De magie van de Matthäus-Passion

Waarom Bachs meesterwerk misschien wel het mooiste is wat de mensheid op muzikaal gebied heeft voortgebracht

De originele partituur van de Matthäus-Passion, 1740

Een jaar geleden woonde ik voor het eerst in mijn leven live een uitvoering van de Matthäus-Passion bij. Natuurlijk had ik bepaalde delen uit het werk al eens eerder beluisterd via Spotify, zoals het alom bekende Erbarme dich, maar pas toen ik het in zijn geheel in volle glorie in een goed gevulde concertzaal hoorde, maakte het een onuitwisbaar diepe indruk. Hoewel ik een overtuigd atheïst ben, voelde ik tweeënhalf uur lang twijfel of er niet meer zou zijn tussen hemel en aarde. Dit werk was van zo’n bovennatuurlijke schoonheid dat het bijna niet door een mens gemaakt kon zijn zonder een beetje goddelijke hulp.

Toch had ik het gevoel dat ik de passie — hoe prachtig ik het ook vond — moeilijk kon doorgronden. Elke keer als ik dacht dat ik het een beetje begreep, ontdekte ik nieuwe dingen en kwamen er nieuwe vragen bij me op. Via diverse bronnen probeerde ik informatie te verzamelen, maar er was weinig materiaal dat leesbaar was voor een beginneling die niet volledig was ingewijd in de Bijbel en de muziektheorie. Inmiddels weet ik een stuk meer over het werk en om anderen te helpen in hun zoektocht naar de magie van deze muziek heb ik dit artikel geschreven. Maar zij die denken dat ze dit meesterwerk na dit artikel zullen begrijpen, moet ik teleurstellen: deze zoektocht kent geen einde.

Waarom is het in godsnaam zo mooi?

Er zijn bibliotheken vol geschreven over de Matthäus-Passion en er is geen eenduidig antwoord te geven op deze vraag. Is het een gezellige meezinger? Nee, allerminst. Het vertelt het lijdens- en sterfverhaal van Jezus Christus naar het evangelie volgens Mattheüs (hoofdstuk 26 en 27). Niet echt iets waar je gelijk warm voor loopt zou je zeggen, zeker als je niet gelovig bent. Maar waarom is het dan toch zo mooi? Waarom raken mensen — zelfs als ze niets met klassieke muziek of het geloof hebben — zo in vervoering door dit werk?

Een belangrijke verklaring is naar mijn mening gelegen in de wijze waarop het ontroerende verhaal van de kruisiging van Jezus, de poëtische tekst en de prachtige muziek samenkomen. Deze drie aspecten maken dat de passie zo sterk bij mensen binnenkomt. Bovendien vormt het werk een oase van rust en bezinning in een steeds sneller veranderende wereld, iets waar meer en meer mensen behoefte aan hebben gekregen. Maar dat is slechts een deel van de verklaring. Om achter het antwoord te komen zal je nog meer moeten weten over de componist, de stijl, de uitvoering, de hoogtepunten en de symboliek.

De componist

De jonge Johann Sebastian Bach, 1715

Voor een man die de geschiedenis in zou gaan als een van de grootste en invloedrijkste componisten van de klassieke muziek, weten we opvallend weinig over Johann Sebastian Bach. Wat we wel weten is dat hij op 21 maart 1685 geboren werd in Eisenach en uit een zeer muzikale familie kwam die over zeven generaties 120 musici telde. Zo was zijn vader, Johann Ambrosius Bach, stadsmuzikant en werkzaam aan het hertogelijke hof van Sachsen-Eisenach.

Toen Bach negen jaar was, verloor hij kort na elkaar zijn beide ouders. Daarom nam zijn oudste broer hem op in zijn gezin en die merkte al snel dat de jonge Johann Sebastian over een uitzonderlijk muzikaal talent beschikte. Hij leerde zijn kleine broer de beginselen van muziekmaken, met name voor klavier en orgel. Rond deze tijd begon de kleine Bach zelf te componeren en putte hiervoor inspiratie uit werken van oude meesters die hij zelfstandig bestudeerde.

