Ode aan de rusteloosheid (én de stilte) [werkversie]

[edit: Super-bedankt aan iedereen die mij zijn feedback heeft gegeven over dit artikel. Het heeft mij geholpen om een nog betere versie te schrijven. Die kun je lezen bij Charlie.]


Jonge ouders worstelen met carrière en gezin. We noemen ze ploetermoeders en ploetervaders. Wachtzalen van psychologen zitten overvol met mensen die overspannen zijn. Burn-outs pieken. Werknemers voelen zich uitgeperst als citroenen. Velen willen trager gaan leven maar slagen er niet in en toch voelen we allemaal dat het zo niet meer verder kan.

Tegen alle heersende trends in verschijnt er dan een boek dat verlangzamen en verstillen op de korrel neemt. Meer nog, in Rusteloosheid pleit filosoof Ignaas Devisch voor een mateloos leven. Ik hou wel van een tegendraadse mening en dus was mijn nieuwsgierigheid geprikkeld. Kort gezegd komt het hier op neer: onze rusteloosheid doet ons verlangen naar rust, maar het moment dat we rust hebben gevonden, slaat de verveling toe en gaan we op zoek naar drukte met alweer rusteloosheid tot gevolg. Om het met de woorden van de Franse wiskundige en filosoof Blaise Pascal te zeggen: Alle ellende van de mensen heeft één oorzaak: het onvermogen om rustig in een kamer te blijven.

Ik moet bekennen dat ik dit boek begin juli las op vakantie in Italië. Daarmee bevestig ik de stelling van Devisch dat een mens niet gemaakt is om te verstillen of te verlangzamen. Misschien lukt het jou om op vakantie een hele week niets te doen, maar mij niet. Na een paar dagen duikt die onrust alweer op. Waar zullen we eens wandelen? Is dit geen leuk stadje om te bezoeken? Wie gaat er mee op zoek naar geocaches? Misschien kan ik nu eindelijk dat boek over rusteloosheid lezen? Ondertussen voel ik mij haast schuldig. Nietsdoen is niets voor mij. Gelukkig helpt Devisch ons met dit boek van dat gevoel af.

Aan rusteloosheid is geen ontkomen aan. Volgens Devisch is het een probleem van alle tijden. In de voorbije eeuwen hebben mensen voortdurend geklaagd dat de ondergang van de mens nabij was. In Über die wachsende Nervosität unserer Zeit, schrijft de Duitse neuroloog Wilhelm Erb in 1893 (!) dat de nervositeit van de mensen toeneemt en hij wijt dat onder meer aan de telefonie en telegrafie. Hoor ik vandaag iemand klagen over smartphones of over het Internet?


Is er dan niets veranderd in onze moderne tijd? Toch wel. Het leven gaat alsmaar sneller. Letterlijk. We produceren meer in minder tijd. We hebben meer relaties. We eten sneller. Ook al hebben we veel meer vrije tijd dan 100 jaar geleden, we proppen die tijd ook veel voller en hebben vervolgens tot onze eigen verbazing tijd tekort.

Als alleen versnelling het probleem is, dan zou verlangzamen volstaan en toch lukt ons dat niet. Dat komt volgens Devisch omdat er andere maatschappelijke evoluties zijn die onze rusteloosheid beïnvloeden. Om te beginnen, zijn wij niet onsterfelijk. Bijgevolg moet alles hier en nu gebeuren en wat nu niet kan, stellen we uit naar een onbepaalde toekomst waarin al dat andere moet gebeuren. Het leven als één lange bucketlist dus. Ondertussen tikt de tijd verder en zet ze ons zo onder druk.

Om die tijdsdruk nog te vergroten, zijn wij zelf verantwoordelijk om de keuzes te maken die het succes van de nv IK in het leven beïnvloeden en bepaalt onze afkomst – in theorie – niet langer onze plaats in de maatschappij. We voelen niet alleen druk om keuzes te maken en dingen te doen. Het moeten ook de juiste keuzes en de juiste dingen zijn als we ‘iemand’ willen worden op ons werk of in onze vrije tijd. Dus ook al kiezen we voor een leven zonder drukte, dan nog willen we ons als een uniek persoon kunnen ontplooien.

Zelfs toen ik dit jaar voor een uitgebreide rustperiode koos en het letterlijk langzamer aan deed, bleef die rusteloosheid aanwezig. Ik werkte wel niet, maar ik bleef managementboeken lezen. Ik bleef mij verdiepen in de digitale evoluties binnen de gezondheidszorg. Ik bleef vooral dingen willen. En gelukkig maar. Als mijn rusteloosheid was verdwenen, was mijn passie gestorven. Dat is volgens mij waar Devisch naartoe wil.


