De stedelijke omgeving en klimaatveranderingen

Carlijn Bijlsma
Apr 18, 2019 · 25 min read

Steden in Nederland zijn nog niet klaar voor de grote klimaatveranderingen in de toekomst. Dit probleem komt alsmaar dichterbij. Mensen lijken zich er steeds meer van bewust te worden maar de oplossingen blijven achter. In steden wordt het ten opzichten van dorpen en het platteland, zowel warmer in de zomer als natter in de winter(1). Dit komt onder andere omdat het in steden minder waait waardoor er warmere lucht is, ook is er in steden veel verhard oppervlakte waardoor er tijdens hoge temperaturen hitteplekken ontstaan. Net zoals de warmte kan ook het regenwater nergens naartoe. De rioleringssystemen zijn niet geschikt om de hoeveelheid regenwater op te kunnen vangen en zullen overstromen. Groen is dan vaak de oplossing. Helaas is dit niet altijd makkelijk te realiseren in een vol bebouwde stad. Ik woon in Rotterdam en ook deze stad zal te maken krijgen met bovenliggende problemen, daarom neem ik Rotterdam als uitgangspunt voor mijn project.

Tot een jaar geleden hield ik me voornamelijk bezig om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Ik bedacht duurzame alternatieven op het gebied van energie en ging met een project het afval van de plastic soep tegen. Nu voelt dat aslof ik achter de feiten aan loop. Ons zo goed mogelijk op de effecten van het klimaat aanpassen en zo de toekomstige problemen voor zijn, is voor mij nu de grootste uitdaging. Want hoe gaan steden in Nederland er na 2050 uitzien?


De potentie van biochar ten opzichten van de klimaatverandering effecten in Nederland

Vorig jaar las ik een artikel in de Volkskrant wat ging over het stoken van hout. Het lijkt misschien onschuldig maar het bleek enorm schadelijk te zijn voor mens en milieu(2). Ik vond dit een enorme shock en wilde daarom een duurzamer alternatief verzinnen voor het stoken van hout. Tijdens dat onderzoek struinde ik op het materiaal biochar. Biochar is een houtskool dat door middel van polyrose ontstaat. Dat wil zeggen dat er geen zuurstof bij het verhittings proces aanwezig is, waardoor de kool CO2 vasthoudt. Hierdoor zou biochar een positieve werking op het klimaat hebben omdat het CO2 negatief werkt. Boeren in het Amazone gebied gebruiken deze kool al jaren om hun bodem vruchtbaar te maken. Net als de boeren zijn ook onderzoekers zoals Lauren M.Deem & Susan E. Crow (3) lyrisch over de kool en zien hier veel potentie in. Net als ik. Sterker nog, ik zag zo veel potentie in biochar dat ik hier mijn project op aangepast heb. Omdat een van de vele benefits van biochar is dat het een grote hoeveelheid water op kan nemen, legde ik al snel de link met het wateroverlast als gevolg van klimaatveranderingen in steden. Mijn onderzoeksvraag luidt als volgt:

Wat is de potentie van biochar ten opzichten van de klimaat verandering effecten in Nederland?

Deelvragen

1. Wat zijn de materiaal eigenschappen van biochar

Zoals ik hierboven al kort toegelicht heb, heeft biochar een aantal interessante materiaal eigenschappen. Om eerst meer over het materiaal te weten te komen en de opties te bespreken, zocht ik naar deskundige/onderzoekers op het gebied van biochar. Ik las op internet een artikel(4) van de Universiteit van Wageningen over een onderzoek naar biochar. Ik nam contact op met onderzoeker ir. Gerben Bakker, een van de onderzoekers die aan dit onderzoek heeft meegewerkt. Ik had een boeiend gesprek over mogelijke alternatieven waar je biochar voor kan gebruiken.

Kort daarna kwam ik terecht bij Rob Vasbinder, bioloog en technisch ondernemer(5). Hij heeft een machine ontwikkeld waar je natuurlijke materialen in kunt stoppen en uiteindelijk biochar, bio-energie, houtazijn en pyrolyse olie voor terug krijgt. De machine werkt geheel autonoom op zijn eigen opgewekte energie. Ik nam direct contact op met Rob. Een week later zat ik bij hem op zijn bureau aan tafel.

v.l.n.r. Pyrolyse olie, hout azijn, hout snippers & biochar

Voor de Nederlandse markt is de char nog niet interessant genoeg, dat komt omdat het tot nu toe door boeren alleen als bodemverbeteraar wordt gebruikt. Nederland heeft al een vruchtbare grond dus voor ons is het minder interessant. Wat mij persoonlijk het meeste aansprak van de kool eigenschappen, is het feit dat het CO2 opslaat. Samen met de CO2 opslag en het waterabsorberende eigenschap van de kool in ons achterhoofd, gingen Rob en ik brainstormen over mogelijke toepassingen van de kool.

Na een aantal ideeën kregen we het over andere materialen en de eigenschappen daarvan. Zo kwamen we op een gegeven moment bij biopolymeren. Biopolymeren of ook wel bioplastics genoemd, worden gemaakt van natuurlijke grondstoffen, zoals maïs, aardappels of suikerriet. Met dit materiaal worden al veel verpakkingen gemaakt die anders van plastic gemaakt zouden worden. Een van de eigenschappen van biopolymeren is dat het net als biochar waterabsorberend werkt.

