Dagelijkse kost / 25–5

Het trillen van mijn telefoon waarschuwt me voor een ingekomen bericht. Het is het hedendaagse equivalent van het geluid van iets dat neerploft op de mat. En net zoals ik me kan voorstellen dat dat doffe ploffen vroeger een moment van vreugde teweeg bracht in een huishouden weet ik nog goed dat mijn eerste mobieltje meer in mijn handen vastgeklampt zat dan dat hij in mijn broekzak te vinden was. Wachtend op die trilling die liet weten dat iemand me had bericht. Zo noemde ik dat toen.

Als ik het bericht een uur later open blijkt het een foto, verstuurd naar een groepsapp van die en die groep vrienden waarvan ik weet dat er een aantal in de hoofdstad zijn. Het zijn joden, zo noemen ze zichzelf liefkozend. Echte joden zijn het niet en ik betwijfel dat ze enige echte titel gebruiken voor hun (gebrek aan) geloofsovertuiging. Dat zijn niet de zaken waarbij zij stil staan in het leven. Zij staan stil bij of Ajax de Europa League gaat winnen. Zij staan erbij stil dat als ze dat doen dat ze dan een reden kunnen benoemen waarom ze dit jaar ‘de schaal’ aan Feyenoord verloren. Ook staan ze er bij stil dat als vanavond niet winnen dat ze een jaar lang om de oren zullen worden geslagen met de winst van Feyenoord en dat ze dan dingen moeten zeggen als: “Och jongen, mochten jullie ook een seizoen meedoen met de grote mensen?”

De foto neemt zijn tijd om te laden — wat betekend dat ‘ie binnen twee seconden op mijn scherm staat en ik ongeduldiger ben dan ’t jongetje dat met zijn telefoon in zijn handen wachtte op überhaupt een berichtje — en schrik. Het is een selfie. Één van de joden. Hij ziet er slecht uit. Ik vraag me af hoe hij er uit zou hebben gezien als dit niet de eerste finale was geweest. Hoe hij erbij had gehangen als het Ajax dit jaar nog iets meer voor de wind was gegaan. Hij is geen supporter, hij is een topsporter. En elke wedstrijd ontregelt niet alleen zijn gezondheid, maar ook zijn sociale leven. Plots ben ik blij dat er geen Nederlandse clubs zijn die op hoger niveau spelen.

Je zou toch maar in één jaar ‘de schaal’, ‘de beker’ en ‘het miljoenenbal’ winnen. Je houdt geen leven meer over. Om over je lever nog maar niet te spreken.