Wanderlust maar te weinig tijd? Microadventure!

We zijn allemaal nomaden die een honger hebben naar avontuur. Met beide voeten in de wereld staan, dat laat ons bloed sneller stromen. Het is enkel dan dat we ons echt mens voelen. Als je vandaag je wereldbeeld laat bepalen door je Facebook-newsfeed, het journaal en de krantenkoppen, dan zou je misschien het idee krijgen dat de wereld een doortrapte en verachtelijke plek is.

Ik moet me daar zelf ook vaak aan herinneren, beste lezer, dat de wereld helemaal niet zo onveilig is. Dat vrijwel elke mens die ik tegen het lijf mocht lopen, zij het in Nepal, Canada, Namibië of… Branst, een goed en behulpzaam mens is. En zo stuitte ik onlangs op het verhaal van een Brits avonturier: Alastair Humphreys.

Humphreys groeide op in de buurt van Yorkshire en genoot daar een vrij normale jeugd. Nadat hij zijn studies afwerkte, kreeg hij het gevoel dat er toch iets meer moest zijn, dat hij de wereld wilde doorkruisen. Je kent dat: op zoek naar de betekenis van het leven. Neem het van me aan: er is géén meaning of life. Volgens mij moet je er ook niet naar op zoek gaan want het is even nuttig als zoeken naar rijmpjes in een kookboek: je zal er geen vinden en je crème brulée zal in de soep lopen. Maar goed, Alastair was wél op zoek naar betekenis, de tijd vorderde en zijn wanderlust groeide elke dag. Telkens wanneer hij z’n vrienden vertelde over zijn gekke idee om de wereld rond te reizen, kreeg hij lacherige reacties en smalende blikken. “Je hebt geen rotte pond.”, klonk het.

Alastair besloot door te zetten en zijn gevolg een dikke veeg uit de pan te geven: hij sprong in het zadel en fietste de wereld rond. Door Europa, naar het zuidelijkste puntje van Afrika, door de Amerika’s naar Alaska, richting Mongolië. In Siberië trotseerde hij de antarctische temperaturen, in Rusland reed hij achter rendieren aan, in Japan dobberde hij in een meer terwijl de apen hem met nieuwsgierige blikken bekeken, op de Filipijnen at hij de ingewanden van een kip. Zijn avonturen hield hij zorgvuldig bij, die zouden hem van stof voorzien voor drie bestsellers en nog eens zoveel kinderboeken. Hij was een man met een plan en eenmaal terug in Groot Brittannië werd hij door de pers gebombardeerd tot avonturier. Hij was de kleine man die met z’n fiets had getoond dat het wél kon: zonder geld de wereld zien. Plots behoorde hij tot de hall of fame, mocht hij zich naast een Edmund Hillary of Roald Amundsen plaatsen.

Alleen, dat imago van avonturier zou als een boemerang terug in zijn gezicht terechtkomen. De zaken liepen vlot voor Alastair, zo nu en dan werd hij op de gebruikelijke symposia uitgenodigd als motivational speaker, de wereld rond per fiets, dat spreekt nu eenmaal tot de verbeelding. Het moet ergens in mei 2015 geweest zijn, toen één van zijn toehoorders hem aansprak: “Hey Alastair, ik heb twee punt vier kinderen, een vrouw, een hypothecaire lening, een wagen op afbetaling én een bazige schoonmoeder. Erg fijn van je om hier te verkondigen dat de wereld zo heerlijk is, maar een wereldreis van drie jaar zit er jammer genoeg niet meteen in. Verplichtingen en zo, weet je.”

Precies dàt zette Alastair aan het denken. Hoe kon hij avontuur promoten dat minder tijd en inspanning vergde? Laagdrempelig, instant plezier, toegankelijk voor iedereen? En zo bedacht hij de term microadventure. Het volstond om het principe in een format te gieten, regels vast te leggen, om het interessant te maken voor jou en ik. Het idee is simpel en briljant: we werken allemaal van 9 tot 5, maar wat doen we van 5 tot 9? Facebooken? Sofahangen? Socialisen? Restaurants afschuimen? Wat als je die tijd nuttig invult met gelijkgestemden? Dus in plaats van rustig richting files te glijden nadat je werktijd is afgelopen, zonder je je even af op het bureau, je kleedt je om, springt op je fiets, neemt de trein of gaat te voet. Je ontmoet je vrienden, jullie kopen wat ingrediënten om gezellig een potje te koken die avond en dan… trekken jullie de wijde wereld in. Je leent een kayak, vaart de Dijle of Dender af, meert aan in een wei en daar maak je je vuurtje. Een ander soort avondje onder vrienden, zeg maar. Maar nogmaals: je moet je wel aan de regels houden. Zo is het niet de bedoeling dat je er een binge-drinking-sessie van maakt, je hebt oog en oor voor je mede-avonturiers en laat sociale media achterwege. Niemand buiten jullie selecte groepje mag weten dat jullie op een boogscheut van het kantoor kamperen, net dat maakt het uniek en spannend. Dat kamperen doen jullie trouwens onder de blote hemel, tenten zijn niet toegestaan. De volgende ochtend ontbijten jullie samen en achteraf spelen jullie terug forensje, lekker pendelend tussen huis en job. Microavonturen zijn kort, geniepig en vooral: ze maken het leven pakken interessanter.

Alastair had een kleine goudmijn gevonden. In tijden waarin we allemaal zo nu en dan de kluts kwijtraken, ons blind staren op die lichtgevende kleine schermpjes, is het handig om even de voetjes terug op de grond te krijgen, te aarden, zeg maar. Zijn boek Microadventures verkoopt als zoete broodjes, zeker nu hij op zijn website een jaar aan avonturen aanbiedt. Elke maand één microavontuur, dat moet voor ons allen te doen zijn, toch? Ik ben alvast vastberaden om eraan te beginnen, in de moeilijkste maand nog wel: januari. Wat het wordt? Wel, dat kan ik nog niet vertellen, maar in buurt van de duffe gebouwen van de VRT moet er wel een klein idyllisch bos te vinden zijn waar ik en m’n maten kunnen neerstrijken. Dus wanneer het zover is, dan hoor je er wellicht… niks van!

Like what you read? Give Ben Roelants a round of applause.

From a quick cheer to a standing ovation, clap to show how much you enjoyed this story.