Frankrijk en de weg naar het Haantjesgoud

Douwe de Vries
Jul 16, 2018 · 10 min read

10 juli 2016. In het Stade de France is zojuist het volgens velen onwaarschijnlijke gebeurd. Maar voor mij niet. Nou ja, één ding dan. Dat een wisselspeler, geboren Guinee-Bissauer en sporadische speler van grijze middenmoter Swansea City FC voor het beslissende EK-doelpunt heeft gezorgd. Uitgerekend Éderzito António Macedo Lopes bewaarheidt de Franse nachtmerrie. Een unieke lichting met spelers als Griezmann, Pogba en Payet laat na wat hun landgenoten 18 jaar geleden wel lukte. Een toernooi op eigen bodem winnen. Voor mij was het dus geen verrassing: in de maand voorafgaand aan de finale zag ik het namelijk al misgaan. EURO 2016 verliep geheel volgens plan voor het team van bondscoach Didier Deschamps. Maar iets te veel volgens het door hem perfect bestempelde plan. Een makkelijke groep met Zwitserland, Albanië en Roemenië niet geheel overtuigend winnen. De underdogrol was een soort van bewerkstelligd. In de achtste en kwartfinale afrekenen met relatief zwakke broeders Ierland en IJsland. De glorieuze halve finaleoverwinning tegen aartsrivaal Duitsland (2–0) was eigenlijk de eerste echte testcase. Maar de beker ging na de laatste, belangrijkste 120 minuten naar Portugal. Een trauma dat al na 735 dagen is weggepoetst. Dat was voor mij wél een verrassing. Hoe dat ging? Niet vanzelf voor Les Bleus.


Oplappen
Hoe lap je jezelf op na de grootste teleurstelling uit je carrière? Want dat mag je het uit de handen laten glippen van het EK-zilver in eigen land wel noemen. Die exact zelfde vraag werd gesteld aan Frank de Boer in de Andere Tijden Sport reportage ‘De Bittere Tranen van Louis van Gaal’. De Boer was in 2000 aanvoerder van het Nederlands elftal tijdens de dramatisch verlopen EK-halve finale tegen Italië. EURO 2000 zou hoe dan ook gewonnen worden door Nederland: met Van der Sar, de De Boertjes, Bergkamp, Kluivert en… Noem ze allemaal maar op. Oranje bezweek in de kille en sfeerloze ‘eigen’ ArenA. Frank de Boer zelf en Patrick Kluivert misten twee penalty’s in de reguliere speeltijd. Tijdens de strafschoppenreeks hadden de Italianen een psychologisch voordeel en benutte dat maximaal. Opnieuw werd keeper Francesco Toldo de held. Weg EK-droom.

Hoe lapte Frank de Boer zich op na die geweldige dreun? Simpel. Niet. In de voorbereiding op het seizoen 2000/2001 werd hij nog badend in het zweet wakker van die twee gemiste kansen vanaf 11 meter. Francesco Toldo. Francesco Toldo. Die naam bleef maar in zijn hoofd doorspoken. Maar tijd om zichzelf en zijn team op te richten had de aanvoerder niet. In september startte de volgende kwalificatiecyclus alweer: op weg naar het WK 2002 in Japan en Zuid-Korea. In diezelfde, kille ArenA ging het opnieuw mis. Puntenverlies tegen Ierland: 2–2. Het lukte de nieuwe bondscoach Louis van Gaal niet het tij te keren in een poule met verder Portugal, Estland, Cyprus en Andorra. Een unieke spelerslichting ontbrak op het grootste mondiale sportevenement. Want WK’s hebben nou eenmaal meer aanzien dan EK’s. Van Gaal waande zich bij zijn aanstelling al bijna Wereldkampioen. Niemand had het mislopen van het toernooi zelf ook maar enigszins verwacht.

Frank de Boer mist zijn eerste strafschop tegen Italië in de halve finale van het EK 2000 (Bron: Getty)

Innovatie
De angst voor verval en slijtage van een normaal zo goed functionerende en talentvolle voetbalploeg is tegenwoordig urgenter geworden. In Zuid-Afrika blameerde Italië, de Wereldkampioen van 2006, zich door in de groepsfase al uitgeschakeld te worden. Tijdens het WK 2014 werd Europees en Wereldkampioen Spanje verrassend snel naar huis gestuurd in een groep met Nederland (5–1 verlies), Chili (2–0 verlies) en Australië (3–0 winst). Oranje overkwam hetzelfde tijdens het EK 2012 in Polen en Oekraïne: na de tweede plaats in Zuid-Afrika werd de ploeg van Van Marwijk laatste in de poule. En ook het verhaal na het zo sterke WK 2014 is bekend. Twee keer op rij wist het Nederlands elftal zich niet eens te kwalificeren voor de eindronde.