In 1702 kreeg Bach zijn eerste aanstelling als organist van de Neue Kirche in Arnstadt. Daar kreeg hij het aan de stok met de kerkgemeenschap omdat zijn orgelbegeleidingen naar haar mening veel te modern waren. Hierna ging hij werken in Mühlhausen, Weimar, Köthen en uiteindelijk werd hij cantor aan de Thomasschule en de Thomaskirche in Leipzig. Door zijn koppige karakter en overgevoeligheid voor onrecht kwam Bach vaak in aanvaring met zijn werkgevers waardoor hij soms al snel ontslagen werd of gedwongen was zelf ontslag te nemen. Eén keer werd Bach zelfs een maand in de gevangenis opgesloten omdat hij in Köthen hertog Willem-Ernst ernstig had beledigd door ‘onbeschaamd en koppig’ zijn ontslag aan te bieden. Dit verhinderde hem overigens niet om ondertussen te werken aan diverse orgelwerken.

Wie het werk van Bach bestudeert, ziet dat hij in hoge mate was beïnvloed door de leer van Maarten Luther. Dit komt onder meer tot het uitdrukking in het feit dat de meeste van zijn werken in de eigen taal, het Duits, geschreven zijn in plaats van het Latijn, zoals binnen de katholieke kerk gebruikelijk was. Hierdoor kon het gewone volk ook begrijpen wat er gebeurde. Een andere typische invloed van Luther was het vermenselijken van Jezus. Volgens Luther moesten we ons Jezus niet voorstellen als een onbereikbaar goddelijk figuur, maar als mens van vlees en bloed die ook de zoon van God is. Iets wat Bach maar al te goed begreep toen hij aan de Matthäus-Passion begon.

“Met alle muziek moet God vereerd worden en de menselijke geest verrukt worden” — Johann Sebastian Bach

Tijdens zijn leven kreeg Bach te maken met vele tegenslagen. Op 35-jarige leeftijd verloor hij zijn eerste vrouw en hij moest maar liefst tien van zijn kinderen begraven. Hierdoor wist hij als geen ander wat verlies en verdriet betekenden. Bach had niet de intentie om een beroemd en gevierd componist te worden en zijn talent werd in zijn tijd dan ook ernstig miskend. Toen er een aantal jaar na zijn dood een muziekencyclopedie verscheen, prijkte onder de naam ‘Johann Sebastian Bach’ slechts het woord ‘organist’. Nooit zou Bach meemaken dat zijn muziek nu — bijna 300 jaar later — overal ter wereld wordt opgevoerd en bewonderd.

De stijl

De Matthäus-Passion behoort met een duur van meer dan tweeënhalf uur tot de langste werken die Bach zou componeren. De tekst van de passie komt voor het grootste deel uit het evangelie van Mattheüs en is aangevuld met teksten van Bachs vaste tekstdichter Picander, pseudoniem van Christian Friedrich Henrici. De solisten vertolken de personen die in het verhaal voorkomen, zoals de evangelist (de verteller), Jezus, Judas, Petrus en Pilatus.

Een van de eigenschappen die de Matthäus-Passion zo bijzonder maakt, is dat het werk dubbelkorig is. Dit houdt in dat het orkest (zangers en instrumentalisten) gesplitst is in twee groepen, aangevuld met een jongenskoor. Deze techniek stamt uit de 16e eeuw en werd voor het eerst toegepast in de San Marcobasiliek in Venetië. Door gebruik te maken van een dubbel koor ontstaat een stereo-effect waardoor het werk nog meer diepgang krijgt. In de Matthäus-Passion staat de ene groep van het koor (Koor I) voor de ‘Dochters van Sion’, dit zijn de volgelingen van Jezus. De andere groep van het koor (Koor II) staat voor de gelovigen van alle tijden die overtuigd moeten worden van het feit dat Jezus de messias is.

De passie is, in navolging van de meeste cantates van Bach, opgebouwd uit de volgende hoofdelementen:

  • Recitatieven: deze teksten zijn rechtstreeks afkomstig uit het evangelie van Mattheüs en worden door de solisten uitgesproken. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen het recitativo secco met zeer minimale muzikale begeleiding en het recitativo accompagnato met veelstemmige muzikale begeleiding.
  • Aria’s: dit zijn persoonlijk gedichte teksten voor één zanger, meestal in A-B-A vorm (ook wel da capo genoemd).
  • Koren: dit zijn overwegend expressief gezongen commentaren vanuit de menigte op de gebeurtenissen in het passieverhaal.
  • Koralen: dit zijn rijmende teksten die bijna allemaal dezelfde melodie volgen.