‘Wat zou er gebeuren als je deze twee materialen samen zou voegen?’ Vroeg ik me hardop af. De een zou de ander versterken, het slaat CO2 op, is waterabsorberend, natuurlijk afbreekbaar en stevigheid bieden.

2. Klimaatverandering effecten op het landschap

Een paar maanden geleden had NOS een speciale uitzending over het weer en het klimaat(6). Deze aflevering heeft een enorme indruk op mij gehad. Ik zag door middel van AR hoe Nederland er rond 2050 uit zal komen te zien. Hier schrok ik van. De droom die ik als kind had om een palmboom in de tuin te hebben zou werkelijkheid worden. Ik was me er al wel van bewust dat we in Nederland te maken kunnen gaan krijgen met overstromingen vanuit de kust en dat het warmer wordt in de zomer. Wat ik niet wist is dat de warmte net zoals de regenval, zó extreem kunnen gaan worden. Steden kunnen overstromen en de hitte zal enorme gevolgen gaan hebben op ons landschap. Ik ben op internet gaan zoeken naar grafieken die duidelijk lieten zien met hoeveel regenval en droogte wij later te maken zullen hebben.

“De neerslag is sinds 1950 met zo’n 20% toegenomen. Vooral in de kustgebieden merk je dat goed. Opvallend hierbij is dat het aantal regendagen in de winter niet heel erg is veranderd. Maar als het regent, regent het net iets harder. Hetzelfde gebeurt in de zomer. Het aantal regendagen neemt dan zelfs af, maar de hevigheid van de buien neemt toe.” Bart van den Hurk van het KNMI (7).

Voorspelling van neerslag voor de jaren 2050 en 2085. Het W-scenario is het meest pessimistische klimaatmodel en G-scenario is het meer optimistische klimaatmodel. Credits: KNMI (7)

Nu ik het effect globaal op Nederland had onderzocht, was ik benieuwd hoe Rotterdam ervoor zou staan wat betreft wateroverlast en hittestress rond 2050. Op de site van de Klimaatatlas(8) hebben ze de effecten in kaart gebracht. Het wateroverlast waar Rotterdam mee te maken zal gaan krijgen was erger dan ik had verwacht.

Hittestress Rotterdam
Wateroverlast Rotterdam

Omdat ik versteld stond van de regenval waar Rotterdam mee te maken zal krijgen, besloot ik me hierop te focussen en niet op de hittestress. De stad zal het namelijk erg moeilijk gaan krijgen om deze effecten op te kunnen vangen om de overlast te beperken. Gelukkig is Rotterdam een echte waterstad met de havens om de hoek en weten ze bij de gemeete ook dat hier iets aan gedaan moet worden. Ik besloot daarom de gemeente op te bellen en de vraag, wat ze nu al tegen wateroverlast doen, voor te leggen. Hierop kreeg ik een PDF doorgestuurd met daarin de mogelijke oplossingen volgens de gemeente(9). De oplossingen worden gezocht in het toepassen van de volgende stappen: water vasthouden, bergen en afvoeren. Dit komt neer op het volgende:

  • Vasthouden
    regenwater tijdelijk vasthouden op de plek waar het valt, zodat het niet direct in het watersysteem of in de riolering terecht komt. Voorbeelden: de ouderwetse regenton, groenvoorzieningen, de bodem en groene daken.
  • Bergen
    regenwater verzamelen en tijdelijk opbergen in grotere bergingen. Voorbeelden: bergbezinkbassins (grote ondergrondse kelders waar overtollig rioolwater tijdelijk kan worden geborgen), waterbergingen langs watergangen en uiterwaarden langs de rivier.
  • Afvoeren
    water, vanaf de plek waar het gevallen is, via het watersysteem of de riolering afvoeren naar zee of een rivier via het boezemsysteem of naar een afvalwaterzuivering.

Ik was verrast om te lezen dat Rotterdam al nodige aanpassingen heeft gedaan in de stad. Zoals de waterberging onder de parkeergarage bij het museum park.

Waterberging parkeergarage Museumpark

Toch heb ik hier mijn bedenkingen bij. Het is te duur voor de gemeente om nu nog plekken open te breken en daar een berging onder te plaatsen. Dit zullen ze meteen moeten overwegen wanneer er nieuwbouw plaatsvindt. Zelfs dan is een berging kostbaar en ben je vrij gelimiteerd qua grootte door de plek waar er gebouwd wordt. De oplossing om water af te voeren via rioleringen naar een rivier, zal tijdens een hevige regenbui ook niet slagen(10). De rioleringen raken overspoeld, net zoals de rivieren. Natuurlijk helpen alle kleine beetjes maar naar mijn mening mag er meer gedaan worden en moet er slimmer gekeken worden naar de kwetsbare plekken in de stad. Het centrum.

Een voorbeeld hiervan vind ik het project, Recycled Park in de Rijnhaven van Rotterdam door WHIM architecten(11). Zij richten zich met dit project op de wereldwijde plasticvervuiling van onze zeeën en oceanen. Met dit gerecycled materiaal maken ze nieuwe drijvende landschappen, wat zorgt voor extra groen in het centrum.

