4 September 2018

Vandaag vroeg iemand me, wat ik van de liefde vind. Hoe ik liefde zie. Wat liefde moet zijn. Ik vond het wederom een moeilijke vraag, maar na kort te hebben nagedacht kon ik het volgende antwoord geven. “Ik ben op zich geen romantische man die een vrouw het hof maakt met bloemen en kaarsen en beloftes van ringen en grote auto’s. Ik ben wel een hopeloze romanticus die gelooft in eeuwige liefde op het eerste gezicht. Ik geloof in ogen en een blik die je de toekomst laten zien. In een kus die de hele wereld laat draaien en je alles doet vergeten wat je kent.

Het gaat om een dierlijke aantrekkingskracht in combinatie met iemand die je goed laat voelen. Iemand die niet oordeelt. Iemand die je verrotte kunst koopt. Ook al slaat het schilderij nergens op, maar vanuit een intrinsieke motivatie de ander een goed gevoel willen geven, door juist net dat kutte schilderij te kopen. En deze stiekem opslaat zodat die persoon niet weet dat jij het hebt gekocht. DAT is liefde. Onvoorwaardelijkheid. Onzelfzuchtigheid. Onbedachtzaamheid. In alle drie de “Ons” ben ik erg goed. Ik had ook alledrie de “heids” kunnen zeggen, maar dat zou te verwarrend zijn geweest.

In iedere relatie, zeker in mijn laatste, heb ik mijn vriendin — Chantal, altijd ondersteund in alles wat ze deed of wilde doen. Ik heb op momenten mezelf volledig weggecijferd. Soms om de goede vrede te bewaren. Soms om haar niet teleur te stellen. Soms omdat zij het nodig had. Ik was daarin onvoorwaardelijk. Onzelfzuchtig. Soms onbedachtzaam. Ik zou alles voor die vrouw hebben gedaan. Ik heb ook bijna alles gedaan wat ik kon doen, maar onbedachtzaam en dacht dus niet altijd na over de gevolgen voor mezelf. Ik zag het als een opoffering voor het grotere goed. Maar op een bepaald moment wist ik niet meer wat het grotere goed was. Wie of wat? Waar of wanneer?

Onbereikbaar. Onbetrouwbaar. Onhandelbaar. Onberekenbaar… Dat zijn de keerzijdes. Het hangt samen met een opgetrokken muur. Met extreem impulsief zijn in mijn beslissingen. Moodswings. Afsluiten zoals de Delta werken. Masker opzetten. Geen zwakte tonen. Afstand bewaren. Mezelf voorbij lopen. Ik nam de relatie en Chantal ook vaak als vanzelfsprekend, (h)erkende haar emoties niet en liep over haar gevoel heen.
Chantal is anders dan ik. Zij is gestructureerd, kan zich heel erg goed focussen en heeft behoefte aan een bepaalde zekerheid. Ik ben ongestructureerd, kan me slecht focussen, heb behoefte aan zekerheid, maar kan er totaal niet mee omgaan. Daar ging het mis. Als ik dit eerder had geweten had ik hierop kunnen anticiperen. Zo goed als ik mezelf dacht te kennen, zo slecht bleek dat in de realiteit te zijn. Ik kende ik mezelf niet. Ik ken mezelf nog steeds niet, maar ik kom er langzaam maar zeker wel.

Ik zie mezelf nog steeds als een verzorgend type. Iemand die wil dat anderen het goed hebben in mijn omgeving, terwijl ik soms niet goed inschat of ik het wel bij het juiste eind heb. Daar heb ik moeite mee. Maar het komt vanuit een intrinsieke motivatie. Daarvoor cijfer ik mezelf graag weg. Raar maar waar.

Er is altijd structuur in chaos, en chaos in structuur. Althans in mijn hoofd, dat vaak een loopje neemt met mijn realiteit. Die dan verbloemd is als een wolf in schaapskleren en toehapt op een onbewaakt moment.

Like what you read? Give Ché Snelting a round of applause.

From a quick cheer to a standing ovation, clap to show how much you enjoyed this story.