Waar deze wonderlijke vervallen aan liggen? Slijtage. Geen of weinig innovatie binnen de bond. Niet juist anticiperen op externe en interne ontwikkelingen. Er zijn al hele boekwerken over verschenen. Maar bovenal ligt het aan: het niet doorselecteren. Vasthouden aan dezelfde spelersgroep en hetzelfde te hanteren systeem. Een nationaal voetbalelftal is echter altijd onderhevig aan verandering. Je kan er geen vast team van maken zoals bij de meeste voetbalclubs het geval is. Dat komt voornamelijk door de geringe tijd die een bondscoach wordt gegund om bij zijn team te zijn. Het posteren gebeurt sporadisch, tijdens bijvoorbeeld een oefeninterland. Tijdens toernooi- of kwalificatiewedstrijden moet het team er simpelweg staan. Een lange termijn geldt niet bij nationale elftallen. Daarom moet een bondscoach ook razendsnel nieuwe spelers in kunnen passen.

‘IJzerhard realisme’
De Duitse coach Joachim Löw is een echte Doorselecteertrainer. Hij verstaat het innoveren van zijn nationale team en inpassen van oprijzende talenten als geen ander. Na de verloren EK-finale in 2008 nam hij afscheid van routiniers als Ballack, Lehman, Metzelder, Hitzlsperger en Frings. Daarvoor in de plaats kwam een spelersgroep met grote talenten Neuer, Özil, Müller en Khedira. Spelers die er al lang ‘aan zaten te komen’, maar volgens menigeen te vroeg werden gebracht door Löw. Het resulteerde echter in halve finaleplaatsen tijdens het WK 2010 en EK 2012. Het ultieme kroonwerk voor de vernieuwings- en innovatiedrift van Löw: de Wereldtitel in 2014. Met über modern voetbal en ‘wonderboys’ als Kroos, Müller, Özil en Götze werd de vierde gouden beker een feit in Brazilië. In Maracanã om precies te zijn. Eindelijk werd een perfect toernooi van die Mannschaft afgesloten met een prijs.

Velen dachten opnieuw: met exact ditzelfde team worden nieuwe successen vanzelf een feit op het eerstvolgende landentoernooi. Daar dacht Löw opnieuw anders over. Oude rotten konden opnieuw vertrekken. Geen uitzondering. Keihard. Dag Klose. Dag Podolski. Hallo Kimmich, Mustafi, Can, Hector en Draxler. Met een opnieuw frisse basisformatie speelde Duitsland een wederom nagenoeg perfect toernooi. Op die ene wedstrijd tegen Frankrijk na dan. Met het nodige machtsvertoon walste de regerend Wereldkampioen over de kwalificatietegenstanders heen. 30 punten. 43 doelpunten voor. 4 tegen. Maar tijdens het toernooi zelf was het uitgerekend die voorheen zo succesvolle vernieuwingsdrift van Löw, dat Duitsland de das omdeed. Niet uitgaan van zekerheid van de altijd zo belangrijke spelers: toch maar weer verrassend kiezen voor bijvoorbeeld Plattenhardt, Draxler en met name Werner. Te veel willen experimenteren. Löw forceerde dit toernooi als bondscoach. Maar tegelijkertijd met de uitstraling dat ‘het allemaal wel goed zou komen’. Maar niet dus. De eigenwijze Joachim hield voet bij stuk door het niet of te laat brengen van Reus, Gomez of Gundogan. De doelpuntenmaker van de WK-finale in 2014, Mario Götze, was niet eens geselecteerd. Het juist te veel willen doorselecteren werd de definitieve nekslag. Hij kreeg de rekening gepresenteerd met twee nederlagen en net zoals Wereldkampioenen Frankrijk (2002), Italië (2010) en Spanje (2014) vroegtijdige uitschakeling.

Terug naar Frankrijk. Bondscoach Didier Deschamps stond na het EK 2016 voor die dus zo moeilijke opgave: een balans zien te vinden tussen toch kunnen teren op oude successen en het kwalitatief innoveren van de spelersgroep. Niet doorschieten in het één óf het ander. Het heeft namelijk ook bij Les Bleus de nodige schade berokkend in het verleden. Denk aan de dramatisch verlopen toernooien in 2004, 2008 en 2010. Het aanzien van het Franse voetbal kwam na deze wanvertoningen op het spel te staan. De sfeer in de verdeelde spelersgroepen (vaak afspiegelingen van het multi-etnische Frankrijk) was vaak om te snijden door wangedrag van veelal dezelfde spelers. Met het aantreden van Deschamps in 2012 werd gekozen voor ‘ijzerhard realisme’. De spijkerharde defensieve middenvelder werd als speler zelf gepokt en gemazeld, door op een realistische en dus vaak minder aantrekkelijke manier van voetballen de Champions League te winnen met Marseille en Juventus. Als trainer heeft dat invloed op hem gehad. Kijk maar met welk soort voetbal hij de prijzen won met AS Monaco, Juventus en Marseille.