Recycled Park -WHIM architecten

Volgens verschillende onderzoekers, is meer groen plaatsen in vele gevallen de oplossing voor onder andere het overtollige water(10). De bodem zorgt ervoor dat het water sneller opgenomen wordt, de planten zorgen voor de CO2 regulering en groen in een stad is gezonder om in te leven. Ook op daken wordt groen geplaatst om het water op te vangen. Dit vind ik wederom een voorbeeld van slim omgaan met een relatief kwetsbare plek (het dak) en het probleem (wateroverlast). Daarom zie je in veel steden maar ook in dorpen al daken bedekt met groen. Binder Groenprojecten realiseert de 1e DakAkker van Nederland op Het Schieblock in Rotterdam(12). Dit dak kan nu 60.000 liter water opslaan.

DakAkker Rotterdam

Maar is groen dan echt dé oplossing? Want in de droge periodes zullen veel planten en bomen het niet overleven. Er zal veel ruimte worden ingenomen en mankracht moeten worden ingezet om het groen in de stad te onderhouden, dat is kostbaar. Toch vind ik de eigenschappen van groen de interessantste oplossing om mee te nemen als randvoorwaarden in mijn project.

3. Hout & compost productie / overschot in Nederland

Terug naar biochar. Hout is het voornaamste materiaal om biochar mee te kunnen maken. Aangezien Nederland niet het land is met overbebossing, onderzocht ik alternatieven om biochar van te kunnen maken. Als uitgangspunt wil ik biochar van een afvalstroom laten maken. Een stroom die logisch is voor Nederland en dicht bij de Nederalndse afvalproducties te vinden is. Denk bijvoorbeeld aan GFT- Groenten fruit en tuin afval vanuit woningen, of het afval wat afkomstig is uit kassen. Ik vroeg mijn biochar-goeroe Rob hier meer over. Hij vertelde mij dat bijna alle biologische materialen geschikt zijn om biochar van te kunnen maken. Het enige wat mee speelt in de keuze van het materiaal is het uiteindelijke doel, wat wil je met de biochar gaan doen?

Voor deze deelvraag heb ik verschillende afvalstromen in Nederland onderzocht waarvan ik biochar zou kunnen maken. Ik wil geen extra afval creëren of een geheel nieuw proces starten voor de productie van biochar.

Hout
Als je aan Nederland denkt, denk je niet meteen aan een land vol met bossen. Terwijl we veel bossen hebben, wordt hier ook het nodige gekapt. Op zondag 31 maart 2019, keek ik op NPO2 het programma ‘De Monitor’, dat een aflevering had over de bomenkap in Nederland(13). Op veel plekken in Nederland wilt Staatsbosbeheer in natuurgebieden van bos weer heide maken, hoe het vroeger ook was. Staatsbosbeheer haalt de bomen weg die voor heides gekapt moeten worden of als er teveel bomen in een bos staan. Je kan dus vast stellen dat er in Nederland veel wordt gekapt. Om precies te zijn 1231 hectare bos in het afgelopen jaar 2018, dat zijn ongeveer 2.500.000 bomen. Het hout wordt doorverkocht aan onder andere meubel makers, haard hout fabrikanten en andere commerciële bedrijven. Dit zou daarom een perfecte afvalstroom kunnen zijn om biochar van te maken. Toch wilde ik verder onderzoeken of er niet nog een logischere afvalstroom te vinden is. Nederland staat bekend om haar land- akkerbouw en waar productie is, is afval.

Kassen
Op internet las ik dat kwekers van bijvoorbeeld tomaten, komkommers of paprika’s na de oogst blijven zitten met gewasresten. Dit restmateriaal, wat de kwekers zien als afval, moet afgevoerd worden wat een kostenpost is voor de kwekers. Ik vroeg me af hoeveel het de kwekers kost om het afval te laten vergisten of composteren en om wat voor soort afval het nou eigenlijk gaat. Ik belde hierover met het bedrijf GreenPort NHN(14). Zij hebben als doelstelling om in de land- en tuinbouw sector te helpen met het stimuleren en initiëren van innovatie, in de regio Noord-Holland Noord.

Ik kreeg te horen dat een perceel tomaten, ter grootte van een hectare jaarlijks circa 30 ton restmateriaal op levert. Om dat af te laten voeren naar installaties waar het wordt vergist of gecomposteerd, kost het de boer ongeveer duizend euro. De gewasresten bestaan voornamelijk uit stengels en bladafval. Dit is min of meer hetzelfde materiaal als hout en daarom een goede reststroming om biochar van te kunnen produceren.

Overzicht in kaart
Ik was benieuwd hoeveel bossen en glastuinbouw bedrijven zich op de Nederlandse bodem bevinden. Op deze manier kan ik gemakkelijker inzien om hoeveel land- tuinbouw bedrijven en bossen het gaat en hoe groot deze zijn. Om hier een overzicht van te kunnen maken heb ik verschillende mappen van het CBS gebruikt(15).

