Mediumpost #2
Aristoteles
‘Further, the state is by nature clearly prior to the family and to the individual, since the whole is of necessity prior to the part; for example, if the whole body be destroyed, there will be no foot or hand, except homonymously, as we might speak of a stone hand; for when destroyed the hand will be no better than that.’
Hier zegt Aristoteles dat het geheel belangrijker is dan het onderdeel. Oftewel: voor de mens als individu is de staat belangrijker dan zijn familie. Hier ben ik het niet mee eens. Het geheel is toch juist opgebouwd uit de onderdelen? Als de onderdelen niet goed zijn, stort het geheel uiteindelijk ook in. Waarom is het niet zo dat de originele, eerste vorm van een staat/ samenleving, het belangrijkste moet zijn voor het individu. Wanneer het bij ieders familie goed zit, zal de Staat ook beter werken omdat de bouwstenen kloppen, wat juist ook weer het geluk van elk individu en elke familie bevorderd, aangezien dat het doel is van de Staat: voor iedereen een goed leven mogelijk maken.
‘But things are defined by their function and power; and we ought not to say that they are the same when they no longer have their proper quality, but only that they are homonymous.’
{In zijn vergelijking met de hand en het lichaam zegt hij dus ook eigenlijk dat wanneer je een lichaam vernietigt, een onderdeel daarvan, zoals een hand, ook vernietigd is. Wanneer de staat uiteen valt, houdt de familie ook op met bestaan. Als we naar bovenstaand citaat kijken zien we dat er misschien wel een soort afgezwakte vorm van een familie overblijft, maar dat we die vorm eigenlijk niet meer ‘familie’ kunnen noemen, omdat het niet precies hetzelfde betekent/ inhoudt.}
‘Now, that man is more of a political animal than bees or any other gregarious animals is evident. Nature, as we often say, makes nothing in vain, and man is the only animal who has the gift of speech. And whereas mere voice is but an indication of pleasure or pain, and is therefore found in other animals (for their nature attains to the perception of pleasure and pain and the intimation of them to one another, and no further), the power of speech is intended to set forth the expedient and inexpedient, and therefore likewise the just and the unjust. And it is a characteristic of man that he alone has any sense of good and evil, of just and unjust, and the like, and the association of living beings who have this sense makes a family and a state.’
Een beetje een lang citaat deze keer. Hierin beweert Aristoteles dat de mens die een familie en de staat vormt, van nature een gevoel heeft voor wat juist en onjuist is. Dit uit de mens in zijn ‘power of speech’. Hierin vraag ik mij af: als wij dit gevoel van nature bezitten, waarom is er dan zoveel onenigheid over hoe de Staat moet worden opgericht? We hebben politieke partijen, veel verschillende bestuurssystemen, en hoewel velen nogal overtuigd zijn van hun gelijk, is er nog geen een staatsvorm voorbij gekomen waarin iedereen gelukkig was, of een wereld verschenen waarin geen oorlog voorkwam. Wat bedoelt Aristoteles dus precies met ‘aanleg’ hebben? Je zou kúnnen weten wat juist en onjuist is maar door verkeerde opvoeding of door beperkt intellect gaat het mis? En hoe ontstaat zo’n verkeerde opvoeding? Wat is juist en onjuist? Ik vind het niet specifiek genoeg.
‘The master is not called a master because he has science, but because he is of a certain character, and the same remark applies to the slave and the freeman.’
Wie bepaalt wanneer iemand het juist karakter heeft om een slaaf of een meester te zijn? Misschien vind ik mijn karakter wel perfect passen bij het meester zijn, maar vinden anderen dat ik meer in het plaatje van een slaaf pas. Moet ik mij daar dan aan onderwerpen? Mag ik anderen dan aan mij onderwerpen? Dit is te onduidelijk.