T. Rex

Als Belg in het buitenland heb ik de vervelende gewoonte om mijn omgeving erop te wijzen telkens als ik een auto met een Belgische nummerplaat zie rondrijden in Leiden. Aanvankelijk deed ik dat omdat ik het gek vond; wat deden al die Belgen hier? Ik wist niet eens wat ik er deed. Uiteindelijk werd het een gewoonte. Dus toen ik afgelopen zaterdag een Belgische wagen zag rijden in het historische centrum van Leiden bleef mijn blik weer even hangen.

Even later stond de auto naast me stil. Het raampje ging open en een man vroeg in vlekkeloos Engels hoe hij naar het natuurkundemuseum moest rijden. Iets te enthousiast— ik heb een chronisch gebrek aan Vlaams om mij heen — zei ik in mijn meest platvloerse Leuvense accent: “Gelle komt uit België? Spreekt ma gewoon Vlaams ze.”

De man antwoordde met een hulpeloze blik.

Verwarring.

In iets deftiger Nederlands: “Komen jullie dan niet uit België?” En dan: “Aren’t you guys Belgian?”

De man: “Yes, but we’re French-speaking, we live in Brussels.”

Drie jaar in Nederland en ik ben de helft van de inwoners van mijn moederland vergeten. Door de verwarring blijf ik Engels praten. Nadat ik heb bevestigd dat ze inderdaad naar het museum met de T. Rex op zoek zijn stuur ik ze de goede kant op en pers ik er nog net op tijd een “Bonne chance” uit.

Drie jaar in Nederland en ik spreek Engels met mijn landgenoten. Pardonnez-moi, chers compatriotes.

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Elisa K. N.’s story.