als in mijn dromen. Ik vlieg! Langzame slagen, dat gaat het beste. Zoals de lammergier vliegt over de witte bergen. Kijk vader eens gaan! Kaarsrecht en met een regelmatige krachtige slag. Ik wil draaien, spinnen, salto’s maken. Boven blauw en onder. Wat is boven, wat is beneden. Daar zijn de eilanden, dat moet beneden zijn. Vader gebaart me voorzichtig te zijn. Zoals vader me mijn hele leven al gebaart voorzichtig te zijn. Zoals vaders overal en altijd hun kroost waarschuwen als ze uitvliegen. Voor vader is dit een vlucht naar de vrijheid. Ik wil ervan genieten, er het meeste uithalen. Geen vluchtvrees! Wie weet of ik na vandaag ooit nog de kans krijg om te vliegen?
Vader zit wel erg laag… Zouden zijn oude armen te moe worden. Te dicht bij het water is gevaarlijk, zei hij. Het opspattende water zou de vleugels te zwaar maken. Vliegen moeten we, zwemmen doen we wel een andere keer. Ik moet harder vliegen, hoger!
Vader is nog maar een klein stipje in de diepte. Vliegt hij nog of heeft het water hem al te pakken. Hoger moet ik! Harder! Ik voel het zweet lang mijn armen druipen. Ik ben warm van de inspanning, heet. Ademhalen gaat moeilijk hier. Er is iets met mijn vleugels. Ik vlieg zonder vleugels. Papa! Kijk, zonder vleugels!
Breda, 11 juni 2015
© Bart Snel