Oké: het gecalculeerde voetbal moest maar door voetbalminnend Frankrijk worden gedoogd. Beter gezegd: als zoete koek geslikt worden. Ook gezien de staat van dienst die Deschamps als international had opgebouwd. Hij was namelijk aanvoerder tijdens het Wereldkampioenschap van 1998 en Europees Kampioenschap van 2000. Maar het kwam veel analisten en liefhebbers op een gegeven moment simpelweg de keel uit: met deze zo fantastische spelersgroep moest toch echt beter en dynamischer spel op de mat gelegd kunnen worden? Zeker in een kwalificatiegroep met Zweden, Nederland, Bulgarije, Luxemburg en Wit-Rusland. Al berekenend hield Deschamps voet bij stuk.

Didier Deschamps wint met Olympique Marseille zijn eerste Champions League (Bron: UEFA)

Bizar goed talent
Ten opzichte van het EK in eigen land veranderde er vrij weinig aan de Franse basisformatie tijdens de kwalificatiecyclus. Verdedigers Patrice Evra en Barry Sagna stelden zich definitief niet meer beschikbaar om uit te komen voor de nationale ploeg. Internationals af. Deschamps kon kiezen uit zoveel ongelofelijk nieuw en uniek talent: Martial, Coman, Tolisso, Lemar en Dembele. Wat te allen tijde hetzelfde bleef: het tandem Giroud-Griezmann voorin. De spits van Arsenal schikte zich in een dienende rol, om de Goaltjesdief pur sang van Atlético optimaal te kunnen laten renderen. Altijd in het door Deschamps heiligverklaarde 4–2–3–1 systeem. De enige keer dat Frankrijk echt swingde in de kwalificatiereeks, was uitgerekend tegen Nederland. In het met 4–0 gewonnen duel in augustus 2017 maakte de voetbalwereld kennis met een opnieuw bizar goed talent: Kylian Mbappé.

Kylian Mbappé heeft zojuist gescoord tegen Oranje tijdens het WK-kwalificatieduel (Bron: L’Express)

Tegen Oranje tekende hij voor de vernederende 4–0. Wesley Hoedt wordt af en toe nog wakker van de manier waarop hij tureluurs werd gedraaid door de pas 19-jarige rechtsbenige spits. Snelheid gecombineerd met voortreffelijke en gecalculeerde schijn- en hakbewegingen. En perfect uitgevoerde dribbels. De manier waarop hij de bal na een perfecte assist van Lacazette uiteindelijk binnen kon schuiven, leek een koud kunstje. Maar dat was het allesbehalve. De voetballer die in helemaal niets deed denken aan Deschamps en zijn evangelie, werd de nieuwe hoop van Frankrijk. David Payet was tijdens het EK 2016 nog één van de sterspelers. Maar het talentengeweld in het Franse voetballandschap maakte dat hij niet eens mee naar Rusland afreisde. Net als doelpuntenmaker in de finale van het WK 2014, Mario Götze, dus. Weer zo’n harde ‘innovatiebeslissing’ die bondscoaches zo vaak hebben gemaakt de laatste jaren.

Realistisch doel
Voor de Fransen begon het toernooi met een groepswedstrijd tegen Australië. De verwachtingen waren logischerwijs hooggespannen. Met het hebben van een kwalitatief ijzersterk en van talent overlopend elftal was het automatisch titelfavoriet. Les Bleus moest daarnaast ook nog eens zien af te rekenen met een nationaal trauma. De verloren EK-finale in eigen land. Deschamps koos in de eerste WK-wedstrijd verrassend genoeg voor een meer aanvallende tactiek. Talenten Dembele, Mbappé en Tolisso kwamen volgens hem in een 4–3–3 systeem beter uit de verf. Giroud werd verrassend genoeg gepasseerd. Ook aan de verdedigende flanken twee grote verrassingen: de jonge Lucas van Atlético en de onbekende Pavard van Stuttgart waren de backs. Pavard kon gezien worden als de ‘Paul Verhaegh van Frankrijk’. Heel solide en uiterst zakelijk ‘gewoon’ zijn taken uitvoerend. Dat valt dan weer een beetje in het niet bij het surplus aan kwaliteit dat er voor de rest rondloopt. Zo’n evenwichtig en met name doordacht geposteerd elftal had Frankrijk gedurende het hele toernooi dus.

