Nooit meer Japanse pizza

Laat ik beginnen waar ik jullie heb achtergelaten; Naoshima.

Naoshima

De vorige keer Japan stond dit kunsteiland al op mijn lijstje, maar lukte het niet vanwege tijdsgebrek. Deze keer heb ik er een overnachting geboekt om zeker te weten dat ik genoeg tijd heb. ’s Middags zit ik op de ferry, met het bovendek voor mij alleen. Een warm zonnetje schijnt op mijn gezicht en de zeewind gaat door mijn haren. Het doet me goed om even uit de stad te zijn. Bij aankomst in het hostel word ik ontvangen door een superlieve Japanse vrouw die heel goed Engels spreekt. Ze vertelt me dat ik het beste een fiets kan huren om naar de musea te fietsen.

De volgende dag zit ik op een kinderfiets.

Hij kon niet kleiner

Het eilandje is prachtig. Mooie strandjes, rotsen en losse kunstwerken in de open lucht. De drie musea op het eiland zijn ontworpen door mijn favoriete architect; Tadao Ando. Hij is een meester in minimalisme.

Hier ga ik dus van steigeren
Veruit het bekendste werk op Naoshima, Verloren Pompoenski

Het pronkstuk van Ando is het Chichu Art Museum, waar hij het hele museum onder de grond heeft gebouwd. Alle ruimtes worden uitsluitend met zonlicht belicht. Ik mocht er helaas geen foto’s maken. Toch gedaan.

Illegaal
Chichu vanuit de lucht

Het museum is een van de meest indrukwekkende waar ik ooit geweest ben. Er zijn ‘maar’ 9 kunstwerken die grotendeels speciaal voor dit museum gemaakt zijn. Hoe de kunst en architectuur elkaar aanvullen heb ik nog nooit eerder gezien. Wat het extra speciaal maakt is dat ik er vroeg ben. Daardoor heb ik bijna elke ruimte voor mezelf.

Kyoto

Eenmaal in Kyoto stuur ik JP een berichtje om te vragen waar hij uithangt. Ik leerde JP (een Braziliaan) kennen toen hij me op een feestje in Tokyo om een condoom vroeg. Hij was bang dat de Japanse maat alleen om z’n eikel zou passen. Ik had er geen voor hem, maar kon wel meteen goed met ‘m opschieten. In Kyoto gaan we er in de avonden samen op uit. We drinken en lachen ons een scheur. Overdag is het fijn rondlopen in de charmante stad. De bebouwing is hier een stuk lager en authentieker dan in Tokyo. Een hoop tempels en tuinen zijn goed bewaard gebleven of met Japanse precisie herbouwd na een aardbeving.

Jona

Mijn neefje Jonathan komt spontaan drie weken naar Japan. Hij vraagt of ik er okay mee ben om een paar dagen samen op te trekken in Tokyo. We gaan een paar dagen samen met JP op pad. De eerste dag laten we Jona meteen een van de gekste wijken van Tokyo zien; Electric Town Akihabara. Uit elke gevel schreeuwt een andere reclame en overal zijn maffe (tech)winkeltjes te vinden. We gaan onder andere naar een maid-café, waar meisjes met puppyogen je in schattige kleren komen bedienen. Je krijgt fluffy oortjes op je hoofd en je moet een gek liedje zingen. Ik weet nog steeds niet of Japanners dit als seksueel ervaren. Het is leuk om Jona’s reacties, verbazing en enthousiasme tijdens zijn eerste uren Japan te zien.

Jona & JP

Nooit meer Japanse pizza

Ik heb me voorgenomen om alleen maar Japans te eten, op ontbijt na. Een misosoep en rijst als ontbijt? No way. Ontbijten is iets wat de Japanners nog van Nederlanders kunnen leren.

Ik geniet van de Japanse keuken tot ik op een gegeven moment zin krijg in een dikke vette pizza. Dus hop ik de eerste pizzatent die ik tegenkom binnen. Na een kwartier krijg ik een pizza ter grootte van mijn hand. Heb je al eens gezien hoe klein mijn handen zijn? Shit. Meteen terug naar ramen, tempura en sushi.

Krijg je al trek?

-100 karmapunten

Wanneer ik met JP en Jona in een restaurant zit, zien we ‘precious, rare dishes’ op de kaart staan. Ze serveren er onder andere gegrilde krokodil, dichtgeschroeide walvis en rauw paard. De mens staat duidelijk bovenaan de voedselketen. Met groot schuldbesef bestellen JP en ik een portie walvis. We verwachten dat Greenpeace elk moment binnen komt stormen. Met een raar gevoel beginnen we aan iets wat qua structuur op rundvlees lijkt. Het smaakt wel naar vis, maar is niet heel speciaal, dus voelen we ons extra schuldig.

Dit kan echt niet

Tijd voor sneeeeeuw

Nu heb ik echt even gehad met de drukte. Op naar natuur en frisse lucht. Een van de dingen die ik heel graag in Japan wilde doen was snowboarden. Thuis had ik al gelezen over Hakuba, een gebied met veel mogelijkheden. Het snow-minded hostel waar ik slaap is van een stel Australiërs. Van de gasten ben ik de enige niet-Australiër. In de avonden hangt iedereen aan de bar om enthousiast plannen te maken voor de volgende dag. Het klikt goed met Jake die een heel seizoen in de Japanse sneeuw doorbrengt. Op m’n snowboard voel ik me blijer dan een kind in de snoepwinkel, ook al is de temperatuur voor de sneeuwkwaliteit aan de hoge kant.

Jake kan niet meer

Op zondag blijven we bij het hostel om daar met 10 man een klein funparkje op te bouwen. Uiteindelijk kunnen we met een zelfgebouwde lier een heel rondje rond het hostel maken. We razen de hele dag als jonge honden rond. Pas aan het einde van de middag, nadat m’n schouder na een radicale flip uit de kom floept, is de pret over. Ondanks dat heb ik enorm genoten van een paar dagen in de sneeuw.

Godsamme mooi uitzicht!

Beetje werken, beetje wandelen

Ondertussen loopt mijn freelancewerk met twee nieuwe opdrachten goed door. Daarom zit ik nu twee dagen in Matsumoto, een stadje waar ik drie jaar terug ook heb overnacht. Het is een klein stadje in een mooi dal. Ideaal om een beetje te werken en een beetje te wandelen. Mijn hostel heeft een onsen (Japans badhuis), heel relaxt na een paar dagen intensief snowboarden. De rust en natuur bevallen goed, dus daar ga ik mijn volgende bestemming op uitzoeken!