Is een traag leven zoveel zinvoller dan een druk leven? De vraag stellen, is ze beantwoorden. Rusteloosheid drijft ons voort. Het zorgt voor erkenning en voldoening. Op een moment dat vaak naar werk wordt gewezen als oorzaak van burn-out, mag er ook gezegd worden dat zinvol werk ons net mentaal weerbaarder maakt en ons letterlijk zin geeft in het leven.

Terwijl ik dit schrijf, zijn de Olympische Spelen aan de gang. Greg Van Avermaet heeft net voor België de eerste gouden medaille gehaald, Dirk Van Tichelt pronkt met brons (en een blauw oog) en Pieter Timmers geeft met zilver al zijn criticasters lik op stuk. Als het verlangen je aan de gang houdt, dan kunnen grootse dingen gebeuren. Daarom zou het goed zijn dat we rusteloosheid leren waarderen als iets positiefs en het niet verdringen als iets kwalijks.

Betekent deze ode aan de rusteloosheid dan dat we ons mateloos moeten overgeven aan ons gezin of onze carrière? Geenszins. Het gaat niet over harder werken of meer doen, maar wel over je inzetten voor wat voor jou de moeite waard is. Mateloosheid mag echter geen norm zijn. We hoeven heus niet allemaal een marathon te lopen, zoals Devisch schrijft.

(Devisch gaat niet verder in de zoektocht naar wat de moeite waard is, maar Luk Dewulf doet naar verluidt wonderen voor mensen die op zoek zijn naar hun talenten. Een andere coaching-topper waar ik zelf al mee heb gewerkt, is Chris van den Bergh.)


Het is de verdienste van Devisch om een tegendraadse houding aan te nemen in het debat over verstillen en verlangzamen. Mochten we bijvoorbeeld kunnen kiezen voor een langzaam leven in de kamer van Blaise Pascal, we zouden ons stierlijk vervelen. Devisch doet heel hard zijn best om zijn stelling met tientallen historische referenties te onderbouwen. Met al die referenties en citaten is er helaas minder plaats voor nuance en tegengestelde meningen.

Hij klaagt bijvoorbeeld de commercialisering aan van coaching en persoonlijke ontwikkeling. Het zou een paradox zijn dat je de ander nodig hebt om jezelf te leren kennen. Dat is het kind met het badwater weggooien. Los van de commercialisering en de charlatans, kan het net de kracht zijn van een ander om ons een spiegel voor te houden. Anders mogen straks alle psychologen ook hun boeltje pakken. Het is immers de leerling die de leraar maakt en die kiest wat hij of zij wil leren van de leraar (een gedachte die je ook terugvindt bij psychiater en mindfulness-grondlegger Edel Maex).


Misschien moet Devisch maar eens langs gaan bij Edel Maex. Honderden mensen (waaronder ikzelf) volgden een 8 weken-mindfulnesstraining in zijn stresskliniek. Op het eerste zicht lijkt Maex de meest rustige persoon ter wereld en toch zegt hij van zichzelf dat hij een bijzonder onrustig persoon is. Ik heb mindfulness daar leren kennen als een manier om net met die rusteloosheid om te gaan zonder te moeten inboeten aan mateloosheid.

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is het niet de bedoeling van mindfulness-meditatie om rustig te worden. Als er al een doel is, is het net om te observeren hoe het met mij gaat, wat ik voel, wat ik denk… zonder iets te verdringen. In die zin is mindfulness niet voor watjes en kan het best heftig zijn. Als ik door meditatie rustiger wordt: prima; en anders brengt het mij alleszins dingen om verder over na te denken.

Devisch verwijst ook naar het opzoeken van een rustplaats waar het ordewoord ‘stilte’ is zoals een in zen-ruimte of een yogaschool. Ook dat is een hardnekkig misverstand. Als je wil ontsnappen aan de realiteit, doe dan vooral niet aan mindfulness. Om opnieuw Maex te citeren: je kunt de dingen negeren (en dan probeer je te ontsnappen) of er door meegesleept worden en verloren lopen. Mindfulness helpt nu net om tussen die twee klippen door te varen, om de middenweg te volgen en zelf aan het stuur te blijven zitten.


Laten we nog één keer terugkeren naar de kamer van Blaise Pascal. Stel dat de instructie is om te gaan zitten en gewoon te observeren hoe je ademt. Als er gedachten komen, keer je weer terug naar je ademhaling, niet bruusk, maar met vriendelijkheid. In plaats van rusteloos rond te dwalen in de kamer, zul je nu de eigen rusteloosheid opmerken. Misschien word je nu nog onrustiger. Misschien verdwijnt die rusteloosheid na een tijdje. Maar na 20 minuten zitten in stilte ben je weer klaar om mateloos te leven. Pleiten voor mateloosheid is mooi als je perfect de eigen grenzen aanvoelt, maar als je dat moeilijk vindt, kan stilte minstens zo heilzaam zijn.

Photo credit: Love (of technology) via photopin (license)