Mijn conclusie hieruit is dat er in Nederland voldoende biologische afvalstromingen zijn waaruit biochar kan worden geproduceert. Of het nou gaat om hout van gekapte bomen of stengels van de glastuinbouwsector. Toch kies ik voor de afvalstroom vanuit de glastuinbouwsector, met als voornaamste reden dat het materiaal nog geen hoogwaardige verwerkingsmethode kent. Terwijl er met hout al van alles gedaan wordt. Hier zullen Rob en ik dan ook de biochar voor de tegel van gaan maken.

4. Potentie van Biochar in Nederland

In het boek Biochar in European Soilsand Agriculture, geschreven door onder andere Simon Shackley(16), heb ik de nodige informatie kunnen vinden over biochar in Europa. De Nederlandse bodem is in verhouding tot het Amazone gebied al een rijke en gezonde grond. Dit is dan ook een van de redenen waarom biochar niet voor de Nederlandse grond wordt gebruikt. Toch is biochar een schoner alternatief voor boeren om hun land mee te bemesten door de verschillende nutriënten die biochar bevat. Tevens werkt het ook op een natuurlijke manier als bestrijdingsmiddel doordat de char nutriënten heeft die alleen een negatieve invloed hebben op de insecten die het willen eten en niet op bijvoorbeeld de bijen die erboven vliegen. Na het lezen van een aantal hoofdstukken die aansluiten op mijn vraag; Wat de potentie van biochar in Nederland is, kon ik de conclusie trekken dat we ook voor de Nederlandse bodem, biochar als een waardevol materiaal kunnen beschouwen.

Nobelprijs winnaar Dr. Daniel Kammen, heeft biochar uitgeroepen tot 4e beste milieu technische maatregel voor de stad van de toekomst(17). Deze prijs ontving Kammen in 2007, waarbij hij een machine ontwikkelde om vanuit biochar, bio-energie te maken. Deze char werd weer gebruikt waarvoor het ooit bedacht was — als bodemverbeteraar, de energie werd gebruikt als de meest groene energie bron. De machine waar Rob zijn biochar in maakt, is geinspireerd op de machine van Dr. Daniel Kammen.

Ik ben het met Dr. Daniel Kammen eens dat biochar een van de beste milieu technische maatregel voor de stad van de toekomst is. Alleen wil ik de biochar zelf inzetten voor de stad en niet de, door het proces opgewekte groene energie.

De stad van de toekomst

Wanneer ik door het centrum van Rotterdam loop, ruik ik vaak uitlaatgassen en zie ik weinig groen om me heen. Terwijl groen in de stad het milieu verbetert, voor een rijke biodiversiteit zorgt, de luchtvervuiling vermindert, voor waterberging zorgt, geluidshinder dempt en in warme periodes voor verkoeling zorgt. Daarentegen zijn er veel straten met druk verkeer, open pleinen en hoge gebouwen, ook wel verstening genoemd. Als rond 2050 het klimaat zijn harde veranderingen laat zien, zou het centrum van Rotterdam het hier zwaar onder te leiden krijgen. Naast de warmte kan ook het water nergens naartoe. De rioleringen raken overspoeld, de sluizen naar de Maas maken overuren met als gevolg dat ook het water in de Maas stijgt en voor overstromingen kan gaan zorgen.

Om toch het wateroverlast terug te kunnen dringen in steden, zonder grote dure veranderingen voor de stad, heb ik een oplossing gevonden tijdens mijn onderzoek. Samen met Rob zijn we tijdens onze brainstorm sessie uitgekomen op een nieuw materiaal. Dit materiaal bestaat uit twee componenten; Biochar en Biopolymeer.

Het materiaal
Ik nam contact op met The Better Future Factory in Rotterdam. Zij beschikken namelijk over een aantal machines die ik nodig zou hebben om biochar en biopolymeren met elkaar te laten versmelten. Helaas hadden zij geen tijd om me verder te helpen en zocht ik samen met Rob naar andere bedrijven. We kwamen uit bij het BAC; Biopolymeer Applicatie Centrum (BAC) Avans Hogeschool, in Breda(18).

Op woensdag 3 april ben ik samen met Rob naar het BAC in Breda gegaan. Het doel van het BAC is om biopolymeren breed onder de aandacht te brengen om zo de transitie naar een biobased economy mede vorm te kunnen geven. Werner Muller, Rob en ik hebben die dag gesproken over de benefits van de twee componenten, biochar en biopolymeren. Ik vertelde wat voor uitkomst ik in gedachten had voor het materiaal en waarom dit naar mijn idee waardevol kan zijn in stedelijke gebieden. Rob en Werner waren het met me eens. Vervolgens hebben we lang gesproken over wat de beste aanpak is voor het materiaal, zodat we de benefits van biochar blijven behouden. Hieronder wat foto’s van de machines waarin we de twee componenten samenpersen tot een nieuw materiaal.

De stoeptegel
Met dit nieuwe materiaal komen er veel opties open te liggen. Opties die er met alleen biochar nog niet waren. Ik was daarom enthousiast om aan de slag te kunnen gaan met dit nieuwe materiaal. Van een nieuw bouwmateriaal, tot isolering, tot drijvende bloembakken, het kwam allemaal voorbij. Waar ik uiteindelijk de meeste potentie in zag, is de ouderwetse stoeptegel.

