‘C’est Martien, mon commandant, pas Marsjèn!’

Oorlog en terpentijn: palet van schotwonden, trauma’s, kunst en liefde.

Foto: Britt Somers

Een roman door Stefan Hertmans over een van de duizenden Belgische soldaten die hebben meegevochten tijdens de Eerste Wereldoorlog, gebaseerd op de cahiers die Hertmans’ grootvader Urbain Martien aan hem naliet. Hertmans laat de lezer uitstekend voelen wat zijn grootvader heeft meegemaakt: de jonge jaren van de kleine Urbain in het oude Gent, de met modder en bloed besmeurde jaren in de loopgraven, en de trauma’s waarmee Martien moest leven in de jaren na de oorlog.

‘Oorlog en terpentijn’: de titel kan ruim worden opgevat, maar benoemt wel precies de dingen die Urbains leven het meest beheersten: het meevechten in de oorlog, en de liefde voor schilderen, geërfd van zijn vader.

De indeling van het boek — 3 delen die elk een apart deel van Martiens leven beschrijven — was een goede keuze. Hertmans omschrijft zijn eigen gevoelens en ervaringen bij het ontdekken van zijn grootvaders’ leven ook, behalve in het tweede deel. Dat is het deel waar de cahiers van Martien bijna letterlijk zijn overgenomen in het boek en waar de lezer de Eerste Wereldoorlog meemaakt. Als geen ander laten Hertmans en zijn grootvader de lezer ervaren hoe het was in de loopgraven tijdens ‘De Groote Oorlog’. De gruwelijke details die genoemd worden maken dat je je zelf ellendig gaat voelen. Diarree, luizen, de uit de kop van een medesoldaat geschoten hersenen, creperende paarden: na het lezen van dit deel begrijpt u als lezer misschien iets meer waarom soldaten, psychisch verminkt, zich tijdens en na de oorlog als beesten konden gedragen.

Soms draaft de schrijver een beetje door in zijn omschrijvingen — hij lijkt maar wat graag de lezer een uitgebreide cursus kunst, geschiedenis of landschapsstudie mee te willen geven. Het flamingantisme en de gelovige sfeer in de eerste helft van de vorige eeuw lopen als een rode draad door het boek. Waalse soldaten worden bevordert tot hogere rangen, terwijl Vlaming Martien, door de Walen uitgesproken als ‘Marsjèn’, ondanks zijn heldendaden altijd sergeant-majoor zal blijven.

De goorheid van de gelatinefabriek waar Urbain als klein manneke langsging is zo goed beschreven dat je bijna zelf ervan gaat kokhalzen. De ijzergieterij waar Urbain jarenlang werkte — de hitte, het felle licht, de brute ovens: door Hertmans’ omschrijvingen van de plekken waar Urbain was kan de lezer het verhaal perfect voor zich projecteren als een film. Ook de letterlijke citaten van Urbains vrouw Gabrielle en zijn moeder Céline laten goed de oude, nonchalante sfeer voelen die soms bij Martien thuis heerste.

Het tonen van afbeeldingen van besproken onderwerpen is absoluut van toegevoegde waarde. Het laat de lezer nog beter een kijk nemen in het leven van Urbain, en geeft een beeld van Urbains schilderkunst: kopieën van grote meesters, beschilderde stenen en zelfs met verkoolde twijgjes getekende portretten van kameraden uit de loopgraven.

Urbain Martien, zomaar een soldaat, wiens leven is vereeuwigd in het boek van zijn kleinzoon. Een leven beheerst door oorlog, kunst, en weggestopte gevoelens. Een boek wat goed een geschiedenisboek op de schoolbanken zou kunnen vervangen. Niet voor beginnende of onervaren lezers, maar zeker de moeite waard — al is het al om meer besef te krijgen van de Vlaamse geschiedenis.

Britt Somers

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Britt Somers’s story.