Als we kijken naar de instrumentatie van het werk valt op dat er geen koperinstrumenten zijn gebruikt. Dit komt omdat dit in tijden van rouw in de kerk verboden was. Koperinstrumenten stonden immers voor vreugde en dat is hier niet op zijn plaats. Dit belette Bach echter niet om volop gebruik te maken van de andere instrumenten, zoals violen, cello’s, hobo’s, traverso’s (voorloper van de dwarsfluit), fagotten, contrabassen en orgels. Bach ging hierin zover dat de enige reactie die we uit zijn tijd over de Matthäus-Passion hebben, het expressieve karakter van het werk sterk veroordeelde: “Het lijkt wel of we verzeild zijn geraakt in een Opera-Komedie.”

De uitvoering

De Matthäus-Passion werd voor het eerst in 1727 uitgevoerd in Leipzig onder leiding van niemand minder dan Bach zelf. Daarna voerde hij het werk — met enige aanpassingen — in 1729, 1736 en 1740 nogmaals uit. Toen Bach in 1750 overleed zou de passie samen met zijn andere muziek totaal in de vergetelheid raken. Het zou nog bijna honderd jaar duren voordat de componist Felix Mendelssohn het werk herontdekte en het in 1829, zij het in verkorte versie en geheel in stijl van de romantiek, ten zou gehore brengen. En met succes. De Matthäus-Passion werd steeds vaker uitgevoerd en rond 1900 begon er een heuse Matthäus-traditie te ontstaan.

Een romantische uitvoering van de Matthäus-Passion in het Concertgebouw onder leiding van Willem Mengelberg, 1916

Maar het zou nog tot de jaren 70 van de vorige eeuw duren voordat de passie in normale bezetting werd uitgevoerd op de originele instrumenten uit Bachs tijd. Tegenwoordig is de Matthäus-Passion immens populair geworden. Vorig jaar waren er alleen al in Nederland 192 uitvoeringen van de passie en dat lijken er elk jaar meer te worden. En ook de verscheidenheid aan uitvoeringen neemt toe. Zo is er inmiddels ook een kinderversie en zelfs een tango-versie van de passie. Genoeg keus dus voor iedereen.

De 14 hoogtepunten

Het is bijna heiligschennis een aantal onderdelen uit dit meesterwerk te halen en die te bestempelen als hoogtepunten. Maar om dieper in te gaan op het werk, is selectie noodzakelijk. Om een compleet beeld te krijgen van de passie raad ik uiteraard aan om het in zijn geheel te beluisteren. De volledige tekst, inclusief vertaling, is hier te vinden.

1. Het openingskoor

Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen, 
sehet — Wen? — den Bräutigam, 
seht ihn — Wie? — als wie ein Lamm!
O Lamm Gottes, unschuldig 
am Stamm des Kreuzes geschlachtet,
Sehet, — Was? — seht die Geduld,
allzeit erfunden geduldig, 
wiewohl du warest verachtet.
seht — Wohin? — auf unsre Schuld;
All Sünd hast du getragen,
sonst müssten wir verzagen.
sehet ihn aus Lieb und Huld 
Holz zum Kreuze selber tragen!
Erbarm dich unser, o Jesu!

“Ongelooflijk, wat een begin!” dacht ik toen ik dit voor het eerst hoorde. Vanaf de eerste noot voelt het alsof je een heel andere wereld bent binnengetreden. Het voelt alsof je middenin de processie naar Golgotha terecht bent gekomen en een kolkende mensenmassa zich om je heen verzameld heeft om de lijdensweg van Jezus te aanschouwen. Hiermee laat Bach zien wat komen gaat.

In het openingskoor maakt Bach gelijk volop gebruik van het dubbelkoor. Het eerste koor (de dochters van Sion) roept op te helpen met klagen en het lijden van ‘hem’ te zien (Sehet ihn). Het tweede koor (de gelovigen) vraagt zich vertwijfeld af wie we dan wel moeten zien lijden (Wen?) en hoe dan wel (Wie?). Hierop reageert het eerste koor weer (den Bräutigam, als wie ein Lamm!). Op die manier ontstaat als het ware een gesprek dat in de verte doet denken aan een socratisch dialoog. Bij de woorden seht — Wohin? — auf unsere schuld laat het tweede koor zich overtuigen en voegt zich bij het eerste koor.

Het 16e eeuwse Lutherse koraal O Lamm Gottes unschuldig heeft Bach in het openingskoor verwerkt door dit het jongenskoor te laten zingen, bijna zwevend boven het dialoog tussen koor I en koor II. De woorden uit dit koraal (Lamm, unschuldig, geduldig en Sünd), vatten in de kern samen waar het verhaal over gaat en vormen daarmee een verwijzing naar de gehele passievertelling.