De hedendaagse stoeptegel is gemaakt van Portland cement. Cement laat geen water door, waardoor het water nergens naartoe kan. In het dicht bebouwde centrum komen de stoeptegels onder water te liggen. Denk bijvoorbeeld aan de koopgoot wat vol zou lopen met water.

De toekomstige stoeptegel die ik aan het ontwerpen ben, is dus gemaakt van biochar en biopolymeren. Dit materiaal laat water door, hetzelfde als een groene bodem zou doen, slaat CO2 op en is ontworpen om aan het einde van de levensduur onder de grond te worden gestopt. Omdat de materialen 100% biologisch afbreekbaar zijn, lost de tegel vanzelf op en zorgen we ervoor dat de CO2 onder de grond wordt opgeslagen. Mijn stoeptegel werkt dus CO2 negatief, iets wat volgens een aantal onderzoekers de enige oplossing is voor een gezonde wereld. Biochar is van nature zwart, om daarvan een tegel te maken zou het de hitte in de stad alleen maar verergeren. Ook daarom is biopolymeer een belangrijke toevoeging geweest. Hierdoor was het mogelijk de tegel grijs te maken.

Ik heb een rekensom gemaakt om aan te geven hoeveel CO2 je kunt opslaan als je het centrum gedeelte van Rotterdam zou bestraten met mijn tegels. Een doorsnee boom neemt gemiddeld 20KG CO2 op per jaar. Als je de negatieve 13 ton CO2 deelt door 20KG CO2 (gelijk aan 1 boom), kom je uit op ongeveer 650.000 bomen per jaar. Dat betekend dat als het hele centrum deze tegels zou hebben, het per jaar goed is voor de CO2 verwerking van 650 duizend bomen. Ik zie de tegel niet als bomen vervanging maar als versterking. Deze rekensom is gemaakt naar schatting.

Ik ben niet van plan de stoeptegel door heel het centrum te leggen. Omdat het een nieuw materiaal is moet er eerst veel getest worden. Ik zie het voor me, dat mijn stoeptegels als een soort eilandjes tussen de normale stoeptegels worden gelegd. Zo is er het minste overlast van open straten, kunnen we de levensduur testen, slaat het CO2 op en kunnen we zien of die plekken eerder droog komen te liggen dan de omliggende tegels. Deze test plekken komen er zo uit te zien:

Voorbeeld van een tegel eiland

Ik heb Rotterdam onder de loep genomen om een logische plaatsing van mijn tegels te kunnen bepalen. Wederom met behulp van de Klimaatatlas(8) en het PDF bestand dat ik vanuit de Gemeente Rotterdam heb gekregen(9).
Eerst wilde ik weten welke delen van Rotterdam het meeste wateroverlast krijgen, vervolgens heb ik uitgezocht waar mijn tegels het beste tot zijn recht zullen komen. Hierbij heb ik rekening gehouden met de omliggende gebouwen, groenvoorzieningen en wegen. Hoe dichter bebouwd, hoe meer de tegels nodig zijn.

Zoals je kunt zien zou de tegel in het centrum het beste tot zijn recht komen. Bij het ontwerpen van een tegel voor de buitenruimte moet je met verschillende aspecten rekening houden. Geen uitsteeksels waar over gestruikeld kan worden of gaten waar vuil in kan blijven zitten, blinden en slecht zienden moeten er makkelijk over heen kunnen lopen, net zoals ouderen met stokken en rollators. Behalve de veiligheid van de tegel zoals sterkte en brandbaarheid, moet het ook zo goedkoop en makkelijk mogelijk voor de gemeente zijn om ze te plaatsen.

In Nederland wordt al op verschillende manieren veel gebruik gemaakt van de grijze tegel. Denk hierbij aan tegels voor blinden en slecht zienden, de zinloos geweld tegel met het lieveheersbeestje erop, de zachte donkere tegels in speeltuinen, de knikkerpotjes, de cijfers voor het hinkelen of de ‘hier uw grofvuil’ tegel. Wat mij hierin opviel is dat er veel nagedacht is over het design van tegels voor kinderen. Met een kleine aanpassing heeft de tegel een geheel ander doel gekregen. Ik kon helaas de bedenker van het knikkerpotje niet achterhalen maar dit vind ik een voorbeeld van een slim design, een kleine aanpassing met een duidelijke functie. Dit wil ik voor het design van mijn tegel natuurlijk ook.

De stoeptegel van de toekomst

De VPRO heeft een podcast genaamd Ongesigneerd, wat gaat over alledaagse onopvallende designs waar een mooi of goed verhaal achter verscholen zit. Zo hebben ze ook een podcast over de stoeptegel(19). Behalve dat ik het leuk en interessant vond om te horen hoe de stoeptegel ontworpen is en hoe onmisbaar hij in ons straatbeeld is, heb ik er ook wat van opgestoken. De stoeptegel zoals wij die allemaal kennen heeft de afmeting 30x30 cm en dat is niet voor niets.

We leven in Nederland op een moeras achtige grond, alles zakt. Niet al te grote en vooral lichten materialen aanleggen is hierdoor prettig en kan zo makkelijker mee zakken met de ondergrond. Er komen zo minder randjes waar je over kunt struikelen. — Heiko Miskotte, hoofdontwerper openbare ruimte en mede oprichter van de Puccini methode.

