Een gesprek met Mariëtte Lusse

Pedagoog en lector Hogeschool Rotterdam

Mariëtte Lusse is pedagoog en lector bij Hogeschool Rotterdam. In al haar werk onderzoekt zij hoe de relatie van ouders kan worden versterkt in het onderwijs van kinderen. Dat gaat heel breed; hoe kunnen gesprekken met ouders het leren van kinderen bevorderen?

Leren begint natuurlijk voor een belangrijk deel in de omgeving van kinderen zelf — de ouders, de buurt, de opvoeding, de onrust in het eigen hoofd, etc. Docenten op school moet daar natuurlijk rekening mee houden. Hoe betrek je dan ouders, de buurt, de opvoeding daarbij?

Mariëtte vertelt dat ze in haar onderzoek — samen met de docenten overigens — vooral praktische oplossingen geeft. Hen niet uiteindelijk vertelt hoe ze het moeten doen, maar wat ze kunnen doen. Inspireert dus. Daarvoor is er bijvoorbeeld een gereedschapskist. Als je in die kist kijkt, lees je vooral dat er aandacht moet zijn voor ouders in dat leerproces van kinderen. En hoe je dat dan kunt doen. Dat lijkt een vanzelfsprekendheid, maar dat is het niet. Zoals deze: ken je als docent alle ouders? Mariëtte: ‘Vaak leer je ouders kennen van kinderen die het niet goed doen, of ouders die aandacht van jou als docent vragen. Maar ken je de rest van de ouders ook? En hoe gaat dat jou als docent helpen?’ Praktische vragen, gesteld door een wetenschapper die met een wetenschappelijke bril vooral dat andere perspectief wil helpen maken. Het perspectief van een kind dat mogelijkheden heeft.

Natuurlijk is daar dan mijn vraag aan Mariëtte wat haar drijft? In haar antwoord blijft vooral hangen dat het haar hoop is dat we alle kinderen blijven zien als jonge mensen met potentie. Ik hoor hier ook het warme hart van de pedagoog. Ik hoor het verlangen dat we die potentie niet zullen weggooien in het drukke onderwijs. Ik hoor ook de lector die wil bijdragen om docenten én ouders positief te betrekken bij het leren van kinderen.

‘Wat me blij maakt is als we dingen kunnen kantelen samen naar een nieuw perspectief — hoe kunnen we positief naar kinderen kijken met elkaar.’

Samen moeten we in dat onderwijs verder leren kijken dan het klaslokaal. Dat betekent dat we jongeren moeten verbinden met organisaties in hun eigen buurt. Dat we ouders in hun kracht moeten zetten zodat ze hun kinderen goed kunnen ondersteunen (en niet alleen maar politieagent te laten zijn). Dat we samen spreken over bijvoorbeeld loopbaanoriëntatie van hun kinderen. Logisch dan ook weer dat Mariëtte Lusse ook verbonden is met een project als de Wijkacademie.

Wat is je ambitie vraag ik haar, hoe wil je verder, wat moet er nog? Natuurlijk, de diepe zucht, want als je kijkt waar ze nu al bij betrokken is in haar lectoraat, maar dan toch: ‘Ik wil graag nog meer domein overstijgend werken. Het hele leven van kinderen daarin meenemen, sociaal, onderwijs, medisch, ouders, buurt, en daar middelen voor ontwikkelen om hen te laten begeleiden.’ Ik begrijp dat wel. Ik begrijp ook de zucht, maar ik begrijp nog meer het verlangen.

In haar publicatie ‘Van je ouders moet je het hebben’ staat aan het eind dit: ‘Mijn learning dream is dat er rond het thema ouders in Rotterdam Zuid een leergemeenschap ontstaat, die eraan bijdraagt dat professionals, organisaties en opleidingen steeds beter weten hoe zij ouders kunnen versterken en het zelfvertrouwen hebben deze kennis toe te passen. Ik hoef me voorlopig nog niet te vervelen!’

Dat dus. O, en dan ontdek ik nog dat Mariëtte Lusse genomineerd is geweest voor NRO VOR Praktijkprijs. Nee, die gaat zich voorlopig niet vervelen.

Work and Purpose

Betekenisvol Onderwijs

Written by

Ron van Es schrijft over betekenisvol onderwijs. www.workandpurpose.nl