Een bijzondere ontmoeting

Vrijdagmiddag, dertien juni zo rond half zes. 
Deep loopt richting huis, alweer een stuk voorbij het winkelcentrum aande 5-mei-laan, de Eduard van Beniumstraat in. Al foeterend schopt-ie tegen een paaltje aan.

Wat ben je toch ongelooflijk slim geweest, denkt-ie. Echt zo een intelligente actie als zo-even. Hij zucht en vervolgt zijn zelfbeklag.
En je denkt nog wel bij jezelf, hou maar op met werken voor vandaag, want er komt toch niets meer uit. Waarom doe je dat nou niet? Alleen omdat je, toch nog even vlak voor het weekend, je gastenboekje moet schonen?

Een zacht aarggh ontschiet zijn mond.

Ondertussen is het Altertje naast Deep komen lopen en vraagt: “’tis er?”.
“Ik heb zojuist in plaats van de entries die ik uit m’n gastenboek wilde verwijderen, precies die entries laten staan,” legt Deep uit. “En de rest dus verwijderd.”

Deep schopt weer tegen een paaltje aan, het liefst zou-ie met zijn hoofd tegen een muur willen bonken van ongelukkigheid.
Het Altertje is een moment stil en proest het vervolgens uit.
“Intelligenteeuh-actieeh, hahaha.”

Mokkend loopt Deep door. Ook het Diebertje heeft in de gaten dat er iets aan de hand is en komt snel naast Deep lopen. Hij legt zijn hoofd op Deep’s schouder en zegt met een Surinaams accentje: “Maar meester,wij houden nog steeds van je hoor.”

Deep zucht weer, en relativeert. Alweer een beetje rustiger gromt-ie: “jah, ja, da’ wee’k ook wel, maar ik baal er wél van!”

Alter legt een hand op Deep’s schouder en knijpt er ff in.
“Ach joh, ’tis nie het eind van de wereld, kerel. Heppie niet ergens een backupje?”

“Ja, misschien thuis nog,” mompelt Deep.

“Trouwens, anders is er vast ergens een backup op je werk, jou een beetje kennende. In het ergste geval zul je dus opnieuw moeten beginnen. Maar is dat nou zo’n ramp? Het betreft toch maar iets van tien berichten en bovendien van mensen die je allemaal wel kent.”

Het Altertje ratelt voort. “Okay okay met uitzondering van één. Maar daar weet je weer het webadres weer van, dus het valt allemaal best wel mee, toch? Ga nou maar gewoon proberen te genieten van je weekend en als je vanavond thuis niets kan herstellen, zul je toch moeten wachten tot maandag.”

“Ja Altertje, je hebt inderdaad gelijk,” zucht Deep.
En op die gedachte vervolgt hij zijn pad richting de west.

In de verte doemt Station De Vink op.
“En Dieb?”, vraagt Alter.

Diebertje kijkt ietwat geergerd naar Alter.
“Hou toch eens op met dat gezeur! Mag een mens ook eens een keer weekend vieren en genieten van een biertje zo op de vrijdagavond na een harde werkweek?”

Zo ontzettend veel te vieren had je net ook weer niet niet, wil Alter brommen. Het komt niet verder dan een zucht. Deze discussie, zo weet-ie, hoef je niet aan te gaan met Dieb. Zo op momenten, met name over bepaalde onderwerpen, konnie zoo dwars worden. Dan moest-ie tegen alle gevestigde orde aanschoppen, omdat-ie de warmte mistte, de warmte van het houden van.

Maar vanavond, vanavond ging-ie ongetwijfeld weer lego-en, zijn gedachten pogen te ordenen, muurtje bouwen van alle brokjes gedachten, beelden, flarden geluid en dergelijke. Altertje zuchtte en besloot zich maar afzijdig te houden voor de rest van de dag.

Strax werd er weer verwoed gemetseld en getimmerd aan het ongelukkige verhaal. En nog even vroeg-ie zich af hoe’t met Uhn was.

De dromer, de doener, de denker.
“Maar dan wel in die volgorde,” zoo zou-ie zelf zeggen.
Ja, zo zou-ie dat.

zomer 2003