Illustratie VPRO Ongesigneerd podcast, de stoeptegel

Ik vroeg me wel eens af waarom er in steden zoals Milaan van die mooie grote natuurstenen op de stoepen liggen en bij ons die saaie kleine grijze tegels. Nu snap ik dat het te maken heeft met onze ondergrond. Dit is voor mijn design proces belangrijk informatie, want ook mijn tegel moet licht genoeg zijn en voldoende kunnen meezakken met de bodem. Daarom wordt ook mijn tegel de vertrouwde afmeting van 30x30 cm.

Patroon
Ik besloot mijn design te laten ontstaan door het zo functioneel mogelijk te maken. De eerste gedachtes tot een functioneel design ontstonden op de plek waar vele creatieven bij zweren, de douche. De werking van de tegel heeft dezelfde overeenkomst als een doucheput namelijk water doorlaten. Na een kleine enquête kwam ik uit op dit ontwerp voor de tegel.

Design optie

Collaboration
Een docent van mijn opleiding, wees me op een aantal namen uit de grafisch design wereld. Ik nam contact op met een paar designers wat uiteindelijk leidde tot een samenwerking met Sigrid Calon(20). Sigrid is een grafisch designer en maakt naar mijn mening prachtige patronen. Na wat mail contact heb ik een uur met haar gebeld, mijn project uitgelegd en gepraat over design opties. Vervolgens is ze met mijn tegel aan de slag gegaan en kwamen er 4 designs uit. Wat mij inspireert, is de manier waarop Sigrid de tegel als een groter patroon ontwerpt in plaats van in zijn eenvoud.

Uiteindelijk heb ik gekozen voor het 1e design. Dit doet mij het meest denken aan regenval en vind ik daarom het beste binnen mijn concept passen. De doucheput heb ik hierdoor laten gaan. Ik ga liever voor een ontwerp dat in zijn geheel een sterk patroon maakt, aangezien de tegels ook in aantallen geplaatst worden. Hieronder zie je de tegel in zijn eenvoud. Je kunt daarin goed de lijnen zien waardoor het water gemakkelijk weg kan stromen.

Tegel design Sigrid Calon

Eerste prototype
*foto van de eerste ge 3D printen prototype tegel.

Logo
In eerste instantie wilde ik dat de tegel The Tile² ging heten.
De ² in dit logo stond voor CO2. Ik wilde de naam simpel houden omdat we een stoeptegel ook precies noemen naar wat het is.

Later bedacht ik me dat de naam helemaal niet in het Engels hoeft. De tegel die ik ontwerp is voor de Nederlandse markt gemaakt. Het moest een simpele naam zijn, een die logisch is en aanhaakt op hoe mensen op straat de tegel zouden noemen. Vandaar dat ik mijn naam en logo heb aangepast naar:

Communicatie
Om de gemeentes ervan te overtuigen dat ze moeten investeren in mijn stoeptegel, is een communicatie strategie nodig. Ik richt me in eerste instantie op de bewoners van de stad, daarna de bedrijven. Als de gemeente door heeft dat er vanuit de bewoners vraag naar is, zullen ze eerder geneigd zijn om mijn tegel te overwegen.

De bewoners gebruiken social media kanalen, zoals Instagram en FaceBook. Ik wil gebruik maken van Instagram omdat ik zo de bewoners als de gemeentes kan bereiken en omdat het raster van Instagram qua vorm ook een soort van tegel is. De instagram wordt een ode aan de ‘oude’ stoeptegel, met steeds meer De Nieuwe Stoeptegel er tussen, samen vormt het grid een online stoep(22).

Bewoners kunnen via de link op het instagram account naar de site komen waarop je een tegel kunt kopen. Op iedere tegel die je koopt kun je een zin kwijt. Daarnaast kun je uit de vastgestelde plekken in het centrum kiezen (waar het meeste wateroverlast zal zijn), waar je de tegel wilt hebben. Deze methode om de inwoners mee te laten bouwen aan de stad, heb ik van de Luchtsingel in Rotterdam Noort waar je een brugdeel kunt kopen met je naam erop(21). Dit werkt bij de tegel hetzelfde voor bedrijven, zij kunnen hun logo erop krijgen. Denk maar eens aan de grote grijze parkeerplaatsen die zij hebben. Als er eenmaal genoeg aanvragen zijn voor de tegel, kan ik met die gegevens naar de gemeente stappen en ze overtuigen om te investeren.

Screenshot site van De Nieuwe Stoeptegel(23)
Poster

Conclusie

Ik hoop na het afstuderen verder te kunnen gaan met dit project omdat er veel kwaliteiten in het nieuwe materiaal zitten. Nu heb ik een stoeptegel ontworpen maar het zou ook een grote dunne tegel kunnen worden, die je op platte daken van gebouwen kunt leggen, of het materiaal verwerken als een nieuw asfalt soort voor de bebouwde kom. Zoals bij iedere nieuwe ontdekking moet er eerst veel onderzoek gedaan worden naar het materiaal. Samen met het onderzoeksteam van Werner Müller en Rob Vasbinder, zou ik hier graag verder mee willen gaan.

