De creatieve sector is kapot

En dat heeft hij aan zichzelf te danken

“Never, ever, ever let them call you a “creative”. It’s a way to be disenfranchised. You are a designer. It’s not magic, it’s a trade.” — Mike Monteiro, designer/held.
© - alle illustraties door Jeroen Geuens

Van 2012 tot 2014 heb ik illustratoren uitgebuit.

Als zijproject gaf ik een magazine uit dat een springplank moest worden voor jonge illustratoren, schrijvers en vormgevers (de ironie ontgaat me niet). Ik stopte een hoop spaargeld in het drukwerk en had niks meer over om de deelnemers te betalen. ‘Dat doe ik wel als ik uit de kosten ben’, zei ik tegen mezelf. Maar dat moment kwam er nooit en ik voelde me schuldig. Ik liet hen gratis werken en dat begon te wringen.

Het magazine bestaat daarom ook niet meer. Ik had natuurlijk op zoek moeten gaan naar sponsors. Of het niet uitgeven. Maar dat kwam toen niet in me op. Simpelweg omdat geen enkele deelnemer er naar vroeg om betaald te worden.

Het debat van de afgelopen dagen heb ik met gemengde gevoelens gevolgd. Want natuurlijk wil ik dat vormgevers een juiste prijs kunnen vragen — ik ben er zelf een — maar ik denk dat het iets te gemakkelijk is om alleen de opdrachtgevers met het vingertje te wijzen. Die proberen ook maar. Wie kan ze ongelijk geven? Ik sta zelf ook niet te springen om de verkoopster in de Colruyt op de vingers te tikken omdat ze een pot koffie vergat te scannen. Zo gierig ben ik wel — als arme vormgever. En ik kan me voorstellen dat een bedrijf ook kosten vermijdt waar het mogelijk is.

Of mogelijk wordt gemaakt.

Want het feit dat die opdrachtgevers nog maar probéren om gratis werk gedaan te krijgen — iets wat ze bij andere leveranciers nooit in hun hoofd zouden halen —betekent dat ze weten dat het een optie is. Ze hebben dat al eens geprobeerd en dat is toen gelukt. Of ze zien dat het werkt bij anderen.

Daarom kan het probleem alleen binnen de sector zelf opgelost worden. Wie een creatief beroep uitoefent moet goed beseffen wat de gevolgen van gratis of goedkoop werk zijn. De vraag ernaar kan alleen dalen wanneer de hele sector consequent weigert om zulke jobs uit te voeren.

En dan komt het aan op de volgende dingen:

  1. Professionaliteit
    Een creatieve job is nog altijd een job. Vaak een boeiende job. Soms een frustrerende job. Maar een job. Gedraag je dan ook als iemand die zijn kost aan het verdienen is. In de artikels die ik de laatste dagen las kwam de volgende redenering vaak terug: ‘dat zouden ze bij beroep X nooit vragen’ — denk daaraan wanneer je werkt. Wil ik dit doen? Zou deze opdrachtgever zoiets ook vragen wanneer hij een brood gaat kopen? Denk ‘wat zou de bakker doen?’ en trek dit door naar je eigen beroep. 
    Wees trots op je werk en schat het naar waarde. Zoek uit hoe je de juiste prijs bepaalt (ik zag dat er binnenkort weer een infosessie met Bert Pieters aankomt — heb ik destijds zelf veel aan gehad) en zorg ervoor dat je opdrachtgever het een goede investering vindt om met jou zaken te doen. School je bij over klantencommunicatie, pitchen, feedback geven en krijgen, … Als je stevig in je schoenen staat — je hebt de kennis en de visie — wordt er minder met je voeten gespeeld.
  2. Wie serieus genomen wil worden, moet dat ook verdienen
    Als je wil dat een opdrachtgever jouw werk serieus neemt, gedraag je je best als iemand die dat zelf ook doet. Sta er even bij stil of jij jezelf zou aannemen: hoe presenteer je jezelf en je werk? Staat je website vol met ‘leuke weetjes’ over hoeveel schoenen je hebt en andere quirky maar nutteloze gegevens — genre “ik verstop in elk ontwerp een diertje?” (echt gehoord tijdens een pitch)? Je werk is pas goed als je een probleem kunt oplossen voor een opdrachtgever, alle rest is onzin en egotripperij. En nu we toch bezig zijn: kunnen we de termen ‘creative’ of ‘creatieveling’ ook laten vallen? Dat klinkt mij te veel als een zweverige idioot die de hele dag latte’s zit te drinken tot er een opdracht komt aangewaaid. Je bent een vakman of -vrouw, gedraag je dan ook zo. Respect vraag je niet, dat verdien je. Correct omgaan met je werk - je opdrachtgevers laten zien dat je niet zomaar wat doet om aan zakgeld te komen - helpt je al een heel eind op weg. Je haalt jezelf onderuit door je te profileren als iemand met een uit de hand gelopen hobby. Dan word je een deurmat.
  3. Opleidingen 
    Ik begin het stilaan beu te worden om hier altijd op terug te moeten komen: creatieve opleidingen bereiden studenten niet genoeg voor op het afgestudeerde leven. Je staat op straat met je diploma en je weet NIKS. Alle zakelijke kennis die ik heb leerde ik van boeken, workshops, cursussen van Flanders DC en Kunstenloket en door heel veel fouten te maken. Kunstscholen zijn vaak vies van geld maar het hoort er nu eenmaal bij. Maak er desnoods een keuzevak van. Doe iéts.

Want ook tijdens de opleiding namen wij deel aan wedstrijden voor grote bedrijven — geen woord over hoe dit de sector kapotmaakt. Ik dacht dat zoiets normaal was. In 2010 deed ik mee aan een wedstrijd om het dak van een Citroën te illustreren. Ik won 1.000 euro en dat vond ik enorm veel geld — de totale prijzenpot was 10.000 euro. Tot iemand mij erop wees dat dat bedrijf heeft kunnen kiezen uit honderden ontwerpen voor minder dan de prijs van één van hun auto’s.

Laat de wedstrijden aan de hobbyisten. Bob Dylan doet ook niet mee aan The Voice.

En natuurlijk is het een goed idee om opdrachtgevers te sensibiliseren. Zij zijn dan ook niet opgeleid om over design te praten. Hoe vaak huurt een bedrijf een vormgever in? Waar moeten zij leren om objectieve feedback te geven? Of wat een realistisch budget is?

Maar het moet van twee kanten komen.

De creatieve sector profileert zich als het slachtoffer maar is mee verantwoordelijk voor de wantoestanden die nu bestaan. Door in te blijven gaan op gratis werk (mét exposure), spec work te maken en deel te nemen aan wedstrijden zorgen we er zelf voor dat de situatie blijft zoals ze is.

Alleen wanneer we van ons af leren bijten zullen ook de creatieve beroepen voor vol worden gezien. Minder wenen, beter organiseren. Als we collectief ‘nee’ zeggen tegen gratis werk hebben opdrachtgevers geen keus meer. En dan wordt het dokken.

En alsjeblieft, lees Design is a Job.

Like what you read? Give Debby Vervoort a round of applause.

From a quick cheer to a standing ovation, clap to show how much you enjoyed this story.