Pica en zijn relatie tot God

“Opperste vrijgevigheid van God de Vader, opperst en wonderbaarlijk geluk van de mens! Want hem is gegeven datgene te krijgen wat hij verkiest, degene te zijn die hij wil.”

Om dit citaat verder in te leiden, is het belangrijk de context te schetsen waarin het gezegd is. In zijn stuk maakt Pica een onderscheid tussen dieren en mensen: de mens kan kiezen te zijn wie hij wil, terwijl dieren ‘al direct bij de geboorte uit de moederschoot hun toekomstige bezittingen mee’ krijgen. Wat mij ten eerste hieraan opvalt is dus dat hij duidelijk de mens boven de dieren plaatst. Ten tweede zie ik een bepaalde keuzevrijheid die wordt aangenomen in dit citaat, wat mijn interesse wekt.

Het onderscheid tussen mens en dier vond ik opvallend, omdat dat echt iets uit het verleden is. Tegenwoordig zijn we veel verder met het onderzoek naar de intelligentie van dieren. De reden dat dieren lager staan dan mensen is het feit dat de mens redelijk is en zelfs de mogelijkheid heeft om een te worden met God. Tegenwoordig weten we dat bijvoorbeeld walvissen delen in hun hersenen hebben die verder zijn ontwikkeld of groter zijn dan die van ons.

Dan de keuzevrijheid. Pica zegt dat dieren vanaf hun geboorte al hun bestemming hebben meegekregen. Mensen echter kunnen kiezen in welke richting zij zich ontwikkelen. Wanneer zij bijvoorbeeld ‘niet tevreden zijn’ met de ‘lotsbestemmingen der schepselen’, kunnen zij zich terugtrekken in het ‘centrum van hun eigen eenheid’ en zo ‘één geest worden met God’. Dit zou dus impliceren dat de mens een keuze heeft in hoe hij zich opstelt en waar hij eindigt.

Ik vraag me af of Pica hierin rekening heeft gehouden met omstandigheden en karaktertrekken. Denkt hij dat een kansarm kind op dezelfde manier een keuze heeft als een kind aan wie in de opvoeding het aan niets ontbreekt? Denkt hij dat iemand met bepaalde karaktereigenschappen deze kan aanpassen zodat hij of zij bijvoorbeeld redelijker wordt?

En als laatste: interessant dat Pica niet redelijkheid als hoogste goed noemt, maar eigenlijk het loslaten van de lotsbestemmingen, en dat je slechts zo één kunt worden met God. Andere filosofen beweerden juist dat je door redelijkheid God kunt bereiken.

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Daní Püttmann’s story.