2. Verdrink in diep verdriet

Blute nur, du liebes Herz! 
Ach! ein Kind, das du erzogen, 
das an deiner Brust gesogen, 
droht den Pfleger zu ermorden, 
denn es ist zur Schlange worden.

Nadat bekend is geworden dat Judas Jezus zal verraden, wordt deze aria ingezet. Centraal staat dan ook verdriet om verraad. Judas heeft zich volgens de tekst ontwikkeld tot een slang, volgens de Bijbel een vreselijk beest dat ook al Adam en Eva tegen God heeft opgezet. Als je goed luistert, herken je ook de kronkelingen van een slang in de manier waarop de sopraan zingt en in de begeleiding.

3. Het laatste avondmaal

Evangelist
Er antwortete und sprach:
Jezus
Der mit der Hand mit mir in die 
Schüssel tauchet, der wird mich 
verraten. Des Menschen Sohn gehet 
zwar dahin, wie von ihm geschrieben 
stehet; doch wehe dem Menschen, 
durch welchen des Menschen Sohn 
verraten wird! Es wäre ihm besser,
dass derselbige Mensch noch nie 
geboren wäre.
Evangelist
Da antwortete Judas, der ihn verriet, 
und sprach:
Judas
Bin ich’s, Rabbi?
Evangelist
Er sprach zu ihm:
Jezus
Du sagest’s.
Evangelist
Da sie aber assen, nahm Jesus das 
Brot, dankete und brach’s und gab’s 
den Jüngern und sprach:
Jezus
Nehmet, esset, das ist mein Leib.
Evangelist
Und er nahm den Kelch und dankte, 
gab ihnen den und sprach:
Jezus
Trinket alle daraus; das ist mein Blut 
des neuen Testaments, welches 
vergossen wird für viele zur 
Vergebung der Sünden. Ich sage 
euch: Ich werde von nun an nicht 
mehr von diesem Gewächs des 
Weinstocks trinken bis an den Tag, da 
ich’s neu trinken werde mit euch in 
meines Vaters Reich.

In het eerste deel van dit recitatief gaat Jezus in op de vraag wie hem zal verraden, in tweede deel gaat het over het avondmaal. Alle apostelen zitten aan tafel, onder wie Judas, de verrader. Als Judas op provocerende en angstige toon — in tegenstelling tot de andere apostelen — niet Herr, bin ich’s? maar Bin ich’s, Rabbi? (Ik ben het toch niet, rabbi?) vraagt, antwoordt Jezus op ontspannen en verzuchtende toon Du sagest’s (Jij zegt het). Jezus heeft namelijk allang door dat Judas hem zal verraden.

Als Jezus daarna oproept om te eten en te drinken, verdwijnt de droevige stemming en wordt hij begeleid door zangerige strijkers. Het is tenslotte de laatste keer dat hij op aarde dineert en daar mag best van genoten worden. Door het gebruik van de pure toonsoort C-majeur kun je vrijgevigheid, liefde en dankbaarheid in dit laatste deel herkennen.

‘Het Laatste Avondmaal’ door Leonardo da Vinci, 1495–1498

4. De valse verrader

Sind Blitze, sind Donner in Wolken 
verschwunden? Eröffne den feurigen 
Abgrund, o Hölle, zertrümmre, 
verderbe, verschlinge, zerschelle mit 
plötzlicher Wut den falschen Verräter, 
das mördrische Blut!

Net als je wat ingedut bent na de weinig spannende recitatieven weet Bach je wakker te schudden met dit koor. Nadat Jezus door Judas voor dertig zilverlingen is uitgeleverd aan de hogepriesters en Jezus wordt weggevoerd, lijkt het alsof Bach zijn woede niet meer kan beheersen en Judas de vurige afgrond in componeert. Wie goed luistert kan het vuur, de bliksem en de donder ook horen.

5. O mens, beween uw zonde groot

O Mensch, bewein dein Sünde gross, 
darum Christus seins Vaters Schoss 
äussert und kam auf Erden; 
Von einer Jungfrau rein und zart 
für uns er hie geboren ward, 
er wollt der Mittler werden. 
Den Toten er das Leben gab
und legt darbei all Krankheit ab, 
bis sich die Zeit herdrange, 
dass er für uns geopfert würd,
trüg unsrer Sünden schwere Bürd 
wohl an dem Kreuze lange.