Toen ik het idee kreeg om een nieuwe stoeptegel van biochar en biopolymeren te maken, had ik niet verwacht dat er voor een prototype nog zo veel materiaal onderzoek aan vooraf zou gaan. Dit gedeelte heeft mij het meeste stress opgeleverd. Ik vertrouwde Werner volledig en ik wist dat het onderzoek in goede handen was. Ik had het alleen zelf niet in de hand, ik was afhankelijk van hem, zijn studenten, de machines en wat het materiaal zou doen als je het gaat samenvoegen, want ook dit was nog nooit getest.

Er is in totaal 4000,- euro geïnvesteerd om dit materiaal te testen. Dat geld lag niet zomaar klaar. Ik heb Werner en Rob kunnen overtuigen dat mijn idee een toekomst biedt aan Nederland en wellicht aan andere landen. Toen zij de potentie zagen en de plannen eenmaal goedgekeurd waren konden we pas echt het lab in om te gaan testen. Dit heeft meer tijd gekost dan dat ik had verwacht waardoor ik mijn uiteindelijke doel, om een protoype van de nieuwe stoeptegel van 30x30cm tijdens de expositie te kunnen tentoonstellen, helaas niet gehaald heb. Dit vind ik erg jammer maar die kans bestaat wanneer je iets nieuws doet en samenwerkt met meerdere partijen.

De onderzoeksvraag ‘wat is de potentie van biochar ten opzichten van de klimaat verandering effecten in Nederland?’ kan ik na mijn onderzoek gedeeltelijk beantwoorden. Biochar an sich heeft in Nederland een meerwaarde voor de klimaat verandering effecten, omdat het snel veel water door laat en CO2 vasthoudt. Dit zijn twee aspecten waar Nederland voordelen uit kan halen. Nu heb ik niet alleen biochar gebruikt, maar komt er biopolymeer bij. Wat de potentie van deze combinatie is, kan ik nog niet met volle zekerheid vertellen. Op papier heeft deze combinatie potentie voor Nederland, omdat de twee materialen elkaar versterken. Voordat ik hier een uitspraak over kan doen, zal het verder in het lab getest moeten worden.

Biochar gebruiken op de manier waarvoor het ooit bedacht is, als bodemverbeteraar voor akkers van boeren, is voor Nederland niet interessant genoeg. Dan is er amper potentie voor de klimaat verandering effecten. Om de biochar te combineren met biopolymeer en de opties te spreiden, maakt de potentie groter. De stoeptegel van o.a. biochar is voor Nederland de meest optimaalste vorm. Op een plek waar het hard nodig zal zijn zoals de stoepen/straten/pleinen. Hier komt de potentie van biochar het beste tot zijn recht. Het water wordt gemakkelijker geïnfiltreerd, CO2 wordt opgeslagen. Dit zorgt ervoor dat die plekken minder snel blank komen te staan met regenwater en wordt schade en overlast beperkt. Kortom de potentie van biochar voor Nederland is er zeker, de potentie van biochar in combinatie met biopolymeer zou er op papier zijn maar moet nog verder onderzocht worden op feiten.

Mijn verwachting van dit project is dat het materiaal verder getest zal gaan worden en er binnenkort een eerste prototype uitkomt. Ondertussen ben ik samen met de Gemeente Rotterdam en architecten bezig om, als de tegel er eenmaal is, deze op verschillende plekken in de stad te kunnen leggen en vervolgens te kunnen testen. Hier lopen al wat afspraken voor, waarschijnlijk komt de tegel voor het nieuwe gebouw naast de academie te liggen. Dit behoort ook tot het onderzoek. Als ik even van alle positieve test uitkomsten uit ga, wil ik samen met de Gemeente, plannologen en architecten overleggen wat de potentie van de tegel in nieuwe woonwijken zal worden. Dit is namelijk een plek waar in mijn ogen de tegel goed tot zijn recht zou komen. Nieuwe wijken betekend nieuwe innovaties.

Naast dat ik graag meer onderzoeksresultaten had willen zien, had ik eerder de Gemeente bij mijn project willen betrekken. Dit heb ik nu richting het einde gedaan omdat ik nog niet veel harde bewijzen had vanuit het lab. Toch ben ik benieuwd wat voor input de Gemeente mij had kunnen geven wanneer ik minder ver in het proces zat en hoe dit mijn vervolg keuzes zou hebben beïnvloed.

Samengevat merk ik dat ik goed kan samenwerken met experts vanuit een ander vakgebied en dit positieve effecten heeft op mijn creatieve denkvermogen. Ik heb geleerd waar in een project mijn sterke punten liggen en wanneer ik iets uit handen moet geven om het nog beter te maken.

Samenwerkingen
Dit project is in samenwerking met Rob Vasbinder, CEO van Nettenergy, Werner Müller onderzoeker en docent in het Biopolymeren Centrum Avans in Breda en grafisch designer Sigrid Calon.


