Het probleem met het nieuwe atheïsme

Religie is een onderwerp dat me altijd al heeft gefascineerd. Als kind bracht ik (vaak tot vervelens toe) menig zondagochtend door in de Mormoonse kerk. Ik ervoer er zonder twijfel de kracht van samenhorigheid, de geest zoals het weleens werd genoemd, maar ik leerde er tegelijkertijd kritisch zijn over wat werd verkondigd.

Toegegeven, dat kritisch denken werd me daar niet rechtstreeks aangeleerd. Het was eerder een natuurlijke reflex om alles in twijfel te trekken en te toetsen aan wat ik om me heen zag. Do as I say, not as I do, bleek uiteindelijk een beetje mijn conclusie te zijn, en ik besloot voor mezelf dat religie me niets te bieden had.

Maar ik ben niet rouwig om de uren die ik daar doorbracht en die ik meer dan eens als verloren heb gezien, neen integendeel. Die ervaringen hebben me mede gemaakt tot de kritische denker die op vandaag ben.

Als niet-gelovige noem ik me echter geen uitgesproken atheïst, al neig ik er wel naar. Maar misschien meer daarover in een toekomstige post.

Het nieuwe atheïsme

De vernieuwingsbeweging van het atheïsme kwam rond 2004 op gang met een aantal anti-religieuze boeken van o.a. Richard Dawkins, Sam Harris, Christopher Hitchens (RIP) en Daniel Dennett, die in mijn boekenkast vrij goed vertegenwoordigd zijn. De figuren erachter zijn stuk voor stuk respectabele denkers en experts ter zake in heel wat verschillende domeinen. Wat ze schrijven, kan dus zeker en vast op enige bijval rekenen.

Ze brengen niet veel nieuws wat betreft atheïsme, maar doen dat wel met een scherpere pen dan ooit tevoren. Het nieuwe atheïsme ziet religie niet alleen als een set verkeerde ideeën, maar bovendien als gevaarlijk en ridicuul. Over dat gevaar kan iets gezegd worden als we kijken naar de drama’s die zich op basis van religieuze indoctrinatie voordoen in onze maatschappij. Ook over het ridicule kan veel gezegd worden, want hoe meer we via de wetenschap ontdekken, hoe meer religieuze wijsheid teniet wordt gedaan.

De kunst van onderwijs

Waar het volgens mij echter verkeerd gaat, is in de manier waarop de boodschap wordt gebracht. De argumentatie is meestal terecht, correct en niet onderuit te halen, maar er ligt een soort van hautain en academisch sausje over.

In discussie gaan met religieuze fanatiekelingen is sowieso al een opgave. Je hebt te maken met personen die onredelijke informatie voor waarheid nemen en die kost wat kost willen verdedigen. De meeste debatten zijn dan ook vrij verhit, en worden gevoed door de manier waarop de nieuwe atheïsten hun betoog houden.

Ze brengen goeie argumenten, maar komen vaak onrespectvol en spottend over. Ze zijn de meesters die je vroeger uitlachten toen je een domme vraag stelde. Je voelt je niet alleen dom, je voelt je ook minderwaardig.

Als we mensen willen tot nieuwe inzichten brengen, dan moeten we dat op een respectvolle manier doen. Daar is geduld en begrip voor nodig. Het volstaat niet om de feiten te benoemen zoals ze zijn. We moeten ze brengen op een manier waarop ze binnendringen en een verandering teweegbrengen.

Het is het verschil tussen de waarheid vertellen en onderwijzen.