Dit is het laatste koor voor de pauze. Hoewel het koor oorspronkelijk diende als openingskoor van de Johannes Passion heeft Bach besloten dit op te nemen in de Matthäus-Passion. De muziek van dit koor kent drie lagen: de overkoepelende koraalmelodie voor de sopranen, de tegenstemmen voor alten, tenoren en bassen die de tekst interpreteren en de muzikale begeleiding met geheel eigen motieven. Omdat dit koor net als het openingskoor het beeld oproept van een processie, rijmt het als het ware op het openingskoor.

Waar het openingskoor nog in E-mineur is getoonzet, is de toonsoort hier E-majeur. Maar majeur is toch juist vrolijk? Ja, dat zou je denken. Maar met E-majeur is iets bijzonders aan de hand. Volgens Johann Mattheson, een andere componist uit de tijd van Bach, bezit de toonsoort E-majeur een ‘wanhopige of zeer dodelijke treurigheid’. En dat past weer perfect bij het passieverhaal.


6. Erbarme dich

Erbarme dich, mein Gott, 
um meiner Zähren willen! 
Schaue hier, 
Herz und Auge weint vor dir bitterlich.

Het Erbarme dich is misschien wel de meest iconische aria uit de Matthäus-Passion. Deze aria wordt ingezet als de voorspelling van Jezus is uitgekomen dat Petrus hem zal verloochenen. Het gaat hier om smeken om mededogen. De gevoelens die Petrus heeft worden gegeneraliseerd.

7. Geef me mijn Jezus terug!

Gebt mir meinen Jesum wieder!
Seht, das Geld, den Mörderlohn,
wirft euch der verlorne Sohn
zu den Füssen nieder!

Waar in het eerste deel van de passie Judas nog werd afgeschilderd als een valse verrader die moest branden in de hel, is Bach met deze aria een stuk vergevingsgezinder. Er valt hier zelfs enige mate van medelijden te bespeuren. Judas heeft zo’n spijt gekregen van wat hij Jezus heeft aangedaan dat hij boos en radeloos de dertig zilverlingen die hij heeft gekregen voor het verraad, de tempel ingeworpen heeft waarna hij zichzelf heeft opgehangen. We kunnen het rinkelen van de zilverlingen op de stenen vloer van de tempel terughoren in de vioolpartij. Ook telt de vioolpartij tot aan de eerste solo precies 30 noten, het aantal zilverlingen dat Judas heeft gekregen voor het verraad van Jezus.

8. Uit liefde

Aus Liebe will mein Heiland sterben,
von einer Sünde weiss er nichts.
Dass das ewige Verderben
und die Strafe des Gerichts
nicht auf meiner Seele bliebe.

Dit is misschien wel de meest mysterieuze aria uit de Matthäus-Passion. Centraal in deze aria staat volmaakte liefde. Door de afwezigheid van de bas en het continuo krijgt deze aria een zwevend, hemels karakter. De jachthobo’s staan voor de pogingen van Jezus om onze zielen te vangen en voor zich te winnen, terwijl de traverso’s staan voor de zondige mens van vlees en bloed.

Hoewel de aria een zeer persoonlijk en kwetsbaar karakter kent, heeft het geen tragisch effect. Het verhevene van Jezus’ schuldeloze offerbereidheid en zijn eenzaamheid op grote hoogte worden duidelijk benadrukt.

‘Ecce Homo!’ (Zie de mens!) door Antonio Ciseri, 1871

9. Zo niet mijn tranen, dan mijn hart

Können Tränen meiner Wangen
nichts erlangen,
o, so nehmt mein Herz hinein!
Aber lasst es bei den Fluten,
wenn die Wunden milde bluten,
auch die Opferschale sein!

Als Jezus flink gemarteld is met zweepslagen in het voorafgaande deel, begint deze aria. Hier gaat het om machteloos wenen. De zweepslagen die herkenbaar waren in de vioolpartij van het voorgaande recitatief, zijn veranderd in snikken van het huilen.

10. O hoofd vol bloed en wonden

O Haupt voll Blut und Wunden,
voll Schmerz und voller Hohn,
o Haupt, zu Spott gebunden
mit einer Dornenkron,
o Haupt, sonst schön gezieret
mit höchster Ehr und Zier,
jetzt aber hoch schimpfieret,
gegrüsset seist du mir!
Du edles Angesichte,
dafür sonst schrickt und scheu
das grosse Weltgerichte,
wie bist du so bespeit;
wie bist du so erbleichet!
wer hat dein Augenlicht,
dem sonst kein Licht nicht gleichet,
so schändlich zugericht’?

