Diepenbeek carnaval en het gouden vocht

Een sfeerverslag door Dries Schouteren

Al wie dan niet springt…

Op een zonnige, maar wel koude dag was in Diepenbeek om iets na twee de gekkigheid daar. Carnaval was weer gearriveerd, zoals elk jaar. Jenever en andere alcoholische dranken alom. Dit was maar goed ook, want het was verdomd koud deze keer. Net zoals altijd was de kermis ook weer aanwezig op het marktplein. Een combinatie die natuurlijk veel kinderen naar Diepenbeek lokt.

Het was nog maar 11u ’s morgens en café De Alver zat al vol. Er waren al een paar stoere, oudere mannen die zich al aan de Duvel hadden gezet. Er heerste een goede sfeer: er werden nostalgische verhalen verteld door de mannen, er werd vogelenpik gespeeld en de schlagers knalden door de boxen. Het café richt zich vooral op een ouder publiek.

Eens op het marktplein werden je zintuigen geprikkeld door een bekende geur: frieten. Zweet en gefrituurd voedsel, we kennen het maar al te goed. Hoort natuurlijk ook bij carnaval, want zonder een frietje om een bodempke te leggen houdt niemand een gebruik van alcoholische consumpties de hele dag vol. Of je moet het zo gewend zijn om te drinken dat je het niet meer merkt.

De ijzige wind speelde iedereen parten. De wind snee door merg en been. Gelukkig lag de feesttent niet te ver van de frituurbarrack. In de tent was nog maar weinig volk, want de stoet ging bijna beginnen. Het gepeupel stond buiten te wachten om naar de enorme, met efteling-achtige versierde praalwagens te kijken. Je hoorde de bas van de muziek op de wagens wel al van ver, maar dat was nog wel eventjes wachten.

De kou was nog steeds niet te harden, maar de sfeer was nog steeds niet minder. Iedereen danste en sprong op de ‘verkrachte’ liedjes die we wel wouden meezingen, maar waar we nog niet genoeg voor gedronken hadden. Captain America was ook naar de stoet aan het kijken, maar deze was wel niet in staat om nog een heldendaad te verrichten. ’10 pinten voor mijn kameraden’, riep de captain. In de stoet liepen piraten, gevangenen, houthakkers, … Van alles wat je je kan bedenken, liep er wel eentje mee in de stoet. Tijdens de grote parade zaten alle cafés in het centrum van Diepenbeek vol. De cafébazen hebben zo hun graantje ook weer kunnen meepikken.

Het werd kouder en donkerder buiten. Sommige mensen die genoeg hadden van de ijzige wind gingen naar het Paenhuys, een bruin, gezellig café dat veel volk trekt tijdens carnaval. Het bier vloeide hier rijkelijker dan op een studentenfuif, en dat wil al iets betekenen. Het leek wel het einde van de wereld, ons nog gauw eenmaal amuseren voordat we de pijp uitgaan. Er lag twee man op de toog de slapen van de zattigheid en buiten waren er 3 houthakkers amok aan het maken. Iedereen was goedgezind (behalve de houthakkers) en iedereen had het naar hun zin.

De plaats bij uitstek om na de stoet de dag af te sluiten is de feesttent, die nu wel propvol zat. Je kon amper twee passen zetten of je botste tegen iemand aan die net dat pintje meer ophad. Overal lagen plassen bier op de grond, maar als je goed keek lag er soms wel een bonnetje tussen. De dag was geslaagd, Diepenbeek heeft zich weer maar eens geprofileerd als feestgemeente! Dafalganneke en bedje in. Schol!

DS

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Dries Schouteren’s story.