Bijlage

Hieronder een link maar een video waar Werner de compounder filmt, die ondertussen biochar en biopolymeer tot een materiaal samensmelt(24). Bij een PDF bestand is de link naar de video: https://vimeo.com/337988247


Bronnenlijst

1: Klimaatverandering. Geraadpleegd op 26–03–19. URL: https://ruimtelijkeadaptatie.nl/informatie/klimaatverandering/
2: De Zwaan, Irene. (2018). Hoe schadelijk is een houtkachel nu? Geraadpleegd op 13–03–18. URL: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/hoe-schadelijk-is-een-houtkachel-nu~b6afa5f0/
3: Reference Module in Earth Systems and Environmental Sciences. M.Deem, Lauren & E.Crow, Susan (2017). Biochar. Geraadpleegd op 20–03–19. URL: https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/B978012409548910524X
4: Bakker, ir. G. Biochar. (2015). Geraadpleegd op 27–03–19. URL: https://www.wur.nl/nl/Onderzoek-Resultaten/Onderzoeksinstituten/Environmental-Research/Faciliteiten-Producten/Laboratoria-Omgevingswetenschappen/Bodem-Hydro-Fysisch-Laboratorium/Onderzoek-1/Biochar.htm
5: Vasbinder, Rob. Nettenergy. Geraadpleegd op 15–03–19. URL: https://www.nettenergy.com/index.php/en/
6: NOS. (2018). NOS Wat een Weer! Geraadpleegd op 03–12–18. URL: https://www.npostart.nl/nos-wat-een-weer/03-12-2018/POW_04095179
7: Lammerse, Vivian. (2018). Klimaatverandering in Nederland: wat merken we er hier eigenlijk van? Geraadpleegd op 20–03–19. URL: https://www.scientias.nl/klimaatverandering-nederland-merken-we-er-hier-eigenlijk/
8: Klimaatatlas | Zuid-Holland. Geraadpleegd op 21–03–19. URL: https://zuid-holland.klimaatatlas.net
9: ir. E.P.C. Bes & ir. A.E. Kemeling. Waterplan centrum. (2006). Geraadpleegd op 22-03–19. URL: https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/waterplan-2/DGWP-Centrum.pdf
10: NKWK. Hevige buien: het rioolstelsel voorbij. (2018). Geraadpleegd op 14–05–19. URL: https://waterenklimaat.nl/onderzoekslijnen/klimaatbestendige-stad/kenniskrant-voor-een-klimaatbestendige-stad/natte-krant/hevige-buien-het-rioolstelsel-voorbij/
11: WHIM Architecten. (2017). Geraadpleegd op 23–03–19. URL: http://www.whim.nl/news.html
12: ROTTERDAM — 1E DAKAKKER VAN NEDERLAND. (2012). Geraadpleegd op 23–03–19. URL: https://www.binder.nl/rotterdam-dakakker/
13: Tilburg van, Anne Mae & Nimwegen van, Niels. De Monitor. Bomenkap. (2019). TV. Geraadpleegd op 31–03–19. URL: https://demonitor.kro-ncrv.nl/onderzoeken/bomenkap
14: Over GreenPort Noord-Holland Noord. Geraadpleegd op 24–03–19. URL: https://www.greenportnhn.nl/over-greenport-noord-holland-noord
15: Centraal Bureau voor Statistieken. Schaalvergroting groententeelt in glastuinbouw. (2018). Geraadpleegd op 26–03–19. URL: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/16/schaalvergroting-groententeelt-in-glastuinbouw
16: Shackley, Simon — Ruysschaert, Greet — Zwart, Kor & Glaser, Bruno. Londen, Verenigd Koninkrijk: Routledge. Biochar in European Soilsand Agriculture.
17: Downie, Robert. Pacific Pyrolysis. (2010). Geraadpleegd op 10–04–19. URL: https://pacificpyrolysis.com/about.html
18: Muller, Werner. Wie we zijn. Het Biopolymeer Applicatie Centrum (BAC). Geraadpleegd op 27–03–19. URL: http://bac.biobased-applicatiecentra.nl/wie-zijn-we/
19: Stek, Laura en Mussche, Tjitske. Ongesigneerd. #17: De stoeptegel. (2018). Geraadpleegd op 06–04–19. URL: https://www.vpro.nl/programmas/ongesigneerd/speel~WO_VPRO_13119351~17-de-stoeptegel-ongesigneerd~.html
20: Calon, Sigrid. Grafisch designer. Geraadpleegd op 01–05–19. URL: https://www.sigridcalon.nl
21: Koop een plank. (2015). Geraadpleegd op 27–04–19. URL: https://www.luchtsingel.org/doe-mee/koop-een-brugdeel/
22: Instagram account De Nieuwe Stoeptegel. (2019). Eigendom editor Carlijn Bijlsma. URL: https://www.instagram.com/denieuwestoeptegel/
23: Website De Nieuwe Stoeptegel. (2019). Eigendom editor Carlijn Bijlsma. URL: https://carlijn-bijlsma.wixsite.com/denieuwestoeptegel
24: Biochar en biopolymeer compound machine. (2019). Vimeo video eigendom editor Carlijn Bijlsma. URL: https://vimeo.com/337988247

    Carlijn Bijlsma

    Written by

    I’m a creative with a passion for everything which improves a life or an environment, in a sustainable way.

    Welcome to a place where words matter. On Medium, smart voices and original ideas take center stage - with no ads in sight. Watch
    Follow all the topics you care about, and we’ll deliver the best stories for you to your homepage and inbox. Explore
    Get unlimited access to the best stories on Medium — and support writers while you’re at it. Just $5/month. Upgrade