Dit is het bekendste koraal uit de hele passie. De tekst van dit koraal komt uit het gelijknamige Lutherse kerklied van Paul Gerhardt. Omdat Bach maar liefst twee strofen uit dit kerklied voor dit koraal heeft gebruikt, vormt het een zwaartepunt in de passie. Binnen het verhaal vormt dit koraal een commentaar op de marteling van Jezus, dat hier rechtstreeks aan voorafgaat.

11. Ach Golgotha

Ach Golgatha, unselges Golgatha! 
Der Herr der Herrlichkeit muss
schimpflich hier verderben, 
der Segen und das Heil der Welt wird 
als ein Fluch ans Kreuz gestellt. 
Der Schöpfer Himmels und der Erden 
soll Erd und Luft entzogen werden.
Die Unschuld muss hier schuldig sterben, 
das gehet meiner Seele nah; 
Ach Golgatha, unselges Golgatha!

Er is geen stuk in de Matthäus-Passion dat zo theatraal is als dit recitativo accompagnato. De alt die dit recitatief zingt, betreurt de onschuldig lijdende Jezus. Zelfs in de cello-partij hoor je de doodsklokken luiden. Dit roept het beeld op van de schedelplaats Golgotha, waar Jezus gekruisigd zou worden.

‘De kruisiging’ door Pieter Lastman, 1616

12. Ik wil Jezus zelf begraven

Mache dich, mein Herze, rein,
ich will Jesum selbst begraben.
Denn er soll nunmehr in mir
für und für seine süsse Ruhe haben.
Welt, geh aus, lass Jesum ein!

Na Jezus’ kruisiging krijgen we deze bas-aria te horen, de laatste aria uit de Matthäus-Passion. Het ritme is zo aanstekelijk dat je moeite hebt om bij het luisteren stil te blijven zitten. Het ogenschijnlijk vrolijke karakter van deze aria is te verklaren aan de hand van de boodschap ervan. Jezus is weliswaar dood, maar hij heeft zijn laatste rustplaats gevonden in ons hart. Het gaat hier dan ook niet om iemand die Jezus letterlijk wil begraven, maar om het reinigen van het hart om Jezus daar figuurlijk in te begraven.

13. Duizendmaal dank

Nun ist der Herr zur Ruh gebracht.
Mein Jesu, gute Nacht!
Die Müh ist aus, die unsre Sünden 
ihm gemacht. 
Mein Jesu, gute Nacht!
O selige Gebeine, seht, wie ich euch 
mit Buss und Reu beweine, dass euch 
mein Fall in solche Not gebracht!
Mein Jesu, gute Nacht!
Habt lebenslang vor euer Leiden 
tausend Dank, dass ihr mein 
Seelenheil so wert geacht’.
Mein Jesu, gute Nacht!

Samen met het slotkoor vormt dit recitatief het einde van de passie. In dit recitatief is weer duidelijk het dubbelkoor aanwezig. Koor II reageert op elke uitspraak van de zangers van Koor I met de tekst Mein Jesu, gute Nacht!. Als eerste is de bas aan het woord, vervolgens de tenor, dan de alt en tenslotte de sopraan. De toon gaat dus van laag naar hoog en dat is niet voor niks. Hiermee drukt Bach uit dat Jezus ons verlaten heeft. Daarnaast staan de bas, de tenor, de alt en de sopraan elk voor bepaalde gedragingen en gevoelens. Zo vervult de tenor een vertellende rol, de alt zingt over boete en rouw en de sopraan spreekt van liefde en dank.

14. Het slotkoor

Wir setzen uns mit Tränen nieder
und rufen dir im Grabe zu:
Ruhe sanfte, sanfte ruh!
Ruht, ihr ausgesognen Glieder!
Ruhet sanfte, ruhet wohl!
Euer Grab und Leichenstein
soll dem ängstlichen Gewissen
ein bequemes Ruhekissen
und der Seelen Ruhstatt sein.
Höchst vergnügt 
schlummern da die Augen ein.