Na de moeizaam verlopen partij tegen Australië (waarbij uiteindelijk de moderne middelen doellijntechnologie en VAR Frankrijk de overwinning bezorgden) besloot Deschamps terug te vallen op zijn oude, vertrouwde 4–2–3–1. Met belangrijke(re) rollen voor controlerend ingestelde spelers als Kante, Matuidi en Pogba. Calculerend en ‘klinisch’ werd op deze manier de weg naar de finale bewandeld. Peru: 1–0. Denemarken: 0–0. Argentinië: 4–3. Uruguay: 2–0. België: 1–0. Wanneer heeft Frankrijk het echt moeilijk gehad? Een halfuur tegen de Argentijnen. En beide een kwartiertje tegen Uruguay en België. Wanneer het echt hachelijk werd stuurde het controlerende blok Mbappé diep. Een beetje zoals bij Nederland het geval was met Robben in 2014. Dan werd het pas echt gevaarlijk. De tegenstanders bestempelden het als ‘anti-voetbal’. Courtois was enigszins ziedend na de verloren halve finale. Deschamps kon het weinig schelen. Hij kwam maar voor één, realistisch doel naar Rusland: Wereldkampioen worden.

Als een frisbee
Frankrijk was gisteren de gedoodverfde favoriet. Kroatië de ploeg met overduidelijk de grootste gunfactor. Opnieuw hielp het nieuwste van het nieuwste op gebied van voetbaltechnologie, Les Bleus de wedstrijd om te buigen. Na een vermeende handsbal van Ivan Perišić mocht Griezmann maar weer eens aanleggen voor een strafschop. Een pure zekerheid. Ik kon de tegenstanders van het anti-voetbal alweer horen klagen. Die berekenende Deschamps met al die wereldspelers. Maar toch weer zo communistisch spelen. De 3–1 en 4–1 van Frankrijk veranderden alles.

Hugo Lloris houdt de Wereldbeker omhoog (Bron: SLtrib)

De diepe bal van Pogba op Griezmann, die als een frisbee om de Kroatische backs zeilde, voorafgaand aan zijn eigen goal is één van de mooiste momenten dat ooit op een voetbalveld te aanschouwen is geweest. Vervolgens het verdekte schot van de echte Speler van het Toernooi: Mbappé. De manier waarop hij doelman Subasic laag over de grond verschalkte leek zo simpel, maar was o zo geraffineerd en doordacht. Een perfect en treffend slot van de man die Frankrijk bijna in zijn eentje voor de tweede keer Wereldkampioen maakte.

Allez les Bleus!
Deschamps heeft gelijk gekregen. Met het surplus aan kwaliteit binnen zijn selectie, lag het voor de hand de boel volledig om te gooien en te gaan experimenteren. Zeker na het echec in eigen land: de verloren EK-finale tegen Portugal. Hij koos voor een briljante middenweg: wel degelijk innoveren en afscheid nemen van de voorheen sterkhouders. Maar geen drastische innovatiegolf. De vaste kern met Hugo Lloris, Varane, Pogba, Kante, Matuidi, Griezmann en Giroud bleef. Zij wisten precies wat ze moesten doen. Naar de ‘Deschamps-conventies’. Een aantal nieuwe wereldsterren zijn in dit elftal opgestaan. In de schaduw van die andere grootheden. Deschamps heeft gewikt, gewogen en uiteindelijk een Wereldtitel gewonnen. Maar Kylian Mbappé steekt er met kop en schouders bovenuit. Aan zijn trilogie gaat ongetwijfeld een vervolg worden gegeven op het EK 2020 in Europa en het WK 2022 in Qatar. Op weg naar meer Haantjesgoud zal Deschamps wederom een combinatie moeten vinden van talent en ervaring. Dit team is in ieder geval nog lang niet versleten. Allez les Bleus!

Het vernieuwde logo van de Franse nationale voetbalploeg ‘Les Bleus’ (Bron: FFF)
Douwe de Vries

Written by

Journalist writing mainly about football and other sports. History, politics and sociology as well. Tech. Culture. Loves longreads.

Welcome to a place where words matter. On Medium, smart voices and original ideas take center stage - with no ads in sight. Watch
Follow all the topics you care about, and we’ll deliver the best stories for you to your homepage and inbox. Explore
Get unlimited access to the best stories on Medium — and support writers while you’re at it. Just $5/month. Upgrade