Dit koor vormt het sluitstuk van de passie. Het heeft de vorm van de sarabande, een oude langzame Mexicaanse dans die werd gebruikt om koningen en helden te eren en tegelijkertijd rouw en eerbied uitdrukte. Ook hier is het dubbelkoor in volle glorie aanwezig. Zo worden de woorden Ruhe sanfte, sanfte ruh! verdeeld over beide koren waardoor er een wiegend effect ontstaat. Door de eensgezinde homofone eenstemmigheid vormt het slotkoor een contrast met het verwarrende veelstemmige openingskoor.

Opvallend aan dit stuk is de laatste noot. Het slotkoor straalt rouw en dankbaarheid uit, maar de laatste noot is buitengewoon droevig en bitter. Alsof Bach de mensen voordat ze naar huis gaan met slechts één noot de boodschap meegeeft: “Ja, we mogen blij zijn dat Jezus onze zonden op zich genomen heeft, maar vergeet niet wat hij daarvoor heeft moeten doorstaan.”

De symboliek

Op elke denkbare wijze heeft Bach symboliek aangebracht in de passie. Zowel in de structuur en de getallen als in de noten en de instrumenten. Je kan er een studie op zich van maken. Toch ligt het gevaar op de loer dat je meer symboliek in het werk gaat zien dan Bach er in heeft gestopt. Daarom bespreek ik alleen die zaken waarover de meeste deskundigen het eens zijn dat Bach ze zo bedoeld heeft.

Toonschilderingen

Bach heeft aan de hand van de tekst van de passie de noten zo gecomponeerd dat ze de tekst vaak letterlijk uitbeelden. Dit worden toonschilderingen genoemd. Voorbeelden van dergelijke toonschilderingen, deels in aangepaste vorm afkomstig van de gelijknamige Wikipediapagina over de Matthäus-Passion, zijn:

  • De begeleiding als Jezus zingt door lieflijke strijkers, bij wijze van aureool, behalve bij zijn laatste woorden Eli, eli, lama asabthani? (Mijn God, mijn God, waarom heeft u mij verlaten?). Daar wordt de volledige verlatenheid van Jezus pijnlijk duidelijk gemaakt door de afwezigheid van de strijkers.
  • Het klagen uit het openingskoor, waarbij steeds op het woord ‘klagen’ een langere, klagende groep tonen te horen is.
  • De uitroepen uit het openingskoor, die steeds met een kort, vragend, meest stijgend interval worden geïllustreerd.
  • De slang, waarbij de zangpartij op een lange lettergreep meandert door diverse nabijgelegen tonen.
  • Het onweer in Sind Blitze, sind Donner in Wolken verschwunden, waarbij heftige illustratieve begeleidingen en staccato gezongen Blitze in dalende drieklanken het natuurgeweld uitbeelden.
  • Het zitten dat in de notenvolgorde wordt uitgebeeld in de vorm van een stoeltje.
  • De hoge tonen bij het woord Gott, waarmee het hemelse karakter van God wordt uitgebeeld.
  • De kruisiging en het kruis wordt in motieven uitgebeeld waarbij de stemmen elkaar in toonhoogte of ritme doorkruisen, of waarbij bijvoorbeeld het woord gekreuziget door de evangelist omhoog en omlaag en van links naar rechts gaand gezongen wordt, vaak ook op relatief bittere tonen.
  • De zweepslagen zijn in het ritme als een terugkerend motief te horen.
  • Verwijzingen naar graf, begraven en dood worden zeer vaak met dalende en lage tonen geïllustreerd.
  • Woorden als verdriet, lijden, tranen worden met korte snikkende motieven uitgebeeld.
  • Het in tweeën breken van het hart is terug te horen in de aria Buẞ und Reu door een ritmische accentverschuiving binnen de maatsoort. Ook worden Tropfen (druppels) uitgebeeld door staccato fluitnootjes in de begeleiding.
  • De hartslag en het druppelen van bloed wordt in de aria Blute nur du liebes Herz hoorbaar in de begeleiding.

Mathematische perfectie

Hoewel Carl Philipp Emanuel Bach, de zoon van Johann Sebastian Bach, nadrukkelijk zei dat zijn vader nooit een vriend was geweest van ‘droge, mathematische kost’, spreekt uit de opbouw van de Matthäus-Passion toch de geest van een groot wiskundig talent. Op perfectionistische wijze heeft Bach de architectuur van het werk vastgelegd. Dit is terug te zien in het vormschema dat hieronder is afgebeeld.

Vormschema van de Matthäus-Passion uit ‘De Passies van Johann Sebastian Bach’ door Hans Brandts Buys, 1950

De Matthäus-Passion staat ook bol van getallensymboliek. Dit houdt in dat Bach in het werk getallen met een bepaalde betekenis heeft verwerkt. Je kan het niet horen, maar het zit er wel in en dat is heel bewust gedaan. Niet alleen voor de luisteraar, maar ook om God te eren, aan wie Bach het werk opdroeg.

Een van de getallen die vaak voorkomt in de passie is het getal 14. Waarom 14? Als je de getalswaarde van de letters ‘BACH’ bij elkaar optelt (B = 2, A = 1, C = 3, H = 8) komt daar 14 uit. Bovendien komt het getal 7, de helft van 14, veelvuldig in de Bijbel voor. Zo schiep God de wereld in 7 dagen, zijn er 7 werken van barmhartigheid en waren er in Egypte 7 vette jaren en 7 magere jaren. Het getal 14 komt in het werk terug in de vorm van 14 koralen, 14 verwijzingen naar het hart en de 68 delen waaruit het bestaat (6 + 8 = 14).

Verder komt het getal 27 geregeld terug. 27 staat symbool voor de drie-eenheid van God (3 x 3 x 3 = 27). Zo kent de passie 27 stukken evangelietekst met in totaal 729 maten, wat weer het kwadraat is van 27. Ook het getal 11 en 12 komen voor. 12 verwijst naar het totaal aantal apostelen, 11 naar datzelfde aantal zonder Judas. Het woord Herr wordt tijdens het laatste avondmaal 11 keer uitgesproken, aangezien Judas zwijgt. Daarnaast bestaat de muzikale begeleiding van Jezus, de basso continuo-partij, uit 365 noten. Precies het aantal dagen van een jaar.

Kruisvorm

Nog een bijzondere vorm van symboliek die Bach in de structuur van het werk heeft aangebracht is de kruisvorm. Het eerste gedeelte van de passie — vanaf het openingskoor tot en met het koor O Mensch bewein dein Sünde gross — vormt het horizontale deel van het kruis (van links naar rechts). Het tweede gedeelte — vanaf de aria Ach! nun ist mein Jesus hin! tot en met het slotkoor — vormt het verticale deel van het kruis (van boven naar onder). De aria’s en koralen zijn als een slinger om het Bijbelverhaal gevlochten en de recitatieven vormen het kruishout.

Precies op het punt dat de twee balken van het kruis elkaar snijden komt het verhaal van Petrus samen. In het midden van het eerste deel voorspelt Jezus dat Petrus hem driemaal zal verloochenen waarna de haan terstond zal kraaien en in het tweede deel komt deze voorspelling op dit punt uit (op de afbeelding bij de X) waarna de beroemde aria Erbarme dich volgt.

A = Aria | B = Recitatief | Kr = Koraal

Tot slot

De wijze waarop Bach thema’s als verdriet en berouw aan de ene kant en liefde en dankbaarheid aan de andere kant heeft weten te vervlechten tot een zeer veelzijdig meesterwerk waarin alle kennis en kunde van de componist samenkomt, is een prestatie die zijn weerga niet kent. Daarmee realiseer ik me nu dat de Matthäus-Passion in het geheel niet bovennatuurlijk is, maar juist het meest menselijke is wat er bestaat: het is de ultieme uiting van de creatieve geest gecombineerd met een ongekend vakmanschap waar alleen de mens toe in staat is.

Juist dit menselijke — wat ook terugkeert in andere werken van Bach — maakt dat de passie voor iedereen herkenbaar is. We hebben immers allemaal weleens in ons leven te maken gehad met onrechtvaardigheid in de vorm van verraad, valse beschuldigingen, wantrouwen, radeloosheid, eenzaamheid, pesterijen of het overlijden van een dierbare. Maar ook herkennen we de mooie dingen van het leven in het werk terug, zoals vergevingsgezindheid, opofferingsgezindheid, mededogen, geduld, spijt, hoop en liefde. Zo ziet ieder iets anders, hoort ieder iets anders en voelt ieder iets anders in de Matthäus-Passion. En elke keer valt er wel iets nieuws aan te ontdekken. Zo kan je er elk jaar opnieuw zonder verveling naar luisteren.

En voor de mensen die dit jaar — net als ik — niet in staat zijn een uitvoering bij te wonen of liever naar een concert van Ed Sheeran gaan, heeft de Nederlandse Bachvereniging een prachtige uitvoering online staan.

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Constantijn van der Eijk’s story.

Responses
The author has chosen not to show responses on this story. You can still respond